Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

totaalruptuur, vrouw bevallen baby

Totaalruptuur tijdens de bevalling

Het is voor veel vrouwen een schrikbeeld: volledig uitscheuren tijdens de bevalling. Dit wordt ook wel een totaalruptuur genoemd. Gelukkig komt dit erg weinig voor, maar wat is een totaalruptuur precies? Kun je voorkomen dat je uitscheurt? En hoe verloopt het herstel?

Wat is een totaalruptuur?

Als het hoofdje van je baby wordt geboren, rekken de huid en onderliggende weefsels van je vagina en je perineum mee. Door het hormoon relaxine, dat je tijdens de bevalling aanmaakt, worden deze weefsels elastischer: het is er dus op gemaakt om flink te rekken. Toch ontstaan er bij veel bevallingen ook scheurtjes. De huid en/of onderliggende weefsels zijn dan ingescheurd.

Advertentie

Meestal zijn dit kleine scheurtjes, die je op het moment zelf niet merkt. Ze hoeven ook niet altijd gehecht te worden. Soms is een scheur, ook wel ruptuur genoemd, ernstiger. Bij een subtotaalruptuur is ook de kringspier van de anus gedeeltelijk gescheurd. Als de kringspier helemaal is doorgescheurd, heet dat een totaalruptuur. In het ergste geval loopt de scheur door tot in de darm.

Lees meer: Alles wat je moet weten over uitscheuren tijdens de bevalling

Oorzaken van een totaalruptuur

Een totaalruptuur komt weinig voor: bij 3 op de 100 vrouwen. De kans is het grootst bij de eerste bevalling en hangt af van een aantal factoren:

  1. De grootte van je baby. Als een baby erg groot is, rekken de huid en het weefsel meer op. De kans om in te scheuren is hierdoor iets groter. Je bevalhouding kan veel verschil maken bij de geboorte van een grote baby, kijk verderop bij tips om de kans op rupturen te verkleinen. Ben je zwanger van een grote of zware baby? Hier lees je daar meer over.
  2. Een kunstverlossing, zoals een vacuüm- of tangverlossing. Een totaalruptuur komt vaker voor bij een kunstverlossing dan bij een geboorte die vanzelf gaat. Een knip kan dit helaas niet altijd voorkomen.
  3. De ligging van de baby. Als een kind met zijn hoofd in een afwijkende ligging wordt geboren, is de kans op uitscheuren groter. Denk bijvoorbeeld aan een stuitligging.
  4. De snelheid en kracht waarmee je baby wordt geboren. Gaat de geboorte erg snel, dan krijgt de huid minder kans om rustig mee te rekken en kan hij eerder scheuren.
  5. De mate waarin de huid, het slijmvlies en de bekkenbodemspieren mee rekken. Een stugge huid kan minder makkelijk mee rekken. Bij een eerste vaginale bevalling is de huid vaak stugger dan bij een volgende bevalling.

Lees meer: Weeënstorm, wat is het en hoe ga je ermee om?

Voorkomen van een totaalruptuur

Hoe meer tijd de weefsels hebben om mee te rekken, hoe kleiner de kans op een ruptuur. Vrouwen die bij het persen voelen wat er gebeurt en goed kunnen volgen wat hun lichaam aangeeft, merken vaak goed hoeveel kracht ze moeten gebruiken tijdens een perswee, en wanneer ze even minder of geen druk willen zetten. Op het moment dat het hoofdje staat, vlak voordat het wordt geboren, is de druk op de vagina en het perineum het grootst. Dat kan een branderig gevoel geven: de huid rekt. De natuurlijke reactie is dan om je adem in te houden of oppervlakkig te zuchten, waardoor je vanzelf minder hard meeperst. Dit geeft de huid tijd om te rekken.

Voel je het zelf niet goed of vind je het spannend, dan kan je verloskundige of gynaecoloog je hierbij begeleiden. Ze vraagt dan om even niet te persen tijdens een wee, maar te zuchten of te puffen. Ook kan de verloskundige of gynaecoloog het hoofdje van je baby zo voorzichtig mogelijk door je vagina leiden, als je dit wilt.

Knip

Soms kan een knip voorkomen dat je ernstig inscheurt. De verloskundige of gynaecoloog kan beoordelen of dit verstandig is. Bij een knip wordt de vagina-uitgang vergroot, door het perineum schuin een stukje in te knippen in de richting van je bil. Soms scheurt de ingeknipte huid toch verder door. Als er geen totaalruptuur dreigt, kan de knip ook groter zijn dan de scheur die vanzelf zou zijn ontstaan. Een knip is dus geen standaardoplossing om inscheuren te voorkomen.

