huidhonger

Huidhonger en buidelen bij baby’s

Baby’s hebben veel behoefte aan lichaamscontact (huidhonger). Knuffelen bevordert de groei en de hechting, blijkt uit onderzoek. Maar er zijn meer voordelen, zeker bij vroeggeboorte. Daarom wordt buidelen gestimuleerd op neonatologieafdelingen.

Continuïteitstheorie

In de baarmoeder worden baby’s continu gewiegd en aangeraakt door warm vruchtwater. Ze staan 24 uur per dag in contact met het lichaam van hun moeder, dat ze alles geeft wat ze nodig hebben en zorgt dat ze veilig zijn. Bij de geboorte wordt het warme holletje verruild voor een onmetelijk grote wereld, met fel licht, een lagere temperatuur, hardere geluiden en veel beweging om hem heen. Geen wonder dat je baby jouw lichaam de eerste tijd nog net zo hard nodig heeft om te wennen aan die nieuwe omgeving. Het is zijn veilige haven, zolang hij jou voelt en ruikt, weet hij dat voeding, warmte en veiligheid voorhanden zijn. 

De continuïteitstheorie stelt: ga door met wiegen, aanraken en strelen. Draag je baby zoveel mogelijk bij je. Na een maand of negen geeft hij vanzelf aan dat hij de wijde wereld in wil en kruipt hij letterlijk bij jou vandaan. Wanneer leert een baby tijgeren en kruipen?

Lees hier meer over de eerste 30 minuten van een pasgeboren baby.

Huidhonger

De huid van een pasgeboren baby is erg gevoelig voor aanraking. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen om door hun vader of moeder te worden vastgehouden en gestreeld. Als je baby tegen je aan ligt, krijgt hij via zijn zintuigen informatie die hem een veilig, ontspannen gevoel geeft. Zo herkent hij de hartslag van de moeder nog uit die heerlijke tijd in de buik, maar hij herkent ook de geur en de trilling van de stem van zijn ouders. 

De behoefte aan fysiek contact stamt nog uit de oertijd, toen gevaar, bijvoorbeeld van roofdieren, altijd op de loer lag. Baby’s waren hun leven niet zeker als ze werden neergelegd. Wij weten dat de box of wieg een veilige plek is, maar het oerbrein waarmee een baby ter wereld komt weet dat niet. Dat wil het liefst voortdurend de bescherming van de ouders merken. Je kunt je baby dus niet verwennen door hem veel bij je te dragen. Het versterkt juist zijn vertrouwen dat de wereld oké is. 

Huid-op-huid-contact

Het allerliefst ligt je baby bloot op jouw blote huid. Dit huid-op-huid-contact heeft een gunstige invloed op allerlei processen in het babylijfje:

  • Het reguleert de temperatuur van de baby, die dat zelf nog niet kan. Via jouw huid registreert je brein of je baby meer of minder warmte nodig heeft en past jouw temperatuur daarop aan.
  • Het stabiliseert de hartslag, ademhaling en bloedsuikerspiegel.
  • Het zorgt voor een daling van stresshormonen en aanmaak van kalmerende hormonen.
  • Het stimuleert de groei en de hersenontwikkeling.
  • Het bevordert een veilige hechting. 

Oxytocine-aanmaak

Als je je baby vasthoudt, maak je veel oxytocine aan. Dit ‘knuffelhormoon’ zorgt voor liefdevolle, zorgzame gevoelens en werkt als een magneet tussen jou en je baby. Het maakt dat jullie je diep verbonden voelen en deze veilige hechting is essentieel voor een baby om zich fysiek en emotioneel gezond te ontwikkelen, ook in het latere leven. 

Oxytocine is ook nodig voor de aanmaak van moedermelk en de toeschietreflex. De kans dat de borstvoeding soepel gaat en echt genieten is, is het grootst als je je baby veel vasthoudt of draagt. Zijn natuurlijke reflexen om zelf op zoek te gaan naar voeding worden gestimuleerd, omdat de tepel in de buurt is en hij hem makkelijk kan vinden. Ook dat geeft hem zelfvertrouwen. Lees hier meer over de eerste reflexen van je baby. 

Baby knuffelen

Het is niet alleen leuk, het is ook belangrijk voor de hechting en zijn zelfvertrouwen. Maar er zitten veel meer positieve effecten aan knuffelen. Hier alle voordelen.

Premature baby’s

Je kunt je wel voorstellen dat een baby die eigenlijk nog in de buik had moeten zitten, het lichaam van de moeder nóg meer nodig heeft. Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van huid-op-huid-contact bij te vroeg geboren baby’s en het blijkt essentieel te zijn voor hun gezondheid. In de jaren tachtig werd al ontdekt dat couveusebaby’s die niet werden aangeraakt, achterbleven in groei. Baby’s van wie elke nacht de rug werd gestreeld groeiden normaal. 

