natijdperk

Bevallen: de vierde fase (het natijdperk)

De eerste twee uur na de geboorte van de placenta worden moeder en baby goed verzorgd en in de gaten gehouden. In de verloskunde noemen ze dit het natijdperk. Dit gebeurt er allemaal voordat de verloskundige vertrekt of voor je als nieuw gezin het ziekenhuis verlaat.

Het natijdperk

De eerste twee uur na de geboorte van de placenta en de vliezen noemen ze in de verloskunde het natijdperk (of het postplacentaire tijdperk). Er is dan extra zorg voor moeder en baby en er worden verschillende controles gedaan. Als alles voorspoedig gaat, de placenta compleet is geboren en moeder en baby het goed maken, kunnen de overige controles best wachten tot na het eerste (gouden) uur, zodat er rustig de tijd is voor huid-op-huid-contact, de eerste voeding en om te hechten als gezin. De volgende controles worden gedaan voordat de bevalling écht klaar is:

1. Controle placenta

Als de placenta is geboren, wordt gecontroleerd of hij compleet is. Soms kunnen er resten zijn achtergebleven in de baarmoeder. Omdat die (later) kunnen leiden tot overmatig bloedverlies of kunnen gaan ontsteken, moeten ze door de gynaecoloog handmatig worden verwijderd onder narcose. Maar meestal is de placenta compleet en vraagt de verloskundige of je hem wilt bekijken. Sommige ouders willen dit graag, uit nieuwsgierigheid of omdat ze het een mooi idee vinden. Het orgaan is tenslotte speciaal ontstaan voor de groei van de baby, heeft negen maanden lang voor hem gezorgd en het was onderdeel van zowel moeder als kind. Maar niemand zal er gek van opkijken als je er geen afscheid van wilt nemen.

2. Controle op rupturen

De verloskundige inspecteert je perineum, schaamlippen en vaginawand op scheurtjes. Kleine scheurtjes genezen meestal vanzelf, tweedegraads rupturen moeten gehecht worden. Ook als er een knip is gezet zijn er hechtingen nodig. Tijdens deze controle en eventueel het hechten kan je baby huid-op-huid bij papa liggen, maar hem zelf vasthouden kan ook een fijne afleiding zijn. Het hechten gebeurt met verdoving en bij een thuisbevalling kan de verloskundige dit thuis doen. Alleen ernstige rupturen, waarbij ook de kringspier van de anus is ingescheurd, moeten in het ziekenhuis worden gehecht door een gynaecoloog. Dit komt gelukkig weinig voor.

3. Samentrekken baarmoeder en bloedverlies

De verloskundige voelt regelmatig aan je buik of de baarmoeder goed krimpt en houdt het bloedverlies in de gaten. Ook controleert ze je hartslag en eventueel ook je bloeddruk. Omdat een volle blaas het samentrekken van de baarmoeder in de weg kan zitten, wil ze ook dat je een keer gaat plassen.

4. Controles baby

Ook de baby wordt uitgebreid geïnspecteerd. Hij wordt gewogen (meestal niet gemeten, tenzij de ouders dit willen) en van top tot teen bekeken: zit alles erop en eraan? De vorm van het hoofdje, de stand van oren, ogen en neus en het hele lijfje wordt gecheckt. Net als een aantal reflexen, zoals de zuigreflex, de grijpreflex en de loopreflex. De baby hoeft niet direct te worden gewassen of in bad; het huidsmeer dat op zijn lijf zit beschermt hem tegen bacteriën. Wel is het belangrijk dat hij warm wordt gehouden, pasgeboren baby’s kunnen hun temperatuur nog niet zelf reguleren.

Hoe voel je je?

Al heb je een behoorlijk vermoeiende prestatie geleverd, slapen lukt vaak pas uren na de bevalling. Meestal zijn moeders eerst juist klaarwakker: de adrenaline die tijdens de persfase is aangemaakt giert nog een tijdje na. Het kan ook zijn dat je het koud krijgt en gaat rillen of klappertanden. Als je je goed genoeg voelt en niet duizelig bent, kun je na de controles (met hulp) gaan douchen. Lukt dit niet, dan wast de kraamverzorgster of een verpleegkundige je op bed. Ook heb je vast honger: kom maar door met die beschuitjes.

Dan vertrekt de verloskundige of mag je, als je in het ziekenhuis bent bevallen, als nieuw gezin naar huis. Waar je al die maanden naartoe hebt geleefd, is achter de rug. You did it. En tegelijkertijd begint er een nieuw avontuur: zorgen voor dat kleine mensje, dat alles voorgoed verandert. Gefeliciteerd, mama!

Nog een paar dagen naweeën

In de eerste week na de bevalling kun je nog last hebben van buikkrampen: de naweeën. Je baarmoeder wordt daarmee telkens iets kleiner. Zo krijgt hij de oorspronkelijke vorm weer terug. Een andere functie van de naweeën is de zogenaamde kraamzuivering: alle oude bloedrestjes worden uit de baarmoeder gewerkt en openstaande bloedvaten worden dichtgeknepen.

Naweeën zijn meestal het hevigst als je borstvoeding geeft. De hormonen zorgen voor extra krachtige samentrekkingen zodra je baby begint te zuigen. Maar al kunnen naweeën best vervelend zijn: ze zijn dus wel belangrijk. Vaak heb je er na een tweede of derde bevalling wat meer last van dan na de eerste.

Marijn van der Zwaard

Zwangerschapscoach

Marijn van der Zwaard is zwangerschapscoach in Groningen. Ze volgde de opleiding Docent Natuurlijk Zwanger, waar ze – naast verloskundetheorie – yoga, shiatsutechnieken en drukpunten voor de zwangerschap en bevalling leerde. Daarnaast is ze gecertificeerd HypnoBirthing-docent en deed ze o.a. trainingen rebozotechnieken en Spinning Babies. Vanuit haar eigen bedrijf Heybabycoaching.nl begeleidt ze ouders bij de fysieke en mentale voorbereiding op de geboorte van hun baby.