doodgeboren baby

Bevallen van een doodgeboren baby: wat kun je verwachten?

Het overlijden van een baby tijdens de zwangerschap of bevalling is een intens verdrietige en ingrijpende gebeurtenis. In de periode daarna kan er veel op je af komen: een overzicht van het traject na een doodgeboren baby. 

Baby verliezen

Helaas bestaat er bij elke zwangerschap een kleine kans dat het misloopt en dat je baby overlijdt. Dat kan op elk moment in de zwangerschap gebeuren, van het prille begin tot tijdens de bevalling. 

Miskraam of doodgeboorte 

Als je je baby tijdens de eerste 16 weken van de zwangerschap verliest, dan noemen we dat een miskraam. Overlijdt de baby na de 16e week in de baarmoeder of tijdens de bevalling, dan wordt er gesproken van een doodgeboorte. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houdt hiervoor overigens 20 weken aan als grens.

De officiële medische term voor het overlijden van een baby in de baarmoeder is ‘een intra-uteriene vruchtdood’. Intra-uteriene betekent ‘binnen-baarmoederlijk’. In Nederland gebeurt dit jaarlijks bij ongeveer 1300 tot 1500 zwangerschappen. 

Mogelijke oorzaken doodgeboorte

‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’ Die vraag wordt na vaak als eerste gesteld als je baby dood wordt geboren. Maar de oorzaak is niet altijd te achterhalen. Mogelijke oorzaken kunnen zijn:

  • Problemen met de placenta, zoals een loslatende placenta of bij ernstige zwangerschapsvergifting. Ongeveer 60 procent van de doodgeboortes zou hierdoor veroorzaakt worden. 
  • Erfelijke afwijkingen waardoor het kind niet levensvatbaar is. 
  • Rhesusziekte: als antistoffen van de moeder het bloed van de baby afbreken.
  • Infecties zoals listeriose, toxoplasmose of rodehond. 
  • Bij een ernstige vorm van tweelingtransfusiesyndroom, als een eeneiige tweeling de placenta deelt.
  • Problemen aan de baarmoeder, zoals een afwijkende vorm.
  • De baby raakt verstrikt in de navelstreng. 
  • Letsel na een ongeluk. 
  • Een ziekte bij de moeder, zoals diabetes, lupus of schildklierproblemen. 
  • Het kan ook gebeuren dat de baby tijdens of vlak na de bevalling overlijdt, bijvoorbeeld door complicaties bij de bevalling. 

Soms wordt de oorzaak zichtbaar na de bevalling, of het wordt duidelijk na onderzoek van de baby. Maar soms wordt er ook geen oorzaak gevonden. 

Overlijden baby herkennen

Meestal ben je als moeder de eerste die merkt dat er iets mis is met je baby. Je voelt je kind niet meer bewegen in je buik. Op het moment dat je geen beweging meer voelt, zal de verloskundig of gynaecoloog eerst met een doptone luisteren of er nog een hartslag hoorbaar is. Als er geen hartje wordt waargenomen, word je doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een hartfilmpje of een echo.

Andere symptomen van het overlijden van een kind in de baarmoeder zijn afhankelijk van de oorzaak. Soms merkt de moeder er niets van en blijkt tijdens een controle bij de verloskundige pas dat er geen hartje meer waarneembaar is. Maar het is ook mogelijk dat de moeder plotseling hevige pijnscheuten krijgt, of bloedverlies, in het geval van een loslatende placenta. Sommige moeders voelen op een andere manier dat hun baby niet meer leeft, ze krijgen plotseling een slecht (voor)gevoel, of ze merken dat er iets veranderd is in hun lichaam. Lees hier hoe vaak je je baby het laatste trimester in de buik hoort te voelen. 

Geen leven voelen

Ben je zwanger en heb je het idee dat je je kind de afgelopen 12 tot 24 uur minder hebt voelen bewegen? Dat betekent niet altijd dat het mis is. Probeer een uur lang te ontspannen en focus je op je baby in je buik. Ga liggen op je linkerzij en concentreer je op de bewegingen van je kind. Voel je nog steeds geen (of weinig) beweging, of maak je je zorgen? Bel dan meteen je verloskundige of gynaecoloog. Dit zijn andere redenen om de verloskundige meteen te bellen. 

