dysmature-baby

Dysmatuur geboren baby’s

Als je baby bij de geboorte kleiner is dan je op basis van het aantal weken zwangerschap zou verwachten, is hij dysmatuur. Hij heeft een groeiachterstand en organen kunnen onrijper zijn dan verwacht. Wat kun je doen als je baby dysmatuur is? En wat zijn de oorzaken en gevolgen?

Een baby die tussen de 37 en 42 weken geboren wordt, weegt gemiddeld tussen de 2500 en 4500 gram. Maar soms gebeurt het dat een baby na 37 weken zwangerschap geboren wordt, maar toch een geboortegewicht heeft dat lager is dan daar bij past. Deze kinderen worden dysmatuur of Small for Gestational Age (SGA) genoemd.

Zo’n laag geboortegewicht kan door verschillende oorzaken komen, afhankelijk van het daadwerkelijke gewicht en de oorzaak heeft een baby speciale en soms meer intensieve zorg nodig.

Dysmatuur versus prematuur

Te vroeg geboren baby’s worden in medische taal prematuur genoemd, oftewel ‘voor de rijping’. Dysmatuur betekent ‘verkeerde rijping’. Regelmatig zijn premature baby’s ook dysmatuur, maar dat hoeft niet.

Hoe weet je of je baby dysmatuur is?

Het kan zijn dat je al weet dat je een kleine baby verwacht, omdat dit tijdens je zwangerschap al is geconstateerd tijdens een echo. Het kan zijn dat de verloskundige je buikuitzetting klein vindt en dat daarom een extra echo wordt verricht. Alleen een kleine buikomvang vertelt niet iets over de grootte van je kind, maar het kan wel de eerste reden zijn voor verder onderzoek. Toch gebeurt het ook weleens dat zowel de ouders als de verloskundige bij de bevalling worden verrast.

Baby’s die te licht zijn voor hun leeftijd, vertonen nog een aantal andere kenmerken:

  • de baby is hongeriger en onrustiger dan een baby met een gemiddeld geboortegewicht.
  • de baby heeft weinig lichaamsvet en kan zichzelf daardoor moeilijk op temperatuur houden.
  • vaak hebben dysmature baby’s een relatief groot hoofd vergeleken bij de rest van hun lichaam.

Oorzaken

Wat de reden is dat een baby achterblijft in groei, is niet altijd goed vast te stellen. Toch zijn er een aantal factoren die meespelen. Sommige hebben betrekking op de moeder, anderen hebben te maken met de baby.

Factoren bij de moeder

  • De placenta kan niet goed aangelegd zijn. Dit kan komen door roken of een hoge bloeddruk. Maar ook door misbruik van andere middelen zoals alcohol of drugs. De bloedvaten in de placenta zijn dan vaak anders aangelegd waardoor ze minder goed voedingsstoffen en/of zuurstof kunnen doorlaten.
  • De placenta kan een andere vorm hebben, bijvoorbeeld uit twee delen, of de navelstreng zit niet netjes in het midden van de placenta maar aan de rand of in de vliezen.
  • De placenta ligt niet op de goede plek, bijvoorbeeld voor de uitgang van de baarmoeder.
  • Moeder ontwikkelt zwangerschapsvergiftiging of het HELLP syndroom. Hierbij worden de bloedvaten in de placenta ook aangetast waardoor ze onvoldoende de ongeboren baby kunnen voeden.
  • Een moeder die zelf zeer ernstig ondervoed is, kan de baby vaak niet genoeg voedingsstoffen bieden. Dit komt voor in derde wereld landen. Over het algemeen neemt de baby wat hij nodig heeft en speelt deze factor in Nederland niet zo’n grote rol.

Infecties

Er zijn een aantal infecties die in de zwangerschap gevaarlijk kunnen zijn voor de ongeboren baby. Deze zorgen vaak voor een slechte groei bij het kind en kunnen ook andere afwijkingen geven. Ze worden samen gevat in een afkorting: TORCHES (toxoplasmose, rubella, CMV, chlamydia, herpes, syfilis). Wanneer er gedacht wordt aan een beperkte groei in de baarmoeder wordt hier onderzoek naar ingezet.

Factoren bij het kind

  • Baby’s die onderdeel uitmaken van een meerling lopen een grotere kans op een laag geboortegewicht.
  • Een chromosomale afwijking, syndromale aandoening of genetische aanleg kunnen een rol spelen bij een laag geboortegewicht. Als er aanwijzingen zijn bij het echo onderzoek kan daar onderzoek naar verricht worden, als nodig met behulp van de klinische genetica.

Behandeling van een dysmatuur geboren baby

Vaak moeten dysmature kinderen worden opgenomen op de afdeling neonatologie. Hier wordt je baby extra goed in de gaten gehouden. Het is belangrijk om de oorzaak van de slechte groei te onderzoeken. Afhankelijk hiervan kan de kinderarts of neonatoloog bepalen wat de juiste behandeling is.

