Persen tijdens de bevalling: hoe gaat dat?

Persen tijdens de bevalling: hoe gaat dat?

Als je volledige ontsluiting hebt en persdrang voelt, is de persfase begonnen: je baby wordt geboren! Hoe lang duurt dit laatste stuk van de bevalling? En hoe gaat persen in z’n werk?

Wat is persen precies?

Bij volledige ontsluiting is je baarmoedermond zo ver geopend dat je baby erdoor past en het geboortekanaal in kan. Als zijn hoofdje aan de binnenkant tegen je endeldarm drukt, krijg je vanzelf persdrang. Je lichaam weet dat de ruimte er is om je baby geboren te laten worden en gaat daarvoor aan het werk. Persdrang is een natuurlijke reflex, het is een niet te stoppen behoefte om je baby naar buiten te duwen. Je kunt het gevoel het beste vergelijken met ontzettend nodig moeten poepen. Het uitdrijven van je baby doet je lichaam in principe zelf door middel van krachtige, duwende samentrekkingen van je baarmoeder (persweeën). Daarbij kun je eigenlijk niet anders dan meeduwen door je buik- en rugspieren aan te spannen.

Wanneer begint de persfase?

De persfase of uitdrijvingsfase begint als je volledige ontsluiting hebt én persdrang. Die persdrang hoeft niet altijd direct op te komen als je tien centimeter ontsluiting hebt. Er kan eerst een pauze zijn, soms wel van een paar uur. Misschien wil je lichaam of de baby even rust, of heeft de baby tijd nodig om een beetje bij te draaien om goed voor de uitgang te liggen. Bij een ruggenprik kan het ook langer duren voor de persdrang opkomt. Zolang moeder en kind het goed maken is dit geen probleem en hoeft er niets te gebeuren. Het heeft dan ook weinig zin en is erg vermoeiend om op eigen kracht te gaan persen, zonder de hulp van persweeën.

Een ruggenprik wordt alleen in het ziekenhuis gegeven door een anesthesist. Op eigen verzoek wordt een ruggenprik meestal niet meer gegeven na 7 à 8 centimeter ontsluiting, omdat het dan nog even duurt voordat de verdoving gegeven is (de anesthesist moet eerst opgeroepen worden).

Hoe lang duurt het persen?

Bij een eerste kind duurt het persen drie kwartier tot twee uur, bij een tweede gaat het meestal sneller: een kwartier tot een uur. Je bekkenbodemspieren en vaginawand zijn dan minder stevig en laten je baby er makkelijker door. Per bevalling kunnen de verschillen groot zijn: sommige moeders zetten hun eerste baby in tien minuten op de wereld. Bij een eerste kind kan er, afhankelijk van de conditie van moeder en baby, worden besloten om in te grijpen als de baby er na twee uur nog niet is, bij een tweede na één uur. Daarbij kun je denken aan weeënopwekkers en/of een kunstverlossing met een vacuümpomp.

Persen op instructie

Gedirigeerd persen, persen op instructie, de valsalva-techniek, het staat allemaal voor een bepaalde manier van persen op aanwijzingen van de verloskundige. Je moet dan een grote hap lucht nemen, je adem inhouden en met je kin op je borst en opgetrokken knieën zo lang mogelijk persen, tot je écht nieuwe zuurstof nodig hebt. Dan mag je even uitblazen, een nieuwe hap lucht nemen en pers je weer zo lang mogelijk. Dit herhaal je liefst drie keer op een wee.

