Zwangerschaps­hormonen: wat doen ze met je?

Zwangerschaps­hormonen: wat doen ze met je?

Zwangerschapshormonen: je hebt ze nodig voor een gezonde zwangerschap, maar ze doen tegelijkertijd vreemde dingen met je lijf. Opgezwollen enkels, pijnlijke borsten, moodswings… Hoe zit het precies met die hormonen? Welke maakt je lichaam aan en wat doen ze met je?

Zwangerschapshormonen

Zwangerschapshormonen zorgen dat je lichaam zich aanpast aan de zwangerschap, dat je baby goed kan groeien én dat de bevalling inzet. Maar waarschijnlijk merk je dat ze ook stemmingswisselingen en andere klachten veroorzaken.

HCG (Humaan choriongonadotrofine)

Als een bevruchte eicel zich nestelt in je baarmoeder, gaat een deel ervan HCG produceren.

Wat doet het?

HCG vertelt je lichaam dat er een baby in je buik groeit en dat het corpus luteum (gele lichaam) niet afgebroken moet worden. Het corpus luteum is het omhulsel van de eicel. Als je niet zwanger bent, stoot je lichaam dit af tijdens je menstruatie. Tijdens een zwangerschap zorgt het corpus luteum voor de aanmaak van het hormoon progesteron.

HCG zorgt er ook voor dat de eierstokken geen eicellen meer laten rijpen én is belangrijk voor de groei van je baby: het zet vet om in energie, die wordt ingezet om je baby te laten groeien. Last but not least kun je dankzij HCG een zwangerschapstest doen. Het hormoon komt namelijk in je urine terecht. Vanaf het moment dat je over tijd bent, kun je testen. Er zit dan zo veel HCG in je urine dat een zwangerschapstest erop reageert.

De eerste 10 weken van je zwangerschap verdubbelen de HCG-waarden elke 2-3 dagen. Vanaf week 10 tot 12 dalen deze waarden weer.

Welke kwaaltjes veroorzaakt het?

Het is niet bewezen, maar er wordt gedacht dat HCG verantwoordelijk is voor de zwangerschapsmisselijkheid waar veel vrouwen last van hebben. In ieder geval hebben vrouwen met hogere HCG-niveaus vaak meer last van misselijkheid en overgeven. Bij een tweelingzwangerschap zijn de HCG-waarden hoger.

Progesteron

Progesteron wordt de eerste weken van je zwangerschap aangemaakt door het corpus luteum. Daarna neemt de placenta deze taak over. Terwijl het HCG-niveau na het eerste trimester afneemt, stijgt het progesteronniveau. Dit hormoon wordt nu de belangrijkste beschermer van de zwangerschap.

Wat doet het?

Progesteron zorgt dat een bevruchte eicel kan innestelen. Het houdt de spieren van je baarmoeder ontspannen en helpt je immuunsysteem het vreemde DNA in je lijf tolereren (het DNA van je baby). Ook voorkomt progesteron dat het slijmvlies van de baarmoederwand wordt afgestoten en zorgt het dat klieren in je baarmoederwand de baby van voedsel voorzien zolang de placenta nog niet volledig is ontwikkeld.

Welke kwaaltjes veroorzaakt het?

Dankzij progesteron ontspannen ook je bloedvaten. Daardoor gaat je bloeddruk omlaag en kun je duizelig worden. Het maakt je banden losser, waardoor je last kunt krijgen van bekkeninstabiliteit. Ook brandend maagzuur, bloedend tandvlees, misselijkheid en obstipatie heb je te danken aan het hormoon progesteron. Bovendien kan het zorgen voor meer haargroei. Schrik dus niet als je tijdens je zwangerschap opeens haartjes krijgt op onverwachte plekken, zoals je borsten of onderbuik.

Oestrogeen

Net als progesteron wordt oestrogeen in eerste instantie geproduceerd door het corpus luteum. Als de placenta is ontwikkeld, gaat die voor de oestrogeenproductie zorgen. Dat doet de placenta met behulp van een stofje dat de bijnier van je baby produceert.

Wat doet het?

Oestrogeen is onmisbaar voor de ontwikkeling van je baby. Het stuurt de ontwikkeling van verschillende organen aan. Ook oestrogeen stijgt het sterkst in het eerste trimester. Daarna vlakt die stijging af.

Oestrogeen stimuleert de groei van de bijnier van je baby en helpt de hormoonproductie in de bijnier van je baby stimuleren. Door oestrogeen word je gevoeliger voor andere zwangerschapshormonen. Op die manier bereidt het hormoon je lijf voor op de bevalling: wetenschappers denken namelijk dat de bevalling inzet op het moment dat oestrogeen de boventoon gaat voeren in je lichaam.

Welke kwaaltjes veroorzaakt het?

Hoge oestrogeenwaarden gaan samen met spataderen, misselijkheid, een grotere eetlust en huidveranderingen.

Andere zwangerschapshormonen zijn:

Oxytocine

Oxytocine zorgt ervoor dat je baarmoeder samentrekt tijdens de bevalling. Het is niet zo dat dit hormoon de bevalling in gang zet. Tegen het einde van de zwangerschap wordt de baarmoeder er gevoeliger voor, waardoor de bevalling op een gegeven moment kan beginnen. Oxytocine wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd: hoe beter het lukt tijdens de bevalling te ontspannen, hoe meer oxytocine je aanmaakt. Dat zorgt weer voor betere weeën.

Bij een inleiding wordt synthetische oxytocine gebruikt. Zijn je weeën niet sterk genoeg, dan kun je tijdens de bevalling synthetische oxytocine toegediend krijgen. Ook krijg je na je bevalling vaak een injectie met synthetische oxytocine, om te zorgen dat de placenta sneller wordt geboren en je minder bloed verliest.

Het hormoon speelt ook een rol bij de borstvoeding: het zorgt dat de kleine spiercellen rondom de melkkanalen en melkkliertjes zich samentrekken, waardoor de melk gaat stromen.

Prolactine

Prolactine regelt de aanmaak van moedermelk en heeft een rustgevend effect. Het hormoon bereidt je borsten tijdens de zwangerschap voor op de borstvoeding.

Relaxine

Wat het hormoon relaxine precies doet tijdens de zwangerschap is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk maakt het samen met progesteron de gewrichtsbanden in je bekken losser, waardoor je baby makkelijker geboren kan worden. Ook wordt gedacht dat relaxine een rol speelt bij het op gang komen van de bevalling.

MSH (melanocyt-stimulerend hormoon)

Door dit hormoon maak je meer pigment aan. Je moedervlekken en tepelhoven kunnen donkerder worden, je hebt kans op een zwangerschapsmasker in je gezicht en je kunt een linea nigra krijgen: de bekende zwangerschapsstreep op je buik.

Met dank aan verloskundige Ellen Andrea.