babyvoeding

Babyvoeding in het eerste jaar

Er verandert nogal wat in het voedingsschema van je baby gedurende zijn eerste levensjaar. Wat is de beste voeding, wanneer start je met vast voedsel en hoe voorkom je voedselallergieën?

De eerste voeding waar je kind mee te maken krijgt is melk. Dit kan borstvoeding of flesvoeding zijn.

Borstvoeding geven

Er zitten verschillende voordelen aan het geven van borstvoeding, onder andere:

  • Borstvoeding bevat alle voedingsstoffen die een baby het eerste half jaar nodig heeft (behalve vitamine D en K, die geef je er los bij).
  • In borstvoeding zitten afweerstoffen, die je baby beschermen tegen ziekten. Hier nog 7 feiten over moedermelk die je (misschien) nog niet wist.
  • Borstvoeding beschermt je baby mogelijk tegen overgewicht op latere leeftijd.
  • Je hebt het altijd bij je (op de juiste temperatuur).
  • Wil of kun je geen borstvoeding geven, dan is flesvoeding een goed alternatief.

borstvoedingFlesvoeding geven

Wil je je baby volledige flesvoeding geven (of het combineren om de borstvoeding aan te vullen), dan maakt het niet uit welk merk je kiest. De voedingsstoffen die in volledige zuigelingenvoeding horen te zitten, zijn namelijk vastgelegd in de Warenwet. Alle merken die je in de supermarkt en drogisterij kunt vinden, voldoen hier aan.

Wel proberen fabrikanten op andere punten verschil de maken, met als doel zoveel mogelijk de positieve eigenschappen van moedermelk te benaderen. Het soort flesvoeding hangt wel af van de leeftijd van je kind. Aan baby’s van nul tot zes maanden geef je ‘volledige zuigelingenvoeding’. Daarna stap je over naar ‘opvolgmelk’. Hierin zijn de vitamines en mineralen aangepast aan de leeftijd. Ook bij flesvoeding wordt het aangeraden je baby dagelijks tien microgram extra vitamine D te geven.

Eerste hapjes (vanaf 4 maanden)

Als je baby vier maanden is, kun je naast de borst of flesvoeding beginnen met het geven van vast voedsel in de vorm van ‘oefenhapjes’. Deze komen niet in de plaats van borst- of flesvoeding maar laten je baby rustig wennen aan de smaak en textuur van vaste voeding. En door op tijd te beginnen kun je ook de kans op voedselovergevoeligheid kleiner maken. 

Voedselallergie voorkomen

Sinds eind 2017 geldt het volgende advies om voedselallergieën bij baby’s te voorkomen: start op tijd met het geven van allergenen zoals pinda en ei. Heeft je kindje ernstig eczeem of al een voedselallergie? Dan is het extra belangrijk om vroeg te starten met bijvoeding en pinda en ei daarna minimaal een keer per week te blijven geven. Overleg ook met de behandelend arts van je kindje.

Er zijn schema’s ontwikkeld om aan jonge zuigelingen in de eerste bijvoeding voor de leeftijd van zes maanden al pinda en ei aan te bieden. Dit gebeurt met pindakaas zonder toevoegingen en goed doorbakken roerei. Lees hier meer informatie over waarom pindakaas goed is voor je baby.

Oefenhapjes (4-8 maanden)

Met fruit, groente en pap kun je beginnen vanaf het moment dat je baby vier maanden is. Voor die tijd kan je kindje de vezels nog niet goed verteren. Geef lepeltjes gekookte en geprakte groente of fruit. Bouw dit langzaam op van één smaak naar meer smaken, van fijn gemalen naar grover, en van licht naar donker volkoren. Er bestaan verschillende soorten pap die je aan je kind kunt geven, zoals rijstebloem, tarwe en havermout. Rijstebloempap is de meest geschikte pap om mee te beginnen, deze is namelijk licht verteerbaar.

Er wordt wel eens gezegd dat een ‘papfles’ voor het slapen een baby sneller zou laten doorslapen. Dit geldt zeker niet voor elke baby; baby’s slapen door zodra zij eraan toe zijn. Pap maak je met opvolgmelk (of borstvoeding, al is dit wat lastiger). Als je baby een jaar is, kun je gewone melk gebruiken.

Tarwepap of havermout is geschikt voor baby’s vanaf ongeveer een halfjaar. Let goed op hoe je kind op de pap reageert; als hij last krijgt van obstipatie of juist diarree, is het duidelijk nog te vroeg. En check het etiket altijd goed: de beste keuze is een variant zonder suiker of zout.

Bied je kind meerdere keren één smaak aan voordat je gaat mengen; zuigelingen wennen sneller aan een smaak dan oudere kinderen, dus grijp ook je kans voor bittere en zure smaken. Het wordt aangeraden om te beginnen met groentehapjes. Fruit is van nature zoetig en baby’s kennen deze smaak al van de borst- of flesvoeding.

Groente moet je altijd koken en pureren voor je het je baby aanbiedt. Pureren geldt ook voor fruit. Probeer elke dag een paar hapjes te geven. Geef de hapjes pas ná de borst of flesvoeding; daar moet je baby het op dit moment namelijk nog steeds van hebben qua voedingsstoffen. Geef je kind nog geen honing, rauw vlees, rauwe vis of producten die te zout zijn.

Echte maaltijden (vanaf 8 maanden)

Vanaf acht maanden kun je langzaamaan de borst- of flesvoeding voor echte maaltijden vervangen. Je kunt de hapjes steeds iets minder fijn pureren en daarnaast je kind al vroeg stukjes aanbieden volgens de Rapley methode. Vanaf een jaar kan je kind met de pot mee-eten. 

Potjesvoeding

Eten uit een potje bevat genoeg voedingsstoffen voor een kind. Potjesvoeding dient, net als flesvoeding, te voldoen aan strenge eisen van de Nederlandse Warenwet. Het maakt dus ook hier niet uit welk merk je kiest. Potjes zijn handig, zeker als je druk of onderweg bent.

Het nadeel van maaltijden uit potjes is dat ze vaak een mix zijn van smaken, waardoor je baby niet went aan de smaken apart. Een ander nadeel is dat potjesvoeding fijn gepureerd is, waardoor je kind op termijn niet went aan minder gepureerde voeding en nog niet goed leert kauwen. Zoals bij veel dingen geldt hier ook de gulden middenweg: wissel potjes en vers gekookt eten met elkaar af op een manier die het beste bij jullie past.

Olga Benjamin

Kinderdiëtist

Olga Benjamin is diëtist op de afdeling Kindergeneeskunde van Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar. Olga begeleidt kinderen met een voedselallergie of eetstoornis en werkt hiervoor nauw samen met de kinderarts. Zij ziet het als een uitdaging om creatief bezig te zijn met gezonde én lekkere voeding voor kinderen.