Het idee om premature baby’s bloot en toegedekt op de blote huid van de moeder te leggen, ook wel buidelen genoemd, is in 1979 ontwikkeld in een ziekenhuis in Colombia, omdat er te weinig couveuses waren. Dit bleek verrassend goed te werken, omdat de huid van de ouders hun baby veel meer biedt dan alleen warmte. Hoe herken je hechtingsproblemen bij een baby?

Kangoeroe care

Op neonatologieafdelingen en NICU’s (Neonatale Intensive Care Unit) krijgen ouders daarom hulp bij het buidelen van hun baby. Dit noemen ze ook wel kangoeroe care. Hoe vaak en hoe lang je je baby kunt buidelen hangt af van hoe stabiel zijn medische situatie is. Meestal wordt minimaal een uur geadviseerd, omdat een baby stress ervaart als hij uit de couveuse wordt gehaald en later terug wordt gelegd. Hij moet dus goed de tijd krijgen om te wennen en ontspannen en het liefst een slaapcyclus te doorlopen. Hier meer over het slaapritme van je baby.

Ziekenhuispersoneel adviseert je hierover en checkt of het verantwoord is om je baby uit de couveuse te halen. Ook helpen ze ouders om hem veilig en steriel bij je te leggen. Dit kan meestal ook als een baby afhankelijk is van zuurstof, sondevoeding of een infuus. 

Veel ziekenhuizen hebben speciale buidelvesten en spiegels waarmee ouders tijdens het buidelen goed naar het gezicht van hun baby kunnen kijken. Het is fijn voor ouders om te zien hoe hun baby tevreden bij ze in slaap valt. 

Zo gaat buidelen

Ook als je baby op tijd en gezond is geboren, is buidelen heerlijk voor hem. Hij ligt hierbij op of tussen je blote borsten of bij je partner op de blote borst. Je baby draagt alleen een luier en eventueel een mutsje. Als hij geen mutsje nodig heeft om warm te blijven, kun je het ook weglaten, zodat je zijn hoofdje ruikt. Deze geur bevordert de aanmaak van oxytocine. 

Zorg dat je zelf comfortabel en ontspannen achterover kunt zitten, in een hoek van 30-40 graden. Leg je baby in de foetushouding op je borst, met opgetrokken beentjes en de handjes bij zijn gezicht. Jouw handen kun je onder zijn billetjes of op zijn rug leggen. Om jullie beiden heen doe je een warm vest of warme doek. 

Bescherming tegen infecties

Als je borstvoeding geeft, kan huid-op-huid-contact je baby beschermen tegen infecties. Het immuunsysteem van een baby is nog erg kwetsbaar, vooral bij vroeggeboorte. Als een baby een (ziekenhuis)bacterie oploopt, signaleert het brein van de moeder dit via de reuk. Ze gaat dan de juiste antistoffen aanmaken, die via de borstvoeding bij de baby komen om de bacterie te bestrijden. 

Dit kan ook als je premature baby nog niet sterk genoeg is om te drinken, maar wel jouw gekolfde melk krijgt. Bovendien krijgt een baby via de huid van de moeder gezonde bacteriën binnen, die zijn darmflora en daarmee de weerstand versterken. 

Troost – ook voor ouders

Als een baby (veel) te vroeg wordt geboren, is de kraamtijd alles behalve zorgeloos. Al wil je nog zo graag je moeder- of vadergevoel volgen, dat is lastig als zijn medische situatie bepaalt wat je wel en niet met hem kunt doen. Zo’n pittige start roept allerlei emoties op, van bezorgdheid en machteloosheid tot het verdrietige gevoel dat je baby, die je het liefst dicht bij je hebt, achter een glaswand ligt, omringd door apparatuur. Sommige moeders voelen het ook als falen dat de zwangerschap te vroeg eindigde – al is dat nog zo onterecht. 

De momenten waarop je je baby kunt buidelen zijn een hele troost en ook echt goud waard. Je doet iets waarmee je hem werkelijk helpt en waar je al je liefde in kwijt kunt. De oxytocine die erdoor vrijkomt maakt bovendien dat je je minder angstig voelt. Het hechtingsproces verloopt minder natuurlijk in een ziekenhuissituatie, maar met dagelijkse knuffelmomenten haal je dat in. Dat geeft zelfvertrouwen. Ook in deze roerige tijd kun je er écht voor je baby zijn en is jouw liefde essentieel. 

Hechtingsstijlen

Op welke manier een kind ‘gehecht is’, verschilt per kind en thuissituatie. Er worden één veilige en drie onveilige hechtingsstijlen onderscheiden. Lees hier meer over de vier verschillende hechtingsstijlen.