Top 8 babykwaaltjes

Top 8 babykwaaltjes

Pasgeboren baby’s kunnen last hebben van typische babykwaaltjes. Die zijn bijna altijd onschuldig, maar toch schrik je er vaak van als je baby iets lijkt te mankeren. Daarom zetten wij de 8 meest voorkomende babykwaaltjes op een rij, hoe je ze herkent en wat je eraan kan doen.

1. Overstrekken

Als je baby zich overstrekt, spant hij de strekspieren in zijn rug krachtig aan doordat die spieren sterker zijn dan zijn buigspieren. Hij strekt zijn benen en legt zijn hoofd in z’n nek. Hierdoor kan hij moeilijk ontspannen en huilt hij vaak. Ook kan je baby moeite krijgen met eten, want om goed te kunnen slikken en zuigen heb je je buigspieren nodig.

Denk je dat je baby zich overstrekt, ga dan naar het consultatiebureau of de dokter. Zij kunnen je tips geven over hoe je je baby het beste kunt vasthouden en eventueel doorverwijzen naar een kinderfysiotherapeut.

2. Geel zien

De meeste baby’s zien de eerste of derde dag na de bevalling een beetje geel. Zeker te vroeg geboren baby’s, bij wie de lever soms nog niet goed werkt. Geel zien komt doordat een baby – ook al is hij gezond – met een te groot aantal rode bloedlichaampjes wordt geboren. De overtollige bloedlichaampjes sterven af en daarbij komt bilirubine, galkleurstof, vrij.

De lever kan die grote hoeveelheid bilirubine niet snel genoeg verwerken. Daardoor komt de galkleurstof in het bloed terecht en krijgt je baby een geel huidje. Deze geelzucht is meestal onschuldig en verdwijnt vaak binnen een week. Door daglicht verdwijnt de geelheid sneller, dus je kunt je baby’s bed bij het raam zetten als hij geel ziet.

3. Bloedend naveltje

Na de geboorte krijgt je baby een navelklem. Die zorgt ervoor dat het restje van de navelstreng eraf valt. Meestal gebeurt dat na een dag of zes. Bij sommige kinderen blijft een stukje herstelweefsel achter. Op het consultatiebureau kunnen ze dat aanstippen met zilvernitraat, zodat het verdwijnt. Baby’s kunnen de eerste tijd nog wel eens last hebben van een bloedende navel, maar dat kan geen kwaad. Het kan komen door te lang schoonmaken met een alcoholgaasje, waardoor het korstje eraf gaat. Als het wondje te lang open blijft, verwijst het consultatiebureau je door naar de huisarts.

4. Traanogen

Het traanbuisje dat het traanvocht van het oog naar de neus brengt, is bij pasgeboren baby’s nog smal en werkt daardoor niet goed. Daardoor kan je baby last krijgen van een traanoog. Gelukkig gaat het meestal na een week of zes vanzelf over, als de traanbuis volgroeid is. Veel kun je er in de tussentijd niet tegen doen. Maak de ogen schoon door ze te deppen met een watje of gaasje met afgekoeld gekookt water. Veeg naar de neus toe, anders komt het vuil weer in het oog. Ook kun je de traanbuis ‘masseren’ door er met je pink zachtjes overheen te wrijven.

5. Spugen

Het is niet gek als je baby na de voeding een mondje melk teruggeeft. Dat doen de meeste baby’s. Misschien heeft hij te veel voeding gehad en kan het laatste beetje er niet meer bij. Of hij heeft te veel lucht binnengekregen bij het drinken. Het kan ook zijn dat het gaatje in de speen te groot is. Houd je baby na het voeden een poosje rechtop, dan kan de voeding beter zakken. Bij de meeste baby’s gaat het spugen vanzelf over als ze vast voedsel krijgen.

Groeit je baby goed en heeft hij voldoende plasluiers, dan is er niets aan de hand. Als je baby grote hoeveelheden blijft spugen en er zichtbaar last van heeft, kun je met hem naar de huisarts gaan. De huisarts kan je bij flesvoeding adviseren de melk in te dikken met johannesbroodpitmeel of misschien schrijft hij medicijnen voor. Is dat ook niet de oplossing, dan is je baby misschien allergisch voor bepaalde voeding.

6. Darmkrampen

Huilt je baby hard en langdurig, vooral ’s avonds en strekt hij zijn beentjes en trekt hij ze daarna weer in? Zie je dat hij pijn heeft en is hij ontroostbaar? Dan is de kans groot dat hij last heeft van darmkrampjes. Waarschijnlijk ontstaan darmkrampen doordat de darmen nog niet helemaal volgroeid zijn. Ook kan het zijn dat je baby te veel voeding krijgt of dat hij lucht binnenkrijgt bij het drinken.

Geef je borstvoeding en heeft je baby ook overdag krampen, dan kan dat komen door iets dat je zelf hebt gegeten. Wat jij eet, komt zes uur later in de borstvoeding terecht. Om de pijn te verzachten kun je zachtjes over je baby’s buik wrijven. Of draag hem in buikligging op je arm of leg een warme kruik in een handdoek gerold tegen zijn buik aan. Buikkrampen zijn een van de typische babykwaaltjes van de eerste drie maanden. Meestal verdwijnen ze daarna vanzelf.

7. Spruw

Spruw ziet eruit als witte spikkels op de tong, op het slijmvlies van de wangen en op het gehemelte van je kind. Je kunt de vlekjes niet wegvegen. Spruw is een infectie die wordt veroorzaakt door de schimmel Candida Albicans. Niet alleen borstgevoede kinderen krijgen spruw. Ook als je kunstvoeding geeft, kan je baby er last van hebben.

Een baby met spruw wil meestal niet eten en heeft pijn in zijn mond. Via de mond kan het maag-darmkanaal worden geïnfecteerd en zo kan hij ook uitslag op zijn billen krijgen. Als je borstvoeding geeft, kun je zelf last hebben van pijnlijke tepels. Spruw verdwijnt meestal vanzelf. Is dat na een week nog niet gebeurd, ga dan naar de dokter. Hij schrijft een middeltje voor waardoor het binnen een paar dagen over is.

8. Luieruitslag

Bijna alle baby’s hebben wel eens luieruitslag. Op de billen of aan de binnenkant van de bovenbenen ontstaan dan rode, schrale plekken. Die kunnen pijnlijk zijn. Luieruitslag ontstaat doordat de luier langs de tere huid schuurt en de huid lange tijd in contact staat met urine en ontlasting.

Verschoon je baby dus regelmatig en maak zijn billen schoon met lauw water zonder zeep. Dep ze zachtjes droog en laat je kind als het even kan met de billen bloot liggen, zodat de plooien goed drogen. Smeer de billen daarna in met zinkzalf. Is de luieruitslag niet na een paar dagen over of wordt het zelfs erger, ga dan met je baby naar de huisarts. Hij kan dan een schimmeltje hebben.