Dit is het beeld dat veel vrouwen van de persfase hebben en zo gebeurt het ook nog vaak, maar steeds meer verloskundigen en gynaecologen komen van deze geforceerde manier terug omdat er flinke nadelen aan zitten:

  • Het is uitputtend voor de moeder, omdat ze telkens lange tijd veel kracht moet zetten zonder dat ze zuurstof binnenkrijgt.
  • Het kan stressvol zijn voor de baby omdat hij ook minder zuurstof krijgt en met meer kracht dan het natuurlijke tempo wordt uitgedreven.
  • Het zorgt voor een gespannen bekkenbodem, waarmee je de geboorte eigenlijk tegenwerkt. De baby glijdt veel makkelijker naar buiten langs ontspannen weefsel.
  • Het kan zorgen voor gesprongen adertjes in je gezicht. Het wordt ook wel ‘paars persen’ genoemd: je loopt letterlijk paars aan.
  • Het kan de kans op rupturen vergroten omdat het perineum te weinig tijd krijgt om mee te rekken.
  • Uit onderzoek blijkt dat deze techniek, ondanks de extra moeite, niet per se sneller gaat dan spontaan persen. Bovendien is sneller niet altijd beter voor moeder en kind.

Spontaan persen

Eigenlijk heeft je lichaam helemaal geen instructies nodig. Het regelt talloze ingewikkelde processen zonder dat je je ermee hoeft te bemoeien, van de aanmaak van een placenta tot het filteren van voedingsstoffen uit je eten. Je mag er dus van uitgaan dat je lichaam ook weet hoe het je baby geboren moet laten worden en wat in jouw geval het juiste tempo is. Dat verschilt namelijk per persoon en per situatie. Je kunt dus ook je gevoel volgen: als je een perswee voelt opkomen adem je rustig door en op je uitademingen duw je mee. Dat doe je zo hard en lang als goed voelt; de één hoeft nauwelijks mee te persen, de ander doet het met alles wat ze in zich heeft. Pers in de richting van je vagina-uitgang en probeer je onderlijf bewust te ontspannen. Dit persen op gevoel noemen ze ook wel ‘spontaan persen’.

Soms kan het nodig zijn om instructies van de verloskundige op te volgen. Bijvoorbeeld als je te weinig persdrang voelt of als het belangrijk is dat je baby snel wordt geboren, omdat hij het lastig heeft. Ook kan het zijn dat je niet voelt wat je moet doen, bijvoorbeeld omdat je overweldigd wordt door die plotselinge persdrang, en je aanwijzingen daarom juist fijn vindt.

Wel persdrang, geen volledige ontsluiting

Soms voel je al wel persdrang, maar zegt de verloskundige dat je nog even moet wachten omdat er nog een ‘randje staat’. Dit betekent dat de ontsluiting aan de voorkant nog net niet volledig is. Niet mogen persen als alles in je lichaam dit wél wil, is moeilijk en frustrerend. Als wachten niet lukt, kun je zachtjes meeduwen op je uitademingen, zonder met kracht te persen. Bij veel zwangerschapscursussen leer je ademhalingstechnieken die je helpen niet aan de persdrang toe te geven, zoals ‘hijgen als een hondje’ (snel in- en uitademen met je tong uit je mond), ‘kaarsjes uitblazen’ (doen alsof je vingers kaarsen zijn en ze één voor één puffend uitblazen) of ‘wasemen tegen een spiegel’ (waarbij je hand de spiegel is). Een andere (verticale) houding kan de oplossing zijn of de verloskundige kan proberen het randje weg te masseren als het je te lang duurt. Dat doet pijn, maar daarna kun je wel toegeven aan het persen.

Wegzuchten

Ook aan het eind van de persfase, als het hoofdje staat (bijna wordt geboren), kan de verloskundige je vragen even niet mee te persen. Er is dan nog wat meer tijd nodig om het perineum mee te laten rekken. Ga je toch hard persen, dan vergroot je de kans op een ruptuur. Je kunt de perswee dan wegzuchten. Vaak houden vrouwen zich op dit punt vanzelf even in omdat ze terugdeinzen door het brandende gevoel dat het kan geven als het hoofdje staat. Dit allerlaatste stukje van de persfase kan heel pittig zijn, maar je weet wél dat de baby er bijna is.

