Alles over de BMR-vaccinatie

Alles over de BMR-vaccinatie

Als je kind veertien maanden oud is, krijgt hij de BMR-vaccinatie. Wat houdt de BMR-prik precies in? Zijn er bijwerkingen waar je rekening mee moet houden? En waarom is deze vaccinatie eigenlijk nodig? 

Wat is de BMR-vaccinatie? 

De BMR-vaccinatie wordt in Nederland in het Rijksvaccinatieprogramma aangeboden. Het is een combinatievaccin: één prik die werkt tegen meerdere ziekten. De BMR-vaccinatie beschermt je kind tegen de bof (B), mazelen (M) en rodehond (R). 

Je kind krijgt de prik voor het eerst als hij veertien maanden oud is. Als je kind 9 jaar is, krijgt hij een tweede BMR-vaccinatie. Deze herhaling is nodig omdat het vaccin niet bij ieder kind goed aanslaat. Na de eerste prik is 95 procent van de kinderen beschermd, na de tweede keer is dat percentage opgelopen tot 99 procent. 

Bof, mazelen en rodehond

De ziekten waar de BMR-prik je kind tegen beschermd zijn bof, mazelen en rodehond. Het zijn drie infectieziekten die zeer besmettelijk zijn en vooral voor jongere kinderen en/of zwangere vrouwen gevaarlijk kunnen zijn. 

  1. Bof: de bof is een virusziekte die een ontsteking van de speekselklieren kan veroorzaken. Deze klieren zitten in de wang, vlakbij het oor. Door de ontsteking zwelt de wang op. Lees hier meer over bof.
  2. Mazelen: de mazelen is een vervelende virusziekte waarbij je kind hoge koorts en ruwe huiduitslag krijgt. Vaak gaat de koorts gepaard met een loopneus, hoesten en rode waterige ogen. Als een kind de mazelen heeft gehad, heeft hij daarna nog een tijd lang een verminderde weerstand. Tot twee jaar na de ziekte kan je kind dan extra vatbaar zijn voor andere ziektes. Lees hier meer over de mazelen.
  3. Rodehond: rodehond is een besmettelijke ziekte die gepaard gaat met verkoudheidsklachten, lichte koorts en rode vlekkerige uitslag. Voor kinderen is rodehond onschuldig, maar de ziekte is wel gevaarlijk voor zwangere vrouwen en vooral voor het ongeboren kind. Kinderen wordt dus vooral tegen rodehond gevaccineerd om zwangere vrouwen en preventief ook de moeder zelf te beschermen. Lees hier meer over rodehond. 

Meer lezen: ook deze kinderziektes zijn gevaarlijk voor zwangere vrouwen.

Bof, mazelen en rodehond waren vroeger veelvoorkomende kinderziektes. Omdat er bij alle drie de ziekten een risico bestaat op ernstige gevolgen, is de BMR-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma opgenomen. Sindsdien komen de ziekten bijna niet meer voor in ons land. Wel breken er soms plaatselijke epidemieën uit onder bevolkingsgroepen die hun kinderen niet laten vaccineren. 

Mogelijke risico’s van de bof, mazelen en rodehond 

De bof, mazelen en rodehond verlopen vaak vrij onschuldig. Maar voor elk van deze ziekten bestaat een kans op ernstige gevolgen:  

  • De bof kan leiden tot hersenvliesontsteking. Dit komt in ongeveer vier tot tien van de duizend gevallen voor. Ook bestaat er een kleine kans op doofheid. Heel soms kan de bof uitlopen op een ontsteking van de alvleesklier of reuma. Ook kan de bof leiden tot een ontsteking van de teelballen of eierstokken. In zeldzame gevallen kan dat onvruchtbaarheid tot gevolg hebben.
  • Complicaties van mazelen die regelmatig voorkomen zijn oorontsteking en longontsteking. Bij een op de duizend gevallen leidt de mazelen tot hersenontsteking. Maar het kan ook dodelijk aflopen: bij de vorige epidemie in 1999 overleed een op de duizend gemelde mazelenpatiënten. In ontwikkelingslanden is mazelen een van de dodelijkste kinderziekten. 
  • Een kind dat rodehond oploopt, wordt daar zelf meestal niet erg ziek van. Maar rodehond is wel erg gevaarlijk voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind. Als een zwangere vrouw het virus oploopt, kan dat leiden tot aangeboren afwijkingen bij haar baby. De baby kan doof, blind of met een verstandelijke handicap geboren worden. Ook kan rodehond een miskraam veroorzaken.

Op welke leeftijd?