Bevallen van een overleden baby

Als is vastgesteld dat je baby is overleden in de baarmoeder, word je ingeleid zodat de bevalling op gang komt, of je kunt afwachten tot de bevalling vanzelf begint. In overleg met je verloskundige en gynaecoloog beslis je wat jij het liefste wilt. De ene vrouw wil graag thuis afwachten, zodat ze de tijd heeft om de schok te verwerken. De ander wil het liefst zo snel mogelijk bevallen, zodat ze kan beginnen aan het rouwproces. Je kunt eventueel thuis bevallen, maar vaak wordt aangeraden om het in het ziekenhuis te doen. 

Bevallen van een overleden baby is zwaar. Je ervaart de hevige pijn van de weeën en de bevalling, maar daar bovenop komt de pijn van het verlies van je kind. En na de bevalling volgt het verdriet en het rouwproces, in plaats van de roze wolk. Je baby wordt vaak op de natuurlijke manier geboren. Artsen adviseren om het op die manier te doen, in plaats van met een keizersnede, omdat dit beter is voor de verwerking van het verlies. 

Door het proces van een natuurlijke bevalling zouden vrouwen zich beter bewust kunnen voorbereiden op het moment dat de overleden baby wordt geboren. Dat is belangrijk voor het rouwproces. Daarnaast is er bij een operatie als een keizersnede altijd het risico op complicaties. Dat risico nemen artsen niet als er geen medische noodzaak is. Ook herstel je over het algemeen sneller van een natuurlijke bevalling, dan van een keizersnede.

Een doodgeboren baby ziet er meestal uit alsof hij rustig slaapt. De kleur van de huid is iets grauwer dan van een levende baby. Als de baby al wat langere tijd is overleden voordat hij geboren werd, kan de huid op sommige plekken loslaten. De meeste ouders van een doodgeboren baby vinden achteraf dat de baby er mooier uitzag dan ze hadden verwacht.

Als je bent bevallen in een ziekenhuis, zullen de artsen na de bevalling vertellen of ze een zichtbare doodsoorzaak hebben geconstateerd. Zo niet, dan vragen de artsen of je daar onderzoek naar wil laten doet. Dat hoeft niet, zo’n onderzoek (obductie) is niet verplicht. De keuze is aan jou. 

Kennismaking en afscheid nemen

Na de bevalling moet je afscheid nemen van je baby. Dat afscheid nemen begint met het kennismaken met je kind, hoe dubbel dat misschien ook klinkt. Ook al is je baby overleden, je hebt hem wel al die tijd gedragen in je buik. Het is belangrijk voor de verwerking dat je de tijd neemt om samen te zijn met je kind. De kennismaking met je baby kan heel mooi zijn, maar tegelijk ook intens verdrietig. Je ziet voor het eerst het gezicht van je kind. Neem het goed in je op. Geef je baby een naam, daardoor kun je later beter over je kind praten met anderen. 

Je baby zal na de bevalling in een gekoeld bedje gelegd worden, of je mag het kind bij je houden. Het is soms mogelijk om je kind mee naar huis te nemen. Na een miskraam of extreme vroeggeboorte is de watermethode een mooi manier om je kind toch nog even bij je te kunnen houden.

Misschien wil je je baby liever niet zien, dat mag ook. Bepaal zelf op welke manier jij kennis wilt maken en afscheid wilt nemen. Laat je niets opdringen. Het kan helpen om elk moment samen met je partner te zijn, maar misschien wil je juist liever even alleen zijn met je baby. Geef elkaar ook de ruimte om hier op je eigen manier mee om te gaan.

Tips bij het afscheid nemen van je baby

Een aantal dingen die kunnen helpen bij het kennismaken en afscheid nemen:

  • Was je kind, weeg hem en kleed hem zelf aan, eventueel samen met de verpleegkundige.  
  • Hou je baby vast en knuffel met hem. 
  • Maak foto’s ter herinnering. Je kunt Stichting Make a Memory inschakelen om kosteloos mooie, professionele foto’s van je overleden baby te laten maken. 
  • Je kunt een afdruk van het voetje of handje van je kind maken. 
  • Maak een bewaardoos waar je wat spullen in bewaart, zoals de sokjes, een knuffel, het navelklemmetje, het naambordje uit het ziekenhuis, een afgeknipte haarlok en wat foto’s. 
  • Laat een aantal dierbare familieleden of vrienden kennismaken met je overleden baby. Het helpt bij de verwerking als je kunt praten met andere mensen die je baby ook hebben gezien. 

Sommige van bovenstaande dingen lijken op het moment zelf misschien raar, pijnlijk of zelfs een beetje eng. Maar vaak worden deze herinneringen na verloop van tijd erg belangrijk: het is het enige wat je nog van je kind hebt. Bedenk dat dit het enige moment is waarop je die foto’s kunt nemen, of met je kind kunt knuffelen. Als je het niet doet, krijg je daar misschien later spijt van. 

Je doodgeboren baby in het persoonsregister

Rouwverwerking na een doodgeboorte

Iedereen rouwt op zijn eigen manier. De een wil heel veel praten over zijn overleden baby, terwijl de ander zich terugtrekt en stil in zichzelf rouwt. Toch zijn er drie fases van rouw te onderscheiden waar de meeste ouders van een overleden baby doorheen gaan.

Fase 1: de shock. De eerste dagen na het verlies van een baby ervaren veel ouders als een roes. Er moet veel geregeld worden en de schok is nog te groot en te vers, waardoor je je een soort ‘verdoofd’ kan voelen. Het verlies van je baby voelt nog niet als de realiteit. In die periode is er vaak ook sprake van het gevoel van ongeloof of ontkenning. 

Fase 2: het besef. Dat komt vaak pas na de begrafenis of crematie. Dit kan heftige gevoelens met zich meebrengen: onbegrip, woede, schuldgevoelens, verwijten, het gevoel gefaald te hebben. Je kunt in deze periode op zoek gaan naar een ‘schuldige’: jezelf, je partner, de arts, een werkgever. Het is ook niet gek als je boze gevoelens naar je verloskundige of het ziekenhuis hebt: ga het gesprek met ze aan. Dit kan helpen in de verwerking. Hier 9 tips hoe je je relatie sterk houdt na een miskraam of doodgeboorte.

Fase 3: het verdriet. Dat is er vanaf het allereerste moment, maar vaak wordt het later in het proces nog veel heviger en intenser. Dit verdriet kan allesoverheersend zijn. Soms is het zo heftig dat je geen licht meer aan het eind van de tunnel ziet. Zoek dan hulp of iemand waarmee je erover kan praten: dat kan je partner zijn, een therapeut of coach, maar ook lotgenoten. Andere ouders die een baby hebben verloren, begrijpen je waarschijnlijk als geen ander. Je kunt in contact komen met lotgenoten via Stichting Stille Levens. 

Hoe lang het rouwproces duurt, verschilt per persoon. Nogmaals: iedereen rouwt op zijn eigen manier, dus het proces kan voor jou ook totaal anders lopen dan hierboven staat beschreven. Neem de tijd die je nodig hebt om te rouwen. Het verdriet zal nooit helemaal verdwijnen. Wel wordt het meestal anders: minder ‘scherp’ en intens. Al kan het altijd weer in alle hevigheid terugkomen. Op onverwachte momenten, tijdens feestdagen, de geboortedag, of bijvoorbeeld als er een andere baby in je omgeving wordt geboren. 

Aangifte doodgeboren kind

Als je baby dood ter wereld is gekomen na meer dan 24 weken zwangerschap, dan ben je verplicht je baby aan te geven bij de burgerlijke stand van de gemeente. Dat mag je ook doen als je kind doodgeboren is na een zwangerschap van minder dan 24 weken, maar dat hoeft in dit geval niet. Ook kan je kind – als je getrouwd bent – worden bijgeschreven in je trouwboekje. Handige checklist: aangifte doen bij de gemeente. 

Er wordt dan door de burgerlijke stand een ‘akte van geboorte (levenloos)’ opgemaakt. Deze akte wordt opgenomen in het overlijdensregister van de burgerlijke stand. In de ‘akte van geboorte (levenloos)’ staan de voornaam (of -namen) en achternaam van je kind, de geboortedatum en het tijdstip, de geboorteplaats en het geslacht. 

Ook de gegevens van jullie staan in de akte. De baby mag zowel de achternaam van de vader als van de moeder krijgen; dat mogen jullie zelf kiezen. Overigens kan de baby alleen de achternaam van de vader krijgen als jullie getrouwd zijn, of – als jullie niet getrouwd zijn – als de vader het kind wettelijk erkend had voordat de baby overleed. 

Erkenning van het bestaan van je kind

Tegenwoordig mag je ook aangifte doen als je baby vóór de 24-wekengrens dood geboren is. Veel ouders van doodgeboren kinderen vinden dit belangrijk om te doen. Zo’n akte is een officiële erkenning dat jouw baby ter wereld is gekomen. De naam van je kind wordt officieel geregistreerd in de gemeentelijke basisregistratie (BRP). Daardoor ‘bestaat’ je kind niet alleen in jullie herinneringen, maar ook officieel, in het persoonsregister. De naam van je kind blijft daarna ook altijd zichtbaar in officiële documenten over jullie gezinssamenstelling. 

Wettelijke verplichtingen

Voor een doodgeboorte na 24 weken is aangifte bij de gemeente verplicht. Dat heeft te maken met de Wet op Lijkbezorging. In die wet staat wat de wettelijke verplichtingen zijn als iemand is overleden. Zo ben je verplicht om je kind te laten cremeren of begraven.  

Baby’s die voor 24 weken zijn overleden, hoeven niet verplicht te worden begraven of gecremeerd. Je mag hierbij zelf weten wat je met het lichaam van je kind wil doen: bijvoorbeeld zelf een grafje in de tuin maken of de baby bij het ziekenhuis laten cremeren. Een begrafenis of crematie kost veel geld. Als je dat niet kan betalen, dan betaalt de Sociale Dienst de uitvaart volgens de Wet op de Lijkbezorging. 

Een doodgeboren baby hoef je niet aan te melden bij de zorgverzekering. De kosten vallen onder de verzekering van de moeder. Lees hier wat er door de basisverzekering wordt vergoed en wat niet. 

Kraamverzorging na doodgeboorte

Na een bevalling van een doodgeboren baby heb je recht op kraamzorg. Misschien zit je hier niet op te wachten, maar vaak wordt het wel aangeraden om hier gebruik van te maken. Je hebt er toch een bevalling op zitten en de kraamverpleegkundige kan je in die periode helpen in het huishouden. Vaak probeert de kraamzorgorganisatie een verpleegkundige te sturen die ervaring heeft met het werken voor ouders van een doodgeboren kind.

Geboortekaartje of overlijdenskaartje

Of je een geboorte- of een overlijdenskaartje verstuurt (of niet), is helemaal aan jou. Veel ouders vinden het prettig om via een kaartje aan hun omgeving te laten weten dat hun baby overleden is. Zo hoef je niet iedereen apart op de hoogte te brengen, maar weet je omgeving wel wat er gebeurd is. Daarmee voorkom je mogelijk pijnlijke vragen of ongemakkelijke confrontaties op straat. Stuur je liever geen kaartje, dan kun je er eventueel voor kiezen om een overlijdensadvertentie in een krant te plaatsen. 

Weer zwanger worden na doodgeboorte

Na de geboorte van je overleden kind kun je snel verlangen naar een nieuwe zwangerschap. Bespreek van tevoren met je verloskundige of gynaecoloog of er eventuele risico’s zijn. Het kan zijn dat er een verhoogd risico is dat een volgende zwangerschap weer misloopt. Dat is afhankelijk van de reden dat je baby is overleden. Mocht dat het geval zijn, dan wordt je bij een volgende zwangerschap extra goed in de gaten gehouden. Vaak is er geen sprake van een verhoogd risico. In dat geval kun je weer zwanger worden op het moment dat jij daar zelf aan toe bent en je lichaam er klaar voor is.