Vaak kunnen kleine baby’s zichzelf niet goed genoeg op temperatuur houden. Daarom worden ze in het begin vaak in de couveuse gelegd.

Het kan ook zijn dat ze moeite hebben met drinken. Op de afdeling neonatologie is daar extra aandacht voor omdat het juist belangrijk is dat je baby goed drinkt om te kunnen groeien. Dysmature baby’s ontwikkelen sneller dan grote kinderen een te lage bloedsuiker. Een tekort aan glucose kan gevaarlijk zijn voor de ontwikkeling van zijn hersenen. Daarom zal dit regelmatig gecontroleerd worden. Als de glucosewaarden in het bloed te laag zijn, zal je baby door middel van een infuus extra glucose toegediend krijgen.

Met een dysmature baby betekent het vaak dat je de kraamweek in het ziekenhuis doorbrengt. Vaak mag jij zelf al na een paar dagen naar huis. Of je baby dan ook al mee mag, hangt af van een aantal dingen:

  • hoe groot je baby is bij geboorte; onder de twee kg betekent opname op de kinderafdeling
  • of de bloedglucoses zonder glucose infuus goed blijven
  • of je baby zelf zijn temperatuur op peil kan houden
  • of je baby voldoende groeit
  • of je baby zelfstandig drinkt

Als alles goed gaat, kan je baby gewoon met je mee naar huis en kunnen jullie thuis als gezin gaan genieten.

Borstvoeding bij dysmature baby’s

Moedermelk is altijd de beste voeding voor pasgeboren baby’s. Voor te klein geboren baby’s geldt dat het waarschijnlijk nog belangrijker is omdat eigen moedermelk het beste wordt verdragen door de kwetsbare darmen en de baby ook meteen jouw antistoffen binnen krijgt en dus kan werken aan zijn eigen immuunsysteem.

Heel kleine baby’s kunnen vaak niet alle voeding zelf drinken en krijgen een neus-maagsonde. Hierdoor wordt bij voorkeur eigen moedermelk gegeven. Dat betekent dat moeders worden gestimuleerd om melk af te kolven. Dat is soms best pittig. Wanneer je kind de coördinatie tussen zuigen en slikken snapt kan hij aan de borst en is de borstvoeding inmiddels goed op gang.

Bijvoeden

Sommige dysmature baby’s starten goed met de borstvoeding, maar verliezen na een paar dagen toch zo veel energie dat ze beginnen af te vallen. Extra voeding of een andere manier van voeden kan dan helpen.

Je kunt bijvoeding geven met eigen afgekolfde moedermelk of met kunstvoeding. Dit kan met een cupje, vingervoeding of met de fles. Bij hele kleine baby’s wordt wanneer de voeding goed wordt verdragen extra eiwit toegevoegd. Dat heet breast milk fortifier. Wanneer er geen moedermelk is wordt gekozen voor speciale pre/dysmaturenvoeding of eventueel donormelk met fortifier.

Worstel je met de borstvoeding, bedenk dan dat elk kind en elke situatie anders is. Als het niet lekker loopt, is het verstandig op tijd de hulp van een lactatiekundige in te schakelen. Zij heeft veel ervaring met borstvoeding en kan praktische tips en adviezen geven waardoor snel verbetering optreedt.

Gevolgen te laag geboortegewicht

Meestal komt het met te licht geboren baby’s goed. Na een periode van extra zorg mogen ze gewoon mee naar huis. Ze zijn alleen in de eerste periode wel kwetsbaarder dan andere baby’s. De longen, nieren, hersenen, het hart, het spijsverteringskanaal en het immuunsysteem zijn nog niet helemaal rijp. Hierdoor zijn ze vatbaarder voor verschillende ziektes en infecties.

Uit onderzoek is wel gebleken dat dysmature kinderen op latere leeftijd meer risico hebben op:

  • Een ontwikkelingsachterstand
  • Spraak- en taalproblemen
  • Leer- en gedragsproblemen
  • Het zogenaamde metabool syndroom met daarbij:
  • Overgewicht
  • Diabetes type 2
  • Hart- en vaatziekten

Inmiddels weten we dat een te klein geboren baby vooral zijn eigen groeicurve moet gaan volgen. Daar moet een stijgende lijn in zijn. Vroeger dacht men dat baby’s de groei echt moesten inhalen, maar nu blijkt dat juist die kinderen meer kans hebben op het metabool syndroom. Er worden nog steeds veel studies gedaan om te kijken wat de beste extra voeding is en hoe je de te klein geborenen het beste kunt laten groeien, zonder dat ze er later last van krijgen.

Machteld van Scherpenzeel

Kinderarts - Fellow Neonatoloog

Machteld van Scherpenzeel-de Vries is kinderarts neonatoloog in het Medisch Centrum Leeuwarden. Daar werkt ze op de post IC en de kinderafdeling waar ze kinderen die te vroeg geboren zijn, volgt in hun groei en ontwikkeling. Ze is moeder van drie kinderen. Ze zette het project UNIEK op om meer faciliteiten speciaal voor de pasgeborenen en hun ouders te kunnen financieren.