De eerste BMR-vaccinatie wordt op het consultatiebureau gegeven als je kind veertien maanden oud is. De prik wordt dan pas gegeven, omdat het vaccin voor die tijd nog niet goed werkt. Je kind heeft namelijk in zijn eerste levensjaar nog antistoffen van de moeder in z’n lichaam. Die heet hij tijdens de zwangerschap via de placenta van jou gekregen: de placenta werkte namelijk als een doorgeefluik van afweerstoffen. 

Het gaat om antistoffen tegen ziekteverwekkers waarmee de moeder al voor of tijdens de zwangerschap in aanraking is gekomen. Ben jij dus zelf ingeënt tegen mazelen of heb je ooit zelf mazelen gehad, dan heeft je kind die afweerstoffen via jou meegekregen. Maar die voorraad afweerstoffen werkt slechts tijdelijk: op de leeftijd van twaalf maanden zijn ze uit het bloed van je kind verdwenen. Daarna heeft hij dus het BMR-vaccin nodig om zelf afweerstoffen tegen de bof, mazelen en rodehond op te bouwen. 

Als je kind 9 jaar is, krijgt hij een tweede BMR-prik. Deze herhaling is nodig omdat het vaccin niet bij ieder kind direct goed werkt. Voor de tweede vaccinatie krijgt je kind een oproep. Deze prik wordt gegeven bij een GGD of een Centrum voor Jeugd en Gezin. 

Check hier welke andere inentingen er via het Rijksvaccinatieprogramma aangeboden worden. 

Levend vaccin

Sommige ouders zijn een beetje huiverig voor de BMR-vaccinatie, omdat het gaat om een levend vaccin. Dat houdt in dat het vaccin bestaat uit zwak gemaakte virussen. Door de verzwakte, levende virussen bij je kind in te enten, bouwt hij weerstand op tegen deze virussen. Je kind wordt er niet daadwerkelijk ziek van, omdat het gaat om een verzwakte vorm. Wel kan je kind last hebben van wat bijwerkingen. Bijwerkingen vaccinaties: wat kun je per prik verwachten? 

Hoe werkt de BMR-vaccinatie?

Het lichaam van je kind zet na de eerste BMR-vaccinatie z’n afweersysteem in werking tegen de verzwakte virussen die hij in z’n lichaam heeft gekregen. Daardoor wordt je kind voor de rest van z’n leven immuun tegen het bofvirus, mazelenvirus en rodehondvirus. Als je kind later nog eens in aanraking komt met één van deze virussen, dan weet je afweersysteem hoe hij deze ziekteverwekker aan moet pakken. Daardoor wordt je kind in de toekomst niet meer ziek. 

Daarbij moet gezegd worden dat bij ongeveer vijf procent van de kinderen de BMR-prik niet direct werkt. Om die reden biedt het RIVM de prik dus nog een tweede keer aan als je kind 9 jaar oud is. Na deze tweede prik is het vaccin bij 99 procent van de mensen aangeslagen. 

Kan je kind toch de bof, mazelen of rodehond krijgen?

Bij een procent van de gevaccineerde kinderen slaat het BMR-vaccin uiteindelijk helemaal niet aan en wordt er dus geen weerstand tegen de ziekten opgebouwd. Het kan zijn dat jouw kind onder die een procent valt. In dat geval bestaat er een hele kleine kans dat jouw kind – ondanks de vaccinatie – toch nog de bof, mazelen of rodehond kan oplopen, als hij in aanraking komt met een ander kind dat de ziekte heeft. 

Het kan ook zijn dat je kind nog geen BMR-vaccinatie heeft gehad, maar dat de antistoffen die hij van de moeder heeft meegekregen al uitgewerkt zijn. Dan kan je kind dus de bof, mazelen of rodehond oplopen, nog voordat hij gevaccineerd wordt. 

Om die reden is het belangrijk dat de vaccinatiegraad in ons land zo hoog mogelijk blijft. Hoe hoger de vaccinatiegraad, hoe kleiner de kans op uitbraken van de bof, mazelen of rodehond. En hoe meer mensen immuun zijn tegen deze ziektes, hoe kleiner de kans is dat een ongevaccineerde baby toch de bof, mazelen of rodehond op kan lopen. 

Dit GIFje laat duidelijk zien waarom vaccineren belangrijk is.

Eerder vaccineren bij reis naar buitenland

Als je op vakantie gaat naar het buitenland met een kind dat nog geen veertien maanden oud is, en dus nog geen BMR-vaccinatie heeft gehad, dan is het misschien verstandig om je kind eerder te laten vaccineren. Er zijn namelijk een aantal landen binnen Europa waar de mazelen heerst. Zo lang je kind niet gevaccineerd is, loopt hij in deze landen het risico om de mazelen op te lopen.

