Zwangerschapssuiker

Zwangerschapssuiker

Zwangerschapssuiker, ook wel zwangerschapsdiabetes genoemd, is een tijdelijke vorm van diabetes die vrouwen kunnen krijgen tijdens hun zwangerschap.

Ongeveer 5% van alle zwangere vrouwen krijgt er last van. Meestal zijn de gezondheidsklachten niet ernstig, maar in sommige gevallen kan het gevaarlijk zijn voor de moeder en de baby. Het is dus belangrijk alert te zijn op de symptomen.

Wat is zwangerschapssuiker?

Als je koolhydraten binnenkrijgt, door bijvoorbeeld pasta, aardappelen, brood of suiker te eten, stijgt je bloedglucosespiegel. Normaal gesproken vangt je lichaam dat op met de aanmaak van insuline. Maar tijdens een zwangerschap verandert er van alles binnen de hormoonhuishouding. Het kan dan gebeuren dat de insuline niet goed zijn werk doet of dat je te weinig insuline aanmaakt en de glucosespiegel niet daalt. Dát is zwangerschapsdiabetes, of zwangerschapssuiker, niet te verwarren met reguliere diabetes.

Zwangerschapssuiker – diabetes gravidarum – openbaart zich meestal in de tweede helft van de zwangerschap, na de twintigste week. Het overkomt ongeveer 3 tot 5% van de zwangere vrouwen. Zwangerschapsdiabetes is over het algemeen goed te behandelen en de klachten verdwijnen na de bevalling meestal weer vanzelf.

Oorzaak zwangerschapsdiabetes

Zoals gezegd is zwangerschapssuiker een aandoening waarbij er te weinig insuline wordt aangemaakt om de bloedglucosespiegel te reguleren. Tijdens een zwangerschap gaat de hele hormoonhuishouding op de schop. Er wordt minder van de een en meer van de ander aangemaakt en er waren hormonen door je lijf waar je normaal gesproken geen last van hebt.

Onder invloed van al die zwangerschapshormonen kan de werking van het hormoon insuline worden geremd. Insuline op zijn beurt reguleert de glucosespiegel van je bloed. Tijdens een zwangerschap maakt je lichaam meer insuline aan als reactie op de hormonen die de insulinewerking remmen. Maar soms gebeurt dat dus niet en wordt je glucosespiegel niet gereguleerd.

Onderzoek naar zwangerschapsdiabetes

Bij het vermoeden van zwangerschapsdiabetes, bijvoorbeeld doordat er suiker in je urine is gevonden, of omdat je in een risicogroep zit, stuurt de verloskundige je naar het ziekenhuis voor een glucosetolerantietest, een GTT. Op een nuchtere maag wordt je glucose door middel van een vingerprik getest. Daarna krijg je een mierzoete glucosedrank en wordt weer twee uur later door middel van nog een vingerprik je glucose gemeten. Op basis van die uitslag wordt vastgesteld of je zwangerschapssuiker hebt.

Risicofactoren zwangerschapssuiker

Zwangerschapssuiker kan in principe iedere zwangere vrouw overkomen, maar er zijn wel een aantal risicofactoren die meespelen.

  • Ouder dan 35 jaar
  • Diabetes type 2 in de familie
  • Zwangerschapsdiabetes tijdens een eerdere zwangerschap (90% kans)
  • Zogeheten gestoorde glucosetolerantie voor de zwangerschap
  • Overgewicht
  • Eerdere miskramen, overmatig vruchtwater (plyhydramnion), pre-eclampsie of groeivertraging
  • Hindoestaanse of mediterrane afkomst
  • Geboortegewicht van meer dan 4500 gram van een vorig kind (macrosomie)
  • Hoog cholesterol en bloedsuiker

Bij een verhoogd risico zal je verloskundige twee à drie keer je bloedglucosespiegel laten meten – alleen testen via de urine is niet betrouwbaar genoeg.

Symptomen

Vaak heeft een zwangere vrouw met zwangerschapsdiabetes geen symptomen of klachten.

Er zijn wel een paar signalen te noemen die erop zouden kunnen wijzen dat je zwangerschapssuiker hebt:

  • Veel dorst
  • Veel plassen

Dit kan de verloskundige waarnemen:

  • Extreme groei van de baarmoeder
  • Veel vruchtwater
  • De baby is in verhouding erg groot

Wat kunnen de gevolgen zijn?

Door de zwangerschapsdiabetes groeit je baby in de buik harder dan gebruikelijk.

