Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

CTG tijdens je zwangerschap en/of bevalling

Veel vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap of tijdens de bevalling een CTG. Er wordt dan een hartfilmpje van je ongeboren baby gemaakt. Hoe gaat zo’n CTG in z’n werk en wanneer wordt het gedaan?

In samenwerking met expert

Claire Stramrood

Gynaecoloog

Wat is een CTG?

CTG staat voor ‘cardiotocogram’. Het wordt ook wel een hartfilmpje genoemd. Met een CTG wordt namelijk de hartslag van je baby gemeten. Tegelijkertijd worden je weeën geregistreerd. ‘Cardio’ betekent hart, ‘toco’ staat voor weeën.

Advertentie

Een CTG wordt gemaakt tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling, om te monitoren hoe het gaat met jou en de baby. In de praktijk wordt het CTG vanaf 24 weken zwangerschap gebruikt.

Niet iedere zwangere vrouw krijgt een CTG. Het is geen standaard onderzoek, zoals een termijnecho. Een CTG wordt alleen gemaakt als er reden is om (extra) te checken of het goed gaat met je baby of om jouw weeënactiviteit te controleren. Een CTG-onderzoek is niet pijnlijk of schadelijk voor jou en de baby.

Lees ook: Alles over de verschillende typen weeën

Hoe gaat een CTG in z’n werk?

Een CTG gebeurt bijna altijd in een ziekenhuis. Het kan op twee verschillende manieren: uitwendig of inwendig. Tijdens je zwangerschap krijg je altijd een uitwendig CTG. Tijdens je bevalling kan een uitwendig of inwendig CTG worden gebruikt.

  • Uitwendige CTG: je buik moet bloot zijn voor een CTG. Er worden twee ronde apparaatjes op je buik geplaatst, één met en één zonder gel. Twee elastische banden houden de apparaatjes op hun plaats. Het ene apparaatje registreert de hartslag van je baby. Het andere apparaatje registreert de samentrekkingen van je baarmoeder; zoals eventuele harde buikenvoorweeën of weeën. Aan allebei de apparaatjes zit een draad die is verbonden met een monitor, waarop je direct kunt zien hoe de hartslag van je baby en je weeën verlopen.
  • Inwendig CTG: tijdens de bevalling kan de hartslag van de baby ook worden gemeten via een elektrode op zijn hoofd (schedelelektrode). Dit kan alleen als de vliezen al zijn gebroken. Tijdens inwendig onderzoek wordt er dan een klein schroefje in de hoofdhuid van je baby gedraaid (bij stuitligging in een bil). Dat schroefje lijkt nog het meest op de veer in een balpen, alleen dan kleiner, korter en dunner. Aan dit schroefje zit een draad die de registratie van de hartslag doorgeeft.

Medisch gezien is er een indicatie om een inwendig CTG (schedelelektrode) te gebruiken als de hartslag van de baby uitwendig niet goed kan worden geregistreerd. De conditie van de baby kan dan niet betrouwbaar worden vastgesteld. Dit komt vaker voor wanneer vrouwen (veel) overgewicht hebben of graag bewegen tijdens de weeën. Daarnaast is het in sommige ziekenhuizen standaard om ook een schedelelektrode te plaatsen bij een kunstmatige inleiding of wanneer een vrouw een ruggenprik wil.

Advertentie

De strakke banden om de buik vinden vrouwen soms vervelend zitten. Met een inwendig CTG zit er maar één band om je buik (voor het apparaatje dat de weeën registreert) in plaats van twee.

Veel ziekenhuizen hebben ook draadloos CTG, waarbij de apparaatjes zonder draad contact maken met de monitor. Je hebt dan meer bewegingsvrijheid, omdat je niet op of vlakbij het bed hoeft te blijven. Je kunt met draadloos CTG ook onder de douche of in bad.

CTG tijdens de zwangerschap

Krijg je tijdens je zwangerschap een CTG, dan gaat het om een uitwendig CTG. Dit onderzoek duurt minimaal een half uur, zodat de arts of klinisch verloskundige een goed beeld krijgt van de hartslag van de baby. Soms is daar meer tijd voor nodig, bijvoorbeeld omdat je baby net even ligt te slapen. Als je baby stil ligt, is zijn hartslag vaak erg gelijkmatig (weinig variatie). Begint je baby te bewegen, dan gaat de hartslag omhoog. Dat is een goed teken, want dat laat zien dat het hartje harder gaat werken om zuurstof rond te pompen. Ook als de hartslag (af en toe) naar beneden gaat, zal de arts of klinisch verloskundige het langer met het CTG willen registreren.