Totaalruptuur voorkomen?

Je kunt een totaalruptuur niet voorkomen. Je hebt dus ook niets verkeerd gedaan als het je overkomt. Er bestaat wel een hulpmiddel waarmee je tijdens de zwangerschap de spieren kunt trainen die je tijdens de geboorte gebruikt. Volgens een Duits onderzoek onder 276 vrouwen die hun eerste kind kregen, nam de kans op inscheuren en een knip af na gebruik van deze geboortetrainer (bij 37,4 procent was het perineum intact, tegenover 25,7 procent die geen geboortetrainer hadden gebruikt). Maar je kunt er volgens deskundigen geen totaalruptuur mee voorkomen. Hetzelfde geldt voor de onderstaande tips, maar ze kunnen de kans op inscheuren wel verkleinen:

  • Kies tijdens de persfase een bevalhouding waarbij je bekken gekanteld is en je niet op je rug ligt. Bijvoorbeeld liggend op je zij met opgetrokken benen. Of op handen en knieën. De ruimte in je bekken is zo het grootst, waardoor de baby er makkelijker door kan. Dit verkleint de kans op een kunstverlossing.
  • Als je in bad bevalt, kunnen je bekkenbodem en je perineum makkelijker ontspannen en zijn de weefsels soepeler. Dit verkleint de kans op een ruptuur.
  • Bij zwangerschapsyoga, hypnobirthing of mindfulness voor de zwangerschap krijg je handvatten die je helpen om te persen op gevoel en dit met zoveel mogelijk ontspanning en vertrouwen te doen. Als je je kunt overgeven, kan je bekkenbodem beter ontspannen. Ook voel je beter wanneer je kracht kunt zetten en even moet pauzeren tijdens het persen.
  • Met perineummassage kun je de weefsels van je perineum wat soepeler maken. Ook voel je hoe je je perineum en vagina bewust kunt ontspannen terwijl je druk geeft met je duim.

Behandeling van een totaalruptuur

Een totaalruptuur moet altijd worden gehecht, meestal met oplosbare hechtingen. Dit gebeurt op de operatiekamer onder algehele verdoving of met een ruggenprik. Heb je tijdens de bevalling een ruggenprik gehad, dan kun je soms meteen in de verloskamer worden gehecht. Vaak moet je een nacht in het ziekenhuis blijven en krijg je antibiotica om infecties voor te zijn. De oplosbare hechtingen zijn meestal na zes weken opgelost.

Pijn na een totaalruptuur

De meeste vrouwen herstellen volledig van een totaalruptuur, maar de eerste weken kunnen de klachten erg naar zijn. Het herstel kost tijd. Om dit te ondersteunen en pijn te verminderen, kun je het volgende doen:

  1. Neem rust, zolang als nodig is. Probeer veel te liggen en dit af te wisselen met af en toe een stukje lopen en zitten. Lang staan is niet verstandig. Voel goed wat je aankunt.
  2. Meestal is de pijn goed te onderdrukken met paracetamol. Wil je andere pijnstillers gebruiken en geef je borstvoeding? Lees dan goed de bijsluiter en check bij twijfel altijd bij verloskundige of huisarts of je het medicijn veilig kunt gebruiken. Hier lees je meer over het gebruik van medicijnen en borstvoeding geven.
  3. Zitten op een stevige ondergrond kan de zwelling verminderen. Bouw het zitten rustig op, het kan eerst erg pijnlijk zijn. Ook een koud kompres helpt tegen zwelling, bloeduitstortingen en pijn. Je kunt zelf een kompres maken door een maandverband nat te maken en in de vriezer te leggen. Vervolgens doe je het in een washandje en leg je het tegen de hechtingen.
  4. Het is belangrijk om de wond goed schoon te houden. Verwissel vaak het kraamverband, spoel de wond schoon na elk toiletbezoek en spoel ook tijdens het douchen zachtjes met de douchekop. Voor de genezing helpt het om de wond af en toe te laten luchten als je op bed ligt.
  5. Extra hulp in huis kan de eerste weken erg fijn (en hard nodig) zijn. Laat eten brengen, vraag of huur schoonmaakhulp of boek een postpartumdoula voor massages, gesprekken en andere fijne behandelingen die je herstel ondersteunen. Wees extra lief voor jezelf en laat je zoveel mogelijk verzorgen.

