Meest voorkomende borstvoedingskwaaltjes

Borstvoeding hoort geen pijn te doen. Het kan even gebeuren, aan het begin van de voeding, maar het is de bedoeling dat dit snel wegtrekt. Wel zijn er allerlei borstvoedingskwaaltjes die pijn en ongemak kunnen veroorzaken. Dit zijn de 4 meest voorkomende.

1. Stuwing

Wat is het: stuwing is in principe een goed teken: je melkproductie komt op gang na de bevalling. Maar het kan ook behoorlijk pijn doen. Je krijgt warme, pijnlijke en/of gespannen borsten. Bijna alle kersverse moeders krijgen er in meer of mindere mate mee te maken. Meestal tussen dag drie en vijf, maar je kunt er ook pas na tien dagen last van krijgen.

Wat kun je er aan doen: je kunt de kans op stuwing verkleinen door de eerste 48 uur zo veel mogelijk voeding te geven. Daarmee breng je de melkproductie goed op gang. Stel het voedingsmoment niet uit omdat je bijvoorbeeld kraamvisite hebt. Toch stuwing? Een douche kan verlichting geven. Net als een vochtige doek op je borsten. Heb je echt veel last? Doe dan wat stroop in een plastic zakje en vries dat in. Denk eraan om er even een handdoek omheen te wikkelen. Ook doen koolbladeren uit de koelkast wonderen. Vlak voor een voeding moeten je borsten overigens ‘warm’ zijn. Het is beter om je borsten ongeveer een half uur voor het voeden niet meer te koelen.

Waarschuwing: als je last hebt van stuwing, dan kan je lichaamstemperatuur iets stijgen. Geen paniek, dit is een normaal verschijnsel. Let er wel op dat je borsten in combinatie met koorts niet té rood en pijnlijk worden, dit kan namelijk wijzen op borstontsteking (zie hieronder).

2. Borstontsteking

Wat is het: je herkent een borstontsteking aan pijn en koorts. In de meeste gevallen wordt het veroorzaakt door bacteriën en niet zozeer door andere ziektekiemen.

Wat kun je er aan doen: Heb je dat in de eerste weken dat je borstvoeding geeft, schakel dan een lactatiekundige in. Vaak heeft het te maken met je manier van aanleggen. Heb je het later, bijvoorbeeld als je baby zes maanden oud is, dan ben je misschien te moe geworden. Of je bent net iets te makkelijk geworden in aanleggen, of je baby drinkt ineens minder vaak.

Neem te allen tijden contact op met je huisarts of een lactatiedeskundige.

3. Tepelkloven

Wat is het: het zijn kleine, pijnlijke scheurtjes in de tepel die uiteindelijk kunnen gaan bloeden. Soms raakt de tepel geïnfecteerd met een bacterie of een schimmel. Vooral een schimmelinfectie komt nogal eens voor. Het verkeerd aanleggen van je baby is de belangrijkste oorzaak van tepelkloven.

Hoe kun je het voorkomen: leer je baby goed aan te leggen en laat hem alleen drinken als hij honger heeft. Als je baby klaar is, laat je tepel dan goed drogen. Het liefst aan de open lucht. Was je tepel niet met zeep, spoel met water. Draag een goed passende bh, bij voorkeur van katoen.

Wat kun je er aan doen: als je toch tepelkloven krijgt, is het beter bij het voeden met de minst pijnlijke tepel te beginnen, zodat aan de pijnlijke kant de melk alvast toeschiet. Het kan helpen om het kind wat korter en vaker borstvoeding te geven. Als dit allemaal niet helpt, kun je de melk tijdelijk afkolven en via een zuigfles geven.

Tip: als je veel pijn hebt, kun je eventueel paracetamol slikken. Dit is verder niet schadelijk voor de baby.

4. Pijn door tandjes

Wat is het: er baby’s die af en toe in de tepel bijten – al is dat doorgaans tijdelijk. Meestal wil je je kind dan zijn kauwtechniek oefenen. Het kan ook zijn dat je baby ‘communiceert’ dat de melk niet snel genoeg komt. Hoe dan ook: haal je baby van de borst af en zeg gewoon dat het niet mag. Als je kind halverwege de voeding begint te kauwen, of op het einde, dan is de melk op of stroomt het misschien niet snel genoeg meer. Je kunt hem helpen door van borst te wisselen, of door je borst wat te masseren zodat er weer melk komt.

Wat kun je er aan doen: je kunt je baby een bijtring aanbieden. Blijft het gebeuren, zoek dan contact met een lactatiekundige.

Lees alles over borstvoeding.