Pershoudingen

Hoewel je in films en op tv vrouwen vrijwel altijd op hun rug ziet liggen tijdens het persen, is dit fysiek gezien de minst logische houding. Het is vooral praktisch voor zorgverleners als je zo ligt: dan hebben ze goed zicht tussen je benen en kunnen ze er makkelijk bij. Bij sommige complicaties kan dit belangrijk zijn en als je dit zelf de fijnste houding vindt: prima. Bij de meeste bevallingen helpen andere houdingen beter bij de geboorte. Liggend op je rug heb je namelijk de minste ruimte in je bekken.

Dit zijn de verschillende houdingen waarin je kunt persen, met de voor- en nadelen:

1. Hurken

Je kunt hierbij leunen op een stoelzitting, het hoofdeinde van het ziekenhuisbed of de rand van het bevalbad. Je partner kan ook achter je gaan zitten, waarbij je met je armen op zijn bovenbenen steunt. Een andere variant van hurken is de baarkruk. Je benen worden dan minder moe en de verloskundige kan er beter bij. Tegenwoordig kun je ook een opblaasbare baarkruk huren, waarop je ook andere houdingen kunt aannemen.

Voordelen:

  • In deze houding is de bekkenuitgang zo’n 30% groter dan wanneer je op je rug ligt.
  • Je maakt goed gebruik van de zwaartekracht.
  • Het persen is vaak minder pijnlijk en duurt minder lang.
  • Vrouwen voelen zich in een verticale houding vaak sterker, actiever en zekerder. Het is een heel natuurlijke pershouding.

Nadelen:

  • Lang hurken kan vermoeiend zijn. Je kunt dit al wel oefenen tijdens de zwangerschap om je beenspieren te versterken. Steun met je hielen op een opgerolde handdoek als je niet met je voetzolen plat op de grond komt.
  • Te lang hurken kan de bloedtoevoer naar de onderbenen afknellen en je kunt kramp in je billen of benen krijgen.
Baarkruk of CUB

Je kunt ook op een baarkruk zitten. Daarbij heb je dezelfde voordelen als wanneer je op je hurken zit, en meer: je benen worden niet moe en de verloskundige kan er beter bij. Een variant op de baarkruk is de CUB, een opblaasbare ‘baarstoel’ waarop je comfortabel allerlei houdingen kunt aannemen, ook tijdens de ontsluitingsfase. De verloskundige kan voor een baarkruk zorgen en een CUB kun je kopen of huren (google ‘CUB huren’).

tip

2. Op handen en knieën

Als je last van je polsen krijgt kun je met je bovenlijf leunen op een gymbal, het hoofdeinde van het ziekenhuisbed of de rand van het bevalbad. Of hou je partner vast. Doe kussens onder je knieën, dan hou je het beter vol.

Voordelen:

  • Veel ruimte in je bekken.
  • Je kunt tussen de weeën door wiegen of draaien met je heupen om te ontspannen. Je kunt hierbij ook een rebozo massagedoek gebruiken, dat een ontspannen gevoel geeft en weeënpijn kan verlichten.
  • Als de geboorte erg snel gaat geeft dit minder kans op inscheuren dan hurken.
  • De druk op je stuitje en anus is minder dan bij hurken (fijn als je aambeien hebt).
  • De verloskundige heeft zo goed zicht op de geboorte.

Nadelen:

  • Je kunt je baby niet geboren zien worden (wel via een spiegel) of zelf aanpakken.

3. Zijligging

Leg je bovenste been gebogen op een kussen. Komt het hoofdje dieper, dan til je je bovenste been op om meer ruimte te maken. Je partner of de verloskundige kan je been ondersteunen. Liggen op je linkerzij zorgt voor een goede doorbloeding van de placenta en kan zwakke persweeën sterker maken.

Voordelen:

  • Fijn als je erg moe bent. Tussen de weeën door kun je goed uitrusten.
  • De uitdrijving gaat geleidelijker dan in verticale houdingen.
  • De harttonen van de baby kunnen goed in de gaten worden gehouden.