Over het algemeen is de wond na vier tot zes weken goed genezen en is de pijn ook over. Bij sommige vrouwen duurt het herstel langer, tot wel een half jaar.

Plassen na een totaalruptuur

Naast de wond met hechtingen kun je kleine scheurtjes hebben in je huid die niet worden gehecht. Tijdens het plassen kan dit een branderig gevoel geven. Om dit te verlichten kun je het volgende doen:

  • Probeer te ontspannen en rustig de tijd te nemen.
  • Spoel tijdens het plassen je vagina met een kan lauw water.
  • Plas onder de douche en spoel je vagina voorzichtig schoon met de douchekop. Zorg dat de druk van de straal uit de douchekop niet te hoog is.
  • Drink voldoende water.

Misschien heb jij geen last van een branderig gevoel, maar voel je juist minder in je onderlichaam. Je kunt het gevoel hebben dat je nog niet klaar bent met plassen. Dat komt omdat je bekkenbodemspieren zijn ingescheurd en weer gehecht. Ze werken daardoor minder goed.

Ontlasting na een totaalruptuur

Na een totaalruptuur krijg je een recept mee voor laxeermiddelen, die je een aantal weken moet gebruiken. De eerste keer poepen na een bevalling kan eng zijn, met name na een ruptuur. Misschien ben je bang voor de pijn en dat je de wond of hechtingen beschadigt. Dat kan gelukkig niet. Je ontlasting is veel kleiner dan je baby. Het is wel belangrijk dat je ervoor zorgt dat je ontlasting zacht blijft, zodat je spanning op de wond voorkomt.

  • Eet vezelrijk. Vezels zorgen voor een soepele ontlasting. Vezels zitten vooral in volkorenproducten, groenten en fruit. Drink daarnaast voldoende: vezels hebben vocht nodig om goed te kunnen werken. Drink dagelijks minstens anderhalf tot twee liter vocht.
  • Zorg voor voldoende beweging. Door regelmatig te bewegen wordt de darmbeweging gestimuleerd en kun je verstopping voorkomen.
  • Ga meteen naar de wc als je aandrang hebt. Als je het ophoudt, wordt je ontlasting hard en kan verstopping ontstaan.
  • Neem de tijd. Probeer de ontlasting vanzelf te laten komen door je te ontspannen. Dat valt misschien niet mee, na wat je achter de rug hebt. Zorg dat je zo comfortabel mogelijk zit, ontspan je lichaam en concentreer je op je ademhaling. Heb je ademhalingstechnieken geleerd tijdens een zwangerschapscursus, dan kun je die nu ook proberen.

Het kan voorkomen dat je na een totaalruptuur (tijdelijk) last krijgt van ontlastingsincontinentie. Dit betekent dat je ongewild wat ontlasting verliest en het niet kunt ophouden. Dat komt omdat je kringspier is beschadigd. Een bekkenbodemfysiotherapeut kan je leren de kringspier te trainen, zodat je hem weer goed kunt gebruiken. Misschien voel je gêne om hulp te vragen bij deze klacht. Er wordt niet openlijk over gepraat, maar weet dat je niet de enige bent. Je bent niet raar, dit is je overkomen en je verdient de juiste begeleiding om helemaal te herstellen.

Bekkenbodemspieren na een totaalruptuur

Misschien heb je door de ruptuur minder gevoel in je onderlichaam. Je voelt bijvoorbeeld niet meer of je klaar bent met plassen. Dat komt omdat je bekkenbodemspieren zijn ingescheurd en weer gehecht, waardoor ze minder goed werken. Als je weer gevoel krijgt in je onderlichaam en de wond geen pijn meer doet, kun je je bekkenbodemspieren gaan trainen. Die oefeningen zijn belangrijk om controle over je blaas te krijgen en een verzakking van je baarmoeder of blaas te voorkomen. Je kunt voor advies terecht bij een bekkenbodemspecialist.

Psychisch herstel

Een totaalruptuur is ingrijpend, zowel fysiek als geestelijk. Het kan een traumatische ervaring zijn. Vrouwen die hun bevalling als traumatisch hebben ervaren, hebben meer kans op psychische klachten, zoals PTSS of een postpartum depressie. Je kunt met allerlei gevoelens worstelen, van schaamte en angst tot diep verdriet. Hierbij spelen ook de omstandigheden waaronder je bent bevallen een grote rol, en hoe er met je is omgegaan door zorgpersoneel. Veel vrouwen vinden het moeilijk om hierover te praten, maar het is wel belangrijk voor je herstel. Als je erg gebukt gaat onder je ervaring, kan dit de hechtingsband met je baby ook beïnvloeden. Praat met je partner en vriendinnen en zoek professionele hulp als je je rot blijft voelen.

