Borstvoeding: 5 veel voorkomende problemen

Borstvoeding: 5 veel voorkomende problemen

Wat doe je als borstvoeding geven niet lukt? En hoelang ga je ermee door? Het geven van borstvoeding gaat vaak gepaard met allerlei dilemma’s. Dit zijn de vijf meest voorkomende borstvoeding problemen.

Door borstvoeding krijgt je baby belangrijke voedingsstoffen binnen, en bovendien is het goed voor de band die je met je kind opbouwt. Maar er zijn vaak ook dilemma’s.

1. Hoelang blijven voeden?

Hoelang je de borst geeft, is per persoon verschillend. De een stopt al na een paar dagen omdat het niet lukt. Anderen blijven hun kind voeden tot ze de WHO-norm hebben gehaald (2 jaar) of misschien nog langer. Het is niet belangrijk wat anderen ervan vinden dat je borstvoeding geeft. Het belangrijkste is dat jij je er prettig bij voelt.

2. Wat als het niet lukt?

Als borstvoeden niet meteen lukt, is er gelukkig allerlei hulp mogelijk. In de eerste plaats kun je terecht bij je kraamverzorgster. Zij kan je bijvoorbeeld helpen met goed aanleggen. Krijgt je baby niet genoeg binnen en valt hij teveel af? Dan kun je een kolf huren bij de thuiszorgwinkel en hem bijvoeden met je eigen melk. Als je baby de borst niet goed pakt of als het voeden pijn doet en je komt er met de hulp van je kraamverzorgster niet uit, dan kun je een lactatiekundige inschakelen. Vaak lukt het met een beetje hulp prima.

3. Genoeg melk?

Veel moeders vragen zich of af ze wel genoeg melk hebben om hun kind te voeden. Meestal is dat wel het geval. Kolf je minder dan je baby nodig heeft? Dat betekent niet dat je baby aan de borst ook te weinig krijgt. Onthoud dat de drinktechniek van je baby veel efficiënter is dan een kolf, en dat hij altijd meer uit je borst krijgt dan de kolf.

Blijk je toch te weinig melk te hebben en extra kolven helpt niet, dan kun je overstappen op flesvoeding. Je kunt ook kijken of je flesvoeding kunt combineren met de borstvoeding. ’s Ochtends heb je vaak meer melk en kun je je baby zelf voeden. Overdag kun je dan een keer flesvoeding geven. Deze combinatie werkt ook goed als je weer aan het werk gaat. Houd er wel rekening mee dat hoe meer flessen je geeft, hoe meer je productie achteruit zal gaan.

4. Wel of niet in het openbaar?

Sommige moeders hebben er totaal geen moeite mee, maar de meeste vrouwen vinden voeden in het openbaar (zeker de eerste keer) wel een beetje spannend. Toch is het handig als je ook onderweg gewoon de borst kunt geven. Zie je er tegenop? Zoek dan een rustig plekje of ga met je rug naar de mensen toe zitten. Voordeel is ook dat je baby dan niet zo snel afgeleid raakt. Je kunt er ook voor kiezen om speciale borstvoedingskleding te dragen. Zo blijft je borst bedekt en zien anderen er nauwelijks iets van. Met meerdere lagen kleding of met een grote sjaal kun je ook veel bedekken.

Tip: Ga thuis eens voor een spiegel zitten voeden. Zo zie je wat er voor omstanders te zien is. Waarschijnlijk valt dat reuze mee.

5. Kolven onder werktijd?

Ben je van plan om na je verlof door te gaan met de borstvoeding, dan kun je op je werk op onbegrip stuiten. Misschien laten je collega’s zich er negatief over uit dat je een paar keer per dag onbereikbaar bent vanwege het kolven. Dat kun je voorkomen door ze van tevoren in te lichten over je voornemen om te gaan kolven. Laat ze weten wanneer je ongeveer gaat kolven en wanneer je weer bereikbaar bent. Je staat volledig in je recht: tot je kind 9 maanden is mag je volgens de wet maximaal een kwart van je werktijd besteden aan het voeden van je baby. Dat heet voedingsrecht. Je mag zelf kiezen of je naar je baby toegaat om hem te voeden of dat je kolft. Ook moet je werkgever voor een afsluitbare kolfruimte zorgen. Na die 9 maanden moet je nog steeds de mogelijkheid krijgen om te kolven, maar je krijgt de tijd dan niet meer doorbetaald.