Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Eeneiige tweeling of twee-eiige tweeling

Bij ongeveer één op de tachtig zwangerschappen komt er op natuurlijke wijze een tweeling. Hiervan is twee derde een twee-eiige tweeling en een derde eeneiige tweeling. Wat zijn de verschillen, hoe ontstaan tweelingen en hoe zit het met erfelijkheid?

Eeneiige of twee-eiige tweeling: hoe ontstaan ze?

De eiigheid van een tweeling noem je zygositeit. Eeneiig is monozygoot, twee-eiig noem je dizygoot. Het kan gebeuren dat je een dubbele eisprong hebt: tijdens de eisprong laten er dan twee eitjes los in plaats van één. Als beide eitjes bevrucht worden, ontstaat er een twee-eiige tweeling. Een tweeling kan ook ontstaan doordat uit één bevruchte eicel twee baby’s groeien. Tijdens het delen van de bevruchte eicel splitst deze in twee. In dit geval heb je te maken met een eeneiige tweeling. Een combinatie is ook mogelijk. Zo kan bijvoorbeeld een drieling bestaan uit een eeneiige tweeling en een derde baby uit een andere eicel.

Advertentie

Aparte of een gedeelde vruchtzak en placenta?

Als je zwanger bent, zit je baby in een vruchtzak met daarin vruchtwater in je baarmoeder. Deze vruchtzak bestaat uit een dun binnenste vlies, het amnion, en een dikker buitenste vlies, het chorion. De vruchtzak met vruchtwater beschermt je baby. Alles wat je baby verder nodig heeft (zuurstof, voedingsstoffen), krijgt hij via de placenta en de navelstreng. Twee-eiige tweelingen hebben altijd ieder een eigen vruchtzak en een eigen placenta. Eeneiige tweelingen delen meestal een placenta, maar zitten allebei in hun eigen vruchtzak. Maar eeneiige tweelingen kunnen ook ieder hun eigen vruchtzak met een eigen placenta hebben. Dit wordt in medische termen een dichorialediamniotische tweeling genoemd. De placenta’s kunnen ook nog samengroeien, wanneer ze dicht bij elkaar liggen. Je ziet dan op de echo’s maar één grote placenta, en toch kan de tweeling twee-eiig zijn.

Bij een eeneiige tweeling hangt het af van het moment van splitsing of ze ieder hun eigen vruchtzak en een eigen placenta ontwikkelen, of dit delen. Vindt de splitsing in de eerste drie dagen na de bevruchting plaats, dan ontstaan er, net als bij een twee-eiige tweeling, twee aparte placenta’s en twee aparte vruchtzakken.

Gebeurt de splitsing tussen de vierde en de achtste dag, dan ontwikkelen zich bij de eeneiige tweeling één buitenste vruchtvlies en twee binnenste vruchtvliezen. De baby’s liggen dus wel in twee verschillende vruchtzakken, maar delen een placenta. Dit heet een monochoriale-diamniotische tweeling.

Bij drie procent van de eeneiige tweelingen zitten beide baby’s in één vruchtzak zonder tussenschot, en delen ze een placenta. Dit is een monochoriale-monoamniotische tweeling. In dat geval vond de splitsing pas tussen de achtste en de twaalfde dag na de bevruchting plaats.

Splitst de bevruchte eicel zich nog later, dan onstaat er een gespiegelde tweeling of zelfs een siamese tweeling.

Wanneer er maar één buitenste vruchtvlies is, is de tweeling altijd eeneiig. Bij deze vorm is er een grotere kans op complicaties, zoals het Tweeling Transfusie Syndroom (TTS) of Tweeling Anemie Polycythemie Sequentie (TAPS). Twee-eiige tweelingen hebben altijd eigen vruchtvliezen, maar het kan er op een echo dus wel uitzien alsof er maar één placenta is.

echo tweeling
Echo-foto van een twee-eiige tweeling in de baarmoeder.

Lees ook: Zwanger van een tweeling? Antwoord op alle vragen die in je opkomen!

Hoe weet je of het een eeneiige of twee-eiige tweeling is?

Misschien heb je gehoord dat een tweeling altijd twee-eiig is als er bij de geboorte twee placenta’s of twee aparte vruchtzakken te zien zijn. Dat is een misverstand. Het is namelijk ook mogelijk dat zo’n tweeling eeneiig is. Zoals hierboven uitgelegd, heeft het bij een eeneiige tweeling alles te maken met het moment waarop de eicel zich splitst. Aan de hand van het aantal placenta’s bij de geboorte kun je dus niet zeggen of een tweeling een- of twee-eiig is. Maar hoe dan wel? Als beide baby’s een ander geslacht hebben, weet je zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Zijn ze van hetzelfde geslacht, dan kan onderzoek van de vruchtzak en placenta duidelijkheid geven. Dit zijn de opties:

  • Er zijn twee placenta’s en het tussenschot tussen beide baby’s bestaat uit vier lagen. Dit kan een eeneiige- of een twee-eiige tweeling zijn. (Afbeelding A)
  • Er is één placenta en het tussenschot tussen beide baby’s bestaat uit twee lagen. Dit is altijd een eeneiige tweeling. (Afbeelding B)
  • Er is één placenta en er is geen tussenschot. Dit is altijd een eeneiige tweeling. (Afbeelding C)

Er lijkt één placenta te zijn en het tussenschot tussen de beide baby’s bestaat uit vier lagen. Dit kan een eeneiige- of een twee-eiige tweeling zijn.

eeneiige tweeling
Bron: mijnkinderarts.nl

Met een echo, vroeg in de zwangerschap, kan meestal al worden bepaald of jouw tweeling eeneiig of twee-eiig is. Als de baby’s allebei van een ander geslacht zijn, weet je zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Maar als beide baby’s hetzelfde geslacht hebben én ieder een eigen vruchtzak met daartussen een tussenschot dat bestaat uit vier lagen, is het na de geboorte lastig te zeggen of dit een eeneiige- of twee-eiige tweeling is. Dan kun je gewoon afwachten: een eeneiige tweeling lijkt namelijk qua uiterlijk en gedrag erg veel op elkaar. Maar het bloed van beide navelstrengen kan ook worden onderzocht op bloedgroep en rhesusfactor. Zit hier een verschil tussen, dan weet je zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Hebben beide baby’s dezelfde bloedgroep, dan is de kans heel groot dat het om een eeneiige tweeling gaat. Wil je het écht zeker weten, dan biedt een DNA-test uitkomst. De genen van een eeneiige tweeling zijn namelijk volkomen identiek aan elkaar.

Leestip: Dit is de rhesusfactor en hoe kan je de rhesusziekte voorkomen? 

Waarom is het verschil belangrijk?

Zijn ze een- of twee-eiig? Het is vaak één van de eerste vragen die je als ouder van een tweeling krijgt. Naast dat zowel de ouders als de omgeving het gewoon graag willen weten, zijn er meer redenen waarom het verschil belangrijk is. Bij een erfelijke aandoening is het van belang, omdat eeneiige tweelingen dezelfde erfelijke eigenschappen hebben. Daarbij komt dat eeneiige tweelingen de idele donoren van bloed en organen zijn voor hun tweelingbroer of -zus. Ook zegt het iets over de herhaalkans in een eventuele volgende zwangerschap. Regelmatig wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan onder tweelingen en ook daarbij is het noodzakelijk om te weten om wat voor tweeling het gaat.

Kans op een tweeling

De kans op het krijgen van een tweeling is niet heel groot. Het lijkt tot nu toe gewoon puur toeval te zijn als je zwanger wordt van een eeneiige tweeling. Er zijn aanwijzingen dat sommige vruchtbaarheidsbehandelingen de kans op een eeneiige tweeling vergroten, maar hier is nog veel onduidelijkheid over. Bij het krijgen van een twee-eiige tweeling spelen een aantal factoren een belangrijke rol:

  1. Erfelijkheid

    Nederlandse onderzoekers ontdekten na uitgebreid DNA-speurwerk in 2016 twee genen die de kans op een twee-eiige tweeling vergroten. Wanneer je een ‘spelfoutje’ hebt in beide genen, is de kans op een twee-eiige tweeling 26 procent groter. De gevonden genvarianten hebben beide invloed op de hoeveelheid eitjes die vrijkomt per cyclus (normaal is dat er één). Lees hier meer over erfelijkheid. Zowel de vader als de moeder kan zo’n gen doorgeven aan de kinderen. Als één van de ouders drager is, wordt vijftig procent van de kinderen drager. Alleen dochters van een drager hebben een verhoogde kans om zwanger te worden van een twee-eiige tweeling. Als een zoon drager is, heeft hij zelf niet een hogere kans om vader te worden van een tweeling. Hij kan wel weer genen doorgeven aan een dochter, die vervolgens weer wél een verhoogde kans heeft op een zwangerschap van een tweeling. Daardoor kan het krijgen van een tweeling dus een generatie overslaan.

  2. Etnische achtergrond

    Vrouwen met een donkere huidskleur hebben een twee tot vier keer grotere kans op het krijgen van een tweeling dan witte vrouwen. Aziatische vrouwen hebben in verhouding dan weer een kleinere kans om zwanger te raken van een tweeling dan andere vrouwen. Zo zijn in Japan maar zes op de duizend zwangerschappen een tweeling. Het zou te maken hebben met een combinatie van genen, hormonen en voedsel.