Er zijn psychologen die zich richten op vrouwen met een bevallingstrauma. Sommige zijn ook EMDR-therapeut (dit is een methode voor traumaverwerking). Ook zijn er verloskundigen en (geboorte)coaches gespecialiseerd in hulp na een bevallingstrauma. Als er iets ingrijpends met je lichaam is gebeurd, kun je veel fysieke spanning voelen of juist niets meer (willen) voelen in bepaalde delen van je lichaam. Lichaamsgerichte therapie zoals haptotherapie kan dan helpen om je trauma te verwerken. Kijk op stichtingbevallingstrauma.nl/hulpverleners of vraag je verloskundige of huisarts om advies.

Langdurige klachten

Het kan zijn dat je klachten houdt of dat je langere tijd na de bevalling (opnieuw) klachten krijgt. Dit zijn de meest voorkomende klachten:

  • moeite met het ophouden van ontlasting
  • ontlastingsverlies
  • moeite met het ophouden van winden
  • gevoel van verzakking
  • urineverlies
  • pijn bij het vrijen
  • pijn in bekkenbodem bij langdurig staan en/of zitten
  • psychische klachten

Aarzel niet om met deze klachten naar je huisarts te gaan of neem contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Met de juiste begeleiding is er vaak veel aan te doen. Meestal ga je hiervoor eerst naar een bekkenfysiotherapeut en eventueel een psycholoog of traumaverwerkingstherapeut. Als je na een aantal maanden niet genoeg herstelt, kun je eventueel ook worden doorverwezen naar een uroloog en/of maag-lever-darm-arts.

Seks na een totaalruptuur

Na een heftige geboorte en tijdens het herstel daarvan, komt seks misschien totaal niet in je op, of hooguit als zorg: hoe moet dat straks weer, kan je er ooit nog van genieten? Fysiek gezien zijn er geen duidelijke richtlijnen voor wanneer het weer ‘mag’ na een totaalruptuur, maar zolang de wond nog niet is hersteld en je nog pijn hebt, kun je beter wachten. De eerste keer seks kan pijnlijk zijn, doordat de huid en het littekenweefsel nog gespannen en stug zijn. En omdat je het misschien eng vindt om weer seks te hebben.

Minstens zo belangrijk als er fysiek klaar voor zijn, is hoe je het emotioneel beleeft. Het kan lastig zijn om het intiemste deel van je lichaam weer te zien als ‘van jou’ en dit te associëren met genieten, na de pijn die je hebt gehad. Of misschien wil je je lichaam extra beschermen, omdat je je tijdens de bevalling onveilig of machteloos hebt gevoeld.

Het is niet gek als je opnieuw moet leren om van seks te genieten. Praat hierover met je partner, zodat jullie samen rustig kunnen uitzoeken hoe jullie dit kunnen doen. Overhaast het niet en ga niet over je grenzen. Dit kan juist spanning vergroten. Komen jullie er samen niet uit, dan kun je ook (alleen of met je partner) hulp inschakelen van een seksuoloog. Voor jezelf én voor je relatie is het belangrijk om hier niet in je eentje mee te blijven worstelen.

Lees meer: 5 dingen waarmee je rekening moet houden als je gaat vrijen na de bevalling

Een volgende bevalling

Meestal kun je na een totaalruptuur weer vaginaal bevallen als je opnieuw zwanger wordt. De kans dat je weer een totaalruptuur krijgt is nog steeds erg klein: vijf procent (als je nog nooit een totaalruptuur hebt gehad is dit drie procent). Soms adviseert de verloskundige of gynaecoloog om via een keizersnede te bevallen, en het is natuurlijk belangrijk wat jij zelf wilt.

Het is verstandig om je bevalling hoe dan ook goed voor te bereiden. Hoe sterker je vertrouwen in een goede afloop, hoe beter je kunt ontspannen. Ontspanning is belangrijk voor een gezond geboorteproces. Vraag eventueel een geboortecoach of doula om hulp bij de voorbereiding en bespreek met je verloskundige hoe je graag begeleid wilt worden.

Bronnen: De Gynaecoloog, Radboud UMC

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.