Nadelen:

  • Je maakt geen gebruik van de zwaartekracht, waardoor het langer kan duren en meer energie kost.
  • Het hoofdje van de baby schiet in de laatste fase makkelijker terug dan bij verticale houdingen.

4. Staan

Dit doe je leunend of hangend en met iets gebogen knieën. Je kunt bijvoorbeeld het ziekenhuisbed hoog zetten en daarop leunen, je partners armen vasthouden en squatten of een laken met een dikke knoop erin over een dichte deur klemmen om aan te hangen. Let wel op dat niemand de deur van buiten kan opendoen.

Voordelen:

  • Je hebt veel bewegingsvrijheid.
  • De zwaartekracht helpt mee.
  • Het persen is kan minder pijnlijk zijn en sneller gaan.

Nadelen:

  • Als het persen lang duurt is staan op den duur vermoeiend. Je kunt dan ook op je hurken of een baarkruk gaan zitten.

5. Halfzittend op bed

Hierbij leun je met je rug tegen een losse ruggensteun of een verstelbaar hoofdeind (gewone kussens bieden vaak te weinig stevigheid tijdens een wee). Als je hard wilt persen kun je tijdens een wee je benen of het bed vastpakken om kracht te zetten.

Voordelen:

  • Tussen de persweeën door kun je achterover leunen en ontspannen.
  • De verloskundige kan goed zien of de baby al komt.

Nadelen:

  • Je lichaamsgewicht drukt op je staartbeen, waardoor het niet naar achteren kan bewegen als je baby erlangs gaat. Je hebt dan minder ruimte in je bekken.
  • Bij rugweeën kan dit een vervelende houding zijn.

6. Rugligging

Lig je toch het lekkerst op je rug, laat iemand dan je hoofd ondersteunen als je tijdens het persen je kin naar je borst wilt brengen. Omdat je tegen de zwaartekracht in perst (je baby maakt op het laatst een bochtje omhoog onder je schaambeen door) moeten je spieren harder werken en word je sneller moe. Merk je dit, wissel dan van houding als het kan.

Voordelen:

  • De verloskundige of arts heeft goed zicht. Dit is veiliger als je medische hulp nodig hebt bij de geboorte.
  • Verloopt de bevalling te snel en is de kans op inscheuren daardoor groot, dan kan een rugligging dit remmen.

Nadelen:

  • Je bekkenuitgang is in deze houding het kleinst.
  • Je ligt op je staartbeen, waardoor het niet mee kan bewegen met de baby.
  • Je hebt niet het voordeel van de zwaartekracht om je baby naar buiten te persen.
  • De kans op een knip of een kunstverlossing is groter.
  • Je baarmoeder ligt op de holle ader in je buik, waardoor je duizelig kunt worden (vena-cava-syndroom).
  • Vrouwen voelen vaak minder goed wanneer ze moeten persen en in welke richting.
  • Je kunt je sneller kwetsbaar en afhankelijk voelen als jij op je rug ligt terwijl anderen staan. Ook zie je niet goed wat er om je heen gebeurt, wat een onveilig gevoel kan geven.

Goed om te weten

Nog wat geruststellende gedachten tot slot:

  • Baby’s zijn zelden te groot. Heb je bij echo’s gehoord dat je een grote baby krijgt, dan hoeft dit helemaal niet te betekenen dat het een lastige geboorte wordt. Een echo kan er flink naast zitten én je lichaam beweegt mee: de hormonen zorgen voor een flexibel bekken. Zwanger van een grote of zware baby, dit moet je weten.
  • Het sterke gevoel van persdrang toelaten kan spannend zijn. Weet dat die oerkracht er is om jou te helpen. Persdrang ontstaat als je lichaam klaar is om je baby door te laten. Hoe beter je je eraan kunt overgeven, hoe soepeler het gaat.