Zwangerschapssuiker is goed te behandelen, maar als dat niet gebeurt, kan het ernstige gevolgen voor jou en je baby hebben.

Gevolgen voor de baby

Je baby maakt extra insuline aan, omdat hij te veel suiker binnenkrijgt. Die insuline zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet in vet; het vet wordt opgeslagen in zijn lichaamsweefsels en je baby groeit sneller dan normaal. De kans op vroeggeboorte is groter en zijn longen kunnen niet goed rijpen. Voor de bevalling betekent een hoog geboortegewicht dat die langer kan duren, moeilijker en gevaarlijker kan zijn, voor beiden. De kans op een keizersnee neemt toe.

Als het lichaam van je baby veel insuline produceert, ook na zijn geboorte nog, daalt zijn bloedglucosespiegel tot een (te) laag niveau. Een te lage bloedglucosespiegel kan schadelijk zijn, bijvoorbeeld voor de hersenfunctie. Daarom is het belangrijk dat zijn bloed de eerste 24 uur na zijn geboorte wordt gecontroleerd, tot de bloedglucose stabiel is.

Er is een kleine kans dat je baby op latere leeftijd diabetes type II krijgt. Hoe sneller de zwangerschapsdiabetes wordt ontdekt en hoe beter je wordt behandeld, hoe kleiner die kans is.

Gevolgen voor jou

We noemden al dat het risico op complicaties tijdens de bevalling hoog is: vroeggeboorte, keizersnee, bevalling met instrumenten in verband met het hoge geboortegewicht.  Als je bloedglucosespiegel (te) hoog is, loop je bovendien meer risico op een infectie. Vooral je nieren, blaas, baarmoederhals en de baarmoeder kunnen het dan ontgelden.

Als je eenmaal zwangerschapsdiabetes hebt gehad, is de kans dat je op latere leeftijd een reguliere vorm van diabetes krijgt: 50%. Dit is vaak het zogenaamde type II diabetes. Daarbij maakt je lichaam zelf nog wel insuline aan, maar niet zo veel als je nodig hebt. Deze vorm van suikerziekte kun je bestrijden met een dieet en bloedsuikerverlagende tabletten. De kans dat de zwangerschapssuiker tijdens een volgende zwangerschap terugkeert, is ongeveer 90%.

Leidt zwangerschapssuiker tot aangeboren afwijkingen?

Nee. Zwangerschapsdiabetes verhoogt niet het risico op aangeboren afwijkingen. Dat komt doordat de problemen met de glucosespiegel pas ontstaan als de organen van de baby al zijn gevormd.

Behandeling zwangerschapsdiabetes

In veel gevallen kun je zwangerschapsdiabetes te lijf gaan met gezonde voeding. In plaats van drie grote maaltijden per dag krijg je waarschijnlijk meerdere kleinere maaltijden voorgeschreven. In het dieet van minder koolhydraten en minder vetten staat voorgeschreven hoeveel je waarvan mag. Behalve matigen met pasta, brood en aardappelen, kun je voorlopig ook beter chocolade en koekjes laten staan.

Soms is een dieet niet voldoende om de suikerspiegel omlaag te krijgen. In dat geval krijg je tijdens de rest van de zwangerschap extra insuline. Dit is meestal niet meer nodig zodra je bent bevallen.

Vier weken na het ontdekken van de zwangerschapssuiker wordt de bloedglucosespiegel opnieuw gemeten om te kijken of het dieet werkt. Als dat het geval is, blijf je onder begeleiding van de verloskundige en wordt je bloedglucosespiegel elke vier weken gecontroleerd. Als de waardes niet goed zijn, word je doorverwezen naar een gynaecoloog die dan meestal insuline voorschrijft, soms in tabletvorm.

Belangrijk om te weten: als er geen complicaties optreden, kun je een ‘normale’ geboorte verwachten.

Wanneer is zwangerschapssuiker weer over?

Na de bevalling kun je weer normaal gaan eten, uiteraard met het advies om gezonde voeding te gebruiken. Als je insuline of bloedglucose verlagende medicatie kreeg, kun je daarmee stoppen, tenzij er sterke aanwijzingen zijn dat het toch om blijvende diabetes gaat.

Om blijvende diabetes uit te sluiten, wordt je bloedglucosespiegel zo’n zes weken na de bevalling weer gemeten. Bij ongeveer 6% van de zwangeren waarbij tijdens de zwangerschap diabetes ontdekt is, komt na de bevalling nog een stoornis in de glucosetolerantie voor – die uiteraard behandeld moet worden.

Meer vragen over zwangerschapssuiker? Praat mee op het forum.