ligging baby

Ligging van je baby in de buik

In de laatste maanden van de zwangerschap controleert de verloskundige tijdens elke afspraak hoe je baby in je buik ligt. Als je baby in de ‘achterhoofdsligging’ ligt, is dat het meest gunstig voor de bevalling. Toch liggen niet alle baby’s zo. Wat gebeurt er als jouw baby anders ligt?

Hoe ligt de baby?

Vanaf ongeveer 24 weken zal de verloskundige tijdens de controles via een uitwendig onderzoek controleren hoe je baby precies in je buik ligt. Ze voelt met haar handen aan jouw buik, door zachtjes te drukken, waar de rug, het hoofdje, de stuit en de beentjes liggen. Dat is belangrijk om te weten: de ligging van de baby in de buik kan namelijk van invloed zijn op het verloop van je bevalling. De meest gunstige ligging is de ‘achterhoofdsligging’. De meeste baby’s liggen tegen het einde van de zwangerschap van nature in die houding.

Advertentie

Maar sommige baby’s liggen in een andere houding. Dat gebeurt overigens niet zo vaak: slechts vijf procent van alle baby’s ligt níet met het achterhoofd naar beneden. Die liggen omgekeerd, dwars of ze liggen wel met het hoofd naar beneden, maar bijvoorbeeld met hun gezicht richting het bekken. Een andere ligging dan de achterhoofdsligging kan de bevalling lastiger maken en soms ook risicovoller. Dit zijn de verschillende soorten liggingen:

ligging baby
Illustratie van verschillende soorten liggingen in de baarmoeder.

Geen zorgen trouwens, als je baby met 28 weken in stuit of dwars blijkt te liggen: je baby heeft tot ongeveer 32 weken genoeg ruimte in de baarmoeder om zich nog regelmatig om te draaien. Na de 32e week wordt de ruimte steeds krapper, waardoor je kind steeds minder makkelijk kan draaien. De meeste baby’s liggen dus rond week 32 in de achterhoofdsligging. Blijkt je baby toch anders te liggen, dan is dat niet direct reden tot zorgen. Ook na de 32e week kunnen baby’s nog uit zichzelf in de juiste positie draaien. Soms gebeurt dit nog vlak voor de bevalling.

Als je baby dwars ligt of in stuit, zal je verloskundige dat (hoogstwaarschijnlijk) voelen tijdens het uitwendige onderzoek bij de controles. Als ze twijfelt over de ligging, wordt er vaak nog een echo gemaakt om te checken hoe de baby ligt. Een afwijkende hoofdligging is alleen moeilijk te voelen. Meestal blijkt dat pas tijdens de bevalling. Als de verloskundige of gynaecoloog dit op tijd merkt, kan de baby soms nog in de goede positie worden gedraaid, bijvoorbeeld door de moeder van houding te laten wisselen. Maar dat lukt niet altijd: de baby kan ook blijven liggen zoals hij ligt, waardoor de bevalling een stuk zwaarder kan zijn.

Meer weten? Spinning Babies is een methode met oefeningen die zorgen voor optimale ruimte in de baarmoeder en het bekken. Dit vergroot de kans dat een baby in achterhoofdsligging gaat liggen. Hier lees je er meer over.

Achterhoofdsligging

Met z’n voeten opgekruld, zijn rug richting jouw buik, zijn achterhoofd naar beneden en zijn kin op zijn borst: dat is de achterhoofdsligging. Dit is de meest voorkomende ligging en gelijk ook de meest ideale. In deze houding ligt het kleinste deel van het hoofd tegen de baarmoedermond en kan het hoofd van je baby zich aanpassen aan de vorm van jouw bekken. Zijn schedelbeenderen kunnen nog iets onder elkaar schuiven, waardoor z’n hoofd iets kleiner wordt en makkelijker door het geboortekanaal komt. Je baby daalt in met gebogen hoofd. Als er geen complicaties zijn en je baby ligt in deze houding, kun je thuis bevallen.

Achterhoofdsligging

Achterhoofdsligging, gezicht naar achteren en hoofd als eerste.

Stuitligging

Bij een stuitligging ligt je baby niet met zijn hoofd naar beneden, maar met zijn stuit. Zijn benen heeft hij gevouwen in ‘kleermakerszit’ (volkomen stuitligging) of omhoog langs zijn lijfje (onvolkomen stuitligging). Eén been omhoog en één gebogen naar beneden kan ook nog (half onvolkomen), of met de voetjes voor de baarmoedermond (voetligging).

Van de Nederlandse baby’s ligt drie tot vier procent bij de geboorte met z’n billen naar beneden. Waarom een kind in een stuitligging ligt, is niet altijd duidelijk. In ongeveer 85 procent van de zwangerschappen is er geen verklaring voor de stuitligging.

Wel komt een stuitligging vaker voor bij:

Draaien van je baby bij een stuitligging

Als je baby bij 36 weken zwangerschap nog niet met zijn hoofd naar beneden ligt, kan de verloskundige of gynaecoloog hem proberen te draaien. Dat heet een ‘versie’. Gemiddeld lukt het draaien in veertig (bij het eerste kind) tot vijftig procent (vanaf het tweede kind) van de gevallen. Als het niet goed voelt of je hebt te veel pijn, kun je ieder moment aangeven dat de arts ermee moeten stoppen.

