Wat is de baarmoeder en waar zit deze?
De baarmoeder (uterus) is een peervormig orgaan, onderdeel van de vrouwelijke geslachtsorganen, dat zich in de bekkenholte bevindt tussen de blaas en de endeldarm.
De baarmoeder zit met stevige banden vast aan je bekken. Hij bestaat uit twee hoofddelen: het lichaam (de baarmoederholte) en de baarmoederhals. Vanuit de baarmoederholte lopen de eileiders naar de eierstokken. De baarmoederhals verbindt het orgaan via de baarmoedermond met de vagina en dus de buitenwereld. Tijdens een zwangerschap groeit de baarmoeder aanzienlijk, waardoor de banden flink mee moeten rekken. Dit kan zorgen voor de bekende bandenpijn.
Illustratie van de baarmoeder.
Hoe werkt de baarmoederwand?
De baarmoederwand is opgebouwd uit vier specifieke lagen, waaronder dikke spierlagen die cruciaal zijn voor de bevalling en het baarmoederslijmvlies waar een bevruchte eicel zich in nestelt.
De buitenste lagen bestaan uit spierweefsel (zowel verticaal als ringvormig) en een laag met veel bloedvaten. Hier rust je baby op tijdens de zwangerschap. Zodra de bevalling begint, maakt je lichaam het hormoon oxytocine aan. Dit zorgt ervoor dat de spieren in de wand samentrekken: de zogeheten weeën. Het spierweefsel bovenin wordt steeds dikker en sterker, de baarmoedermond opent zich, en je baby daalt dieper in. Bij volledige ontsluiting begint de persfase, waarbij de baarmoeder je baby met flinke kracht door het bekken naar buiten duwt.
De binnenste (vierde) laag is het baarmoederslijmvlies. Dit vlies bouwt zich gedurende je cyclus op. Hierin nestelt een bevruchte eicel zich. Gebeurt dit niet? Dan wordt het bovenste laagje van dit slijmvlies afgestoten en word je ongesteld.
Het baarmoederslijmvlies
De vierde, binnenste laag is het baarmoederslijmvlies. Dit slijmvlies bestaat ook weer uit twee lagen: de basale laag en de functionele laag. De basale laag is altijd aanwezig. De functionele laag wordt afgestoten als je ongesteld bent en groeit daarna weer aan tijdens de cyclus. In de functionele laag nestelt de bevruchte eicel zich.
Wat gebeurt er tijdens je menstruatiecyclus in de baarmoeder?
Tijdens je cyclus bereidt de baarmoeder zich continu voor op een mogelijke zwangerschap door het baarmoederslijmvlies dikker te maken.
Je menstruele cyclus start op de eerste dag van je menstruatie. Terwijl je vloeit, begint er in de eierstokken alweer een nieuw eiblaasje (follikel) te groeien. Oestrogeen zorgt er vervolgens voor dat het baarmoederslijmvlies weer wordt opgebouwd. Bij de eisprong (ovulatie) komt de eicel vrij en vangt de eileider deze op. Ondertussen zorgt het hormoon progesteron ervoor dat het slijmvlies in je baarmoeder in perfecte conditie blijft. Na een paar dagen bereikt het (al dan niet bevruchte) eitje de baarmoeder. Is het eitje succesvol genesteld in het baarmoederslijmvlies? Dan ben je zwanger. Zo niet, dan sterft de eicel af en volgt zo'n veertien dagen later een nieuwe menstruatie.
Lees meer: Zo bereken je wanneer je eisprong plaatsvindt en wanneer je het meest vruchtbaar bent
Wat is de functie van de baarmoeder tijdens de zwangerschap?
De baarmoeder is verantwoordelijk voor de innesteling, het veilig laten groeien en beschermen van de baby, én uiteindelijk het naar buiten duwen tijdens de bevalling.
- 1
Voor de zwangerschap
In de vruchtbare jaren bereidt de baarmoeder zich tijdens elke cyclus voor op een mogelijke zwangerschap. De baarmoederwand wordt telkens opnieuw bekleed met een laagje baarmoederslijmvlies, waarin een bevruchte eicel zich kan nestelen. - 2
De innesteling van de bevruchte eicel
Als een bevruchte eicel zich innestelt in de baarmoeder, ben je zwanger. Tijdens de zwangerschap groeit de baarmoeder. Op de plek waar de innesteling plaatsvindt, groeit later de placenta. Het embryo begint na de innesteling met het aanmaken van het zwangerschapshormoon hCG. Dit is het stofje waardoor je een positieve zwangerschapstest hebt. - 3
De bescherming van je baby
Negen maanden lang is de baarmoeder een veilige plek voor je baby. De vruchtzak waar je baby in zit wordt gevuld met vocht uit jouw bloedsomloop: het vruchtwater. Het vruchtwater bestaat vooral uit water en voor een klein deel uit zouten en cellen van