Op dit moment geldt dat er een vervroegde BMR-vaccinatie wordt aangeraden voor:

  • Reizen naar Roemenië
  • Reizen naar Frankrijk, als je bij de lokale bevolking in huis verblijft (bijvoorbeeld als je logeert bij familie of vrienden)
  • Reizen naar Italië, als je bij de lokale bevolking in huis verblijft

Dit advies geldt voor kinderen tussen zes en veertien maanden. Baby’s die jonger zijn dan zes maanden, hebben nog voldoende werkende antistoffen van hun moeder in hun bloed. 

Ga je op vakantie naar een land buiten Europa en wil je controleren of daar de mazelen heerst? Check dan de actuele landenlijst van het RIVM waarvoor een vervroegde BMR-vaccinatie wordt aangeraden. 

Lees meer: reisvaccinatie voor kinderen, wanneer is het nodig?

Later vaccineren bij ziekte

Als je kind ziek is op het moment dat hij zijn BRM-vaccinatie zou krijgen, kan het verstandig zijn om de prik even uit te stellen. Overleg hierover met het consultatiebureau. Bij een verkoudheidje is het niet nodig om de vaccinatie uit te stellen, maar als je kind een hevige griep te pakken heeft, dan wordt de prik op een later moment gegeven. Als de weerstand van je kind erg laag is, kan hij namelijk mogelijk wel ziek worden van het vaccin, omdat het afweersysteem niet op volle kracht werkt. Hoe werkt het immuunsysteem van je kind precies? 

Mogelijke bijwerkingen

Na de BMR-vaccinatie kan je kind last hebben van wat bijwerkingen. Hij wordt er niet echt ziek van, maar kan wel wat lichte symptomen krijgen, omdat de prik het levende, verzwakte virus bevat. Het is dus mogelijk dat je kind een heel lichte vorm van mazelen, bof of rodehond krijgt. Maar het kan ook zijn dat je kind helemaal geen last krijgt van bijwerkingen. 

Bijwerkingen op de dag van de vaccinatie kunnen zijn: 

  • Koorts
  • Hangerigheid 
  • Rode of pijnlijke plek op de plaats waar de prik is gezet

En bijwerkingen die je kind vijf tot twaalf dagen na de prik kan krijgen:

Ongeveer vijf tot vijftien procent van de kinderen krijgt last van een van bovenstaande klachten. Deze bijwerkingen gaan in principe vanzelf weer over. Vooral na de eerste prik, rond veertien maanden, krijgen kinderen last van wat bijwerkingen. De tweede keer hebben ze er minder last van. 

Als je kind koorts krijgt na de vaccinatie, dan bestaat er een kleine kans op een koortsstuip. Deze bijwerking is vrij zeldzaam: het gebeurt bij een op de vijfduizend tot tienduizend kinderen. Ook bestaat er een kleine kans dat je kind na de vaccinatie een tijdelijk tekort aan bloedplaatjes krijgt. Dit gebeurt bij een op de twintigduizend kinderen. 

Als je je zorgen maakt omdat jouw kind veel last heeft van bijwerkingen na de BMR-prik, of als hij koorts heeft gekregen die lang aanhoudt, neem dan contact op met de huisarts.

Hoe herken je een koortsstuip?

Video: Kinder EHBO: zo help je een kind tijdens een koortsstuip.

Verband met autisme klopt niet

Er bestaan veel fabels en onduidelijkheden over de BMR-vaccinatie. De grootste fabel is wel dat de BMR-vaccinatie een grotere kans op autisme zou veroorzaken. Dit verhaal stamt uit de jaren negentig, toen de Engelse onderzoeker Andrew Wakefield een verband dacht aan te tonen tussen de BMR-vaccinatie en autisme. Niet veel later bleek zijn onderzoek verkeerd te zijn uitgevoerd en het werd dan ook al gauw ingetrokken. Andrew Wakefield verloor daarna zijn artsentitel wegens fraude. 

Vervolgens zijn er meerdere andere onderzoeken gedaan, waarin juist werd aangetoond dat er helemaal geen verband is tussen vaccinaties en autisme. Desondanks blijft het onjuiste verhaal rondgaan op internet. Organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Nederlandse Vereniging voor Autisme benadrukken daarom op hun website dat er géén verband tussen de BMR-vaccinatie en autisme. 

Hier nog 4 misverstanden over vaccineren die elke ouder moet weten.