Er kunnen verschillende redenen zijn voor het maken van een CTG tijdens je zwangerschap. Bijvoorbeeld:

Advertentie

CTG bij de bevalling

Wanneer je met een medische indicatie in het ziekenhuis bevalt (= in de tweede lijn), is dit onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog. Het is dan gebruikelijk om tijdens de hele bevalling de conditie van de baby met CTG te monitoren. Het belangrijkste doel hiervan is om op tijd te zien wanneer de baby (mogelijk) in nood is en, door daarop te handelen, zuurstoftekort bij de geboorte te voorkomen. Bij verschillende situaties en aandoeningen is de kans hierop wat verhoogd, bijvoorbeeld bij:

De uitslag

De uitslag van een CTG of hartfilmpje is direct af te lezen op de monitor of op papier. Voor een betrouwbare uitslag tijdens de zwangerschap is het nodig om minimaal dertig minuten te registreren. De uitslag van een CTG tijdens een bevalling wordt meestal continu bijgehouden, totdat de baby is geboren. Het is zichtbaar op de monitor naast jouw bed in de verloskamer, maar ook op monitors op de afdeling, die door artsen, klinisch verloskundigen en verpleegkundigen in de gaten worden gehouden.

Op de monitor zie je een grafiek met twee of drie curves:

  • de hartslag van de baby staat bovenaan.
  • de activiteit van jouw baarmoeder staat onderaan. Deze curve laat zien hoe vaak je een wee of harde buik hebt. De hoogte van de pieken zijn geen maat voor hoe sterk de weeën zijn.
  • tijdens de bevalling wordt vaak ook jouw eigen hartslag geregistreerd, deze staat dan in het midden.

Hoe weet je of het CTG goed is?

De arts of klinisch verloskundige interpreteert aan de hand van duidelijke criteria of het CTG normaal, suboptimaal of abnormaal is.

Het is normaal dat de hartslag van je ongeboren baby niet helemaal stabiel is. De ‘basishartslag’ is normaal gesproken tussen de 110 en 160 slagen per minuut. Wanneer je baby heel beweeglijk is, kan dit tijdelijk oplopen tot 180 keer.

Tijdens de bevalling kan de baby reageren op jouw weeën. Dat kan de gynaecoloog zien aan zijn hartslag, bijvoorbeeld doordat deze omlaag gaat. Dat wordt ook wel ‘dippen’ genoemd. Het is niet per se zorgelijk dat er een kleine dip in de hartslag zit als jij een wee hebt. Na die wee gaat het hartritme meestal weer omhoog. Ook tijdens de uitdrijvingsfase is het heel normaal als de hartslag tijdelijk wat omlaag gaat.

Als de hartslag van je baby tijdens de bevalling langere tijd te hoog of te laag blijft, kan dat een teken zijn dat je kind het moeilijk heeft. Soms wordt er dan een extra onderzoek gedaan: microbloedonderzoek (MBO). Er wordt dan een krasje in het hoofd van de baby gemaakt, waarbij een paar druppels bloed vrijkomen die kunnen worden geanalyseerd. De gevonden waarde geeft aan of de baby in goede of slechte conditie is.

Wanneer het CTG niet goed is, kan de gynaecoloog ook voorstellen om in te grijpen en de bevalling sneller te laten verlopen, bijvoorbeeld met een vacuümverlossing of keizersnede.

Meer lezen: Herstellen na een keizersnede, alles wat je moet weten

Zwangere vrouw krijgt hartfilmpje

Voorbeeld van een uitwendige CTG.

Lees ook: Dit kun je verwachten van persweeën

CTG voor thuis

In sommige situaties wordt er tijdens een zwangerschap dagelijks een hartfilmpje gemaakt, om de gezondheid van je baby in de gaten te houden. Vroeger moest je dan vaak in het ziekenhuis blijven, maar tegenwoordig zijn er ook ziekenhuizen waarbij thuis een CTG kan worden gemaakt. Je krijgt ofwel uitleg hoe je dit zelf moet doen, of er komt elke dag iemand bij je thuis. Je krijgt een CTG-apparaatje mee en de uitslag wordt – door jou of automatisch – naar  het ziekenhuis gestuurd, en elke dag met je besproken.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Bronnen: NVOG richtlijn Foetale Bewaking, Antonius Ziekenhuis, MUMC

Claire Stramrood

Gynaecoloog

Claire is gynaecoloog in het Flevoziekenhuis in Almere en eigenaar van Beval Beter. Zij is gespecialiseerd in psychische klachten rondom de zwangerschap. In haar dagelijks werk begeleidt Claire vooral vrouwen met gecompliceerde zwangerschappen en bevallingen, bijvoorbeeld zwangere vrouwen met een hoge bloeddruk, verminderde groei bij de baby, of tweelingzwangerschappen.

Naast een gezonde moeder en baby, is haar doel ook altijd een positieve bevallingservaring, waarbij de autonomie en regie van de barende vrouw voorop staat. Als eigenaar van Beval Beter geeft Claire onderwijs en trainingen over (preventie van) traumatische bevallingservaringen en PTSS na de bevalling, en ze was ook voorzitter van de landelijke commissie die hier een richtlijn voor heeft geschreven.

Voor meer informatie: kijk op: Beval Beter en voor achtergrond:
Instagram @bevalbeter
Facebook
LinkedIn
Twitter
Volkskrant artikel: analyse bevallingscultuur
NRC artikel: Droombevalling? Droom maar lekker verder