  3. Leeftijd

    De leeftijd van de vrouw speelt ook een belangrijke rol in de kans op een spontane tweelingzwangerschap. Als vrouwen ouder worden, gaan hun eierstokken slechter functioneren. Hoe ouder de moeder is, hoe onregelmatiger de eisprong (ovulatie). Dat vergroot de kans dat er meerdere eicellen tegelijk vrijkomen. Zo is de kans op het krijgen van een tweeling voor een 25-jarige vrouw ongeveer één op negentig en voor een 40-jarige vrouw één op zestig. Lees meer over zwanger op latere leeftijd.

  4. Vruchtbaarheidsbehandelingen

    Ook vruchtbaarheidsbehandelingen, zoals IVF en ICSI, vergroten de kans op een tweeling. Bij deze behandelingen worden namelijk wel eens twee bevruchte eicellen in de baarmoeder teruggeplaatst. Dit vergroot de kans op een tweeling. Uit alle succesvolle IVF- en ICSI-behandelingen ontstaat bij 10-25 procent een meerlingzwangerschap. Het aantal tweelingen door IVF of ICSI is de laatste jaren wel afgenomen, omdat nu vaker één embryo wordt teruggeplaatst in plaats van twee.

  5. Lengte en BMI

    Ook de lichaamslengte en BMI hebben invloed op het ontstaan van een spontane twee-eiige tweelingzwangerschap. Lange vrouwen en vrouwen met een hoge BMI (boven de 30) hebben meer kans op het krijgen van een tweeling. Waarschijnlijk is de oorzaak hiervan een hormoon dat de gevoeligheid van de eierstokken vergroot, waardoor er niet één, maar twee eicellen tegelijk vrijkomen. Wanneer heb je overgewicht?

De zwangerschap van een tweeling

Over het algemeen vraagt een tweelingzwangerschap meer van je dan wanneer je in verwachting bent van één baby. Dat is niet zo gek, je draagt veel meer gewicht met je mee dan een vrouw die één baby in haar buik heeft. Je komt waarschijnlijk twaalf tot achttien kilo aan, in plaats van elf tot vijftien kilo. Maar je kunt ook meer last hebben van kwaaltjes als misselijkheid, braken en moeheid. En door de snelle groei van je baarmoeder is de kans op harde buiken en striae groter.

Een tweelingzwangerschap is een bijzondere zwangerschap, maar niet per definitie een problematische. Wel word je doorverwezen naar een gynaecoloog in het ziekenhuis, bij wie je de hele zwangerschap onder controle blijft. Je hebt meer echo’s en controles dan bij een eenling-zwangerschap. Zo kunnen zwangerschapscomplicaties als TTS, TAPS, een verhoogde bloeddrukzwangerschapsdiabeteszwangerschapsvergiftigingzwangerschapscholestase en een vroeggeboorte op tijd worden ontdekt.

Zwanger zijn van een tweeling vraagt ook veel energie van je. De kans op vroeggeboorte is kleiner wanneer je voldoende rust neemt en goed naar je lichaam luistert. En extra hulp van vrienden of familie? Sla het vooral niet af, maar neem het aan. Juist nu is dat middagdutje extra fijn én goed voor jullie alle drie (of vier, of vijf…). Bij een meerlingzwangerschap is het bijna altijd nodig om eerder te stoppen met werken. Afhankelijk van hoe jij je voelt, adviseren gynaecologen om zes tot acht weken voor de uitgerekende datum te stoppen. Gemiddeld worden tweelingen namelijk drie weken eerder geboren, dus bij 37 weken.

Lees hier wat je kunt verwachten qua complicaties bij een meerlingzwangerschap.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Video: Bijzondere video van een tweeling in de baarmoeder.

Paulien Perfors

Tweelingcoach

Paulien Perfors is tweelingcoach, kindercoach en gezinscoach. Als De Tweelingcoach geeft ze coaching, begeleiding en hulp bij het opvoeden & opgroeien van tweelingen en meerlingen. Ze ontwikkelde een online cursus over de peuterpuberteit bij tweelingen, welke interessant is voor iedere ouder met een peuter.

Paulien is zelf tweelingmoeder (eeneiige meisjes van 4 jaar) en weet uit ervaring dat het tweelingouderschap kan zorgen voor onzekerheid. Het zorgt ervoor dat je als ouders meer, maar ook andere keuzes moet maken. Het tweelingouderschap is niet te vergelijken met de ouderschap van eenlingen. Het is appels met peren vergelijken. Omdat er te weinig deskundige hulp voor tweelingouders en hun kinderen is, begon Paulien haar praktijk.

Aandacht hebben voor de onderlinge verschillen, maar geen onderscheid maken tussen de kinderen en tijdens de gehele opvoeding rekening houden met die speciale tweelingband. Dat is de grootste uitdaging van tweelingouders en hierin coacht Paulien de tweelinggezinnen.

Voor meer informatie: kijk op: De Tweelingcoach en voor achtergrond:
Instagram
Facebook
YouTube
LinkedIn