Lees ook: Baby in stuitligging: proberen te draaien of de natuur zijn gang laten gaan?

Omdat een stuitligging bij de bevalling extra risico’s met zich meebrengt, verwijst de verloskundige je als je baby in de laatste weken van je zwangerschap (nog steeds) in stuit ligt, door naar het ziekenhuis. Daar zul je uiteindelijk onder begeleiding van een gynaecoloog bevallen. Mocht er iets misgaan, dan kan er gelijk worden ingegrepen.

Bij een stuitligging overleg je van tevoren met de gynaecoloog wat de opties en de risico’s zijn. Afhankelijk van het soort stuitligging, jouw gezondheid en je voorkeur, zal de gynaecoloog met je bekijken of je het beste vaginaal of door middel van een geplande keizersnede kunt bevallen. Het kan zijn dat de gynaecoloog een natuurlijke bevalling niet ziet zitten, bijvoorbeeld omdat je baby ongunstig ligt of aan de grote kant lijkt te zijn.

Bij een vaginale stuitbevalling is de kans op een spoedkeizersnede alsnog groot. Laat je goed voorlichten door je verloskundige en gynaecoloog over de voor- en nadelen van zowel een natuurlijke stuitbevalling als een keizersnede. Lees hier meer over een stuitbevalling: vaginaal bevallen of keizersnede?

Lees meer: Bij een stuitligging geeft een behandeling met moxa 66% kans dat de baby alsnog met zijn hoofd naar beneden gaat liggen, blijkt uit Nederlands onderzoek. Lees hier meer over moxa bij stuitligging.

Dwarsligging

Bij een dwarsligging ligt je baby dwars in de buik, in plaats van in de lengte. Deze ligging komt bij minder dan een half procent van alle zwangerschappen voor. Als het voorkomt, is het meestal bij vrouwen die al meerdere kinderen hebben gekregen of bij een meerlingenzwangerschap.

Ook een placenta die voor de baarmoedermond ligt of een te nauw bekken kan de oorzaak zijn van een dwarsligging. Als er geen oorzaak te vinden is voor de dwarsligging, kan de gynaecoloog je baby vanaf 36 weken proberen te draaien. Blijft je baby in de dwarsligging liggen, dan is een natuurlijke bevalling niet mogelijk en is een keizersnede nodig.

Lees hier wat je precies kunt verwachten bij een keizersnede.

Dwarsligging

Afwijkende hoofdliggingen

Het kan zo zijn dat je baby wel met zijn hoofd naar beneden ligt, maar een afwijkende hoofdligging heeft. Er zijn verschillende hoofdliggingen die afwijken van de achterhoofdsligging.

  1. Aangezichtsligging

    De baby ligt met zijn hoofd naar beneden, maar met het hoofd ver achterover gebogen. Hij ligt dus met zijn gezicht richting het bekken. Deze houding maakt de bevalling lastiger, omdat een breder gedeelte van het hoofdje als eerste geboren moet worden. De kans op een kunstverlossing (met verlostang of vacuümpomp) is daardoor groter. Ook kan deze ligging ervoor zorgen dat de ontsluiting wordt tegengehouden, waardoor een keizersnede nodig is.

    Aangezichtsligging

  2. Kruinligging

    De baby ligt met zijn hoofd naar beneden, maar niet met zijn kin op de borst. Hij ligt met het bovenste deel van zijn hoofd tegen de baarmoedermond. Ook bij deze ligging moet een groter gedeelte van het hoofd als eerste geboren worden, waardoor de uitdrijving (persfase) langer kan duren. Bij deze ligging is een natuurlijke bevalling mogelijk, maar de kans op een kunstverlossing of uitscheuren is groter dan bij een achterhoofdsligging.

    Tip: er zijn 6 pershoudingen die je kunt proberen. Lees hier wat de voor- en nadelen zijn.

  3. Voorhoofdsligging

    De baby ligt met zijn hoofd achterover, maar minder uitgesproken dan bij een aangezichtsligging. Hij ligt met zijn voorhoofd tegen de baarmoedermond. Als je baby in deze houding ligt, is een natuurlijke bevalling meestal niet mogelijk omdat een baby in deze positie vaak niet door het geboortekanaal past. De voorhoofdsligging kan tijdens de bevalling wel veranderen in een aangezichtsligging, waardoor de baby misschien toch via de natuurlijke weg geboren kan worden. Maar vaak wordt er een keizersnede ingepland.

    Voorhoofdsligging

  4. Sterrenkijker

    Als de baby een sterrenkijker is, ligt hij in achterhoofds- of kruinligging, maar met zijn neus naar voren (richting de buikwand) in plaats van naar achteren (richting de ruggengraat). Daardoor gaat zijn hoofd minder makkelijk door het geboortekanaal. Een bevalling van een sterrenkijker duurt doorgaans langer en is vaak pijnlijker. Het hangt af van de verdere ligging en de grootte van de baby of er wel of niet een keizersnede nodig is.

    ligging baby

    Meer lezen: Voor welke vrouwen is een gentle sectio mogelijk, oftwel een ‘natuurlijke keizersnede’.

    Bekijk hier: het draaien van een stuitligging

Video: Een verloskundige draait een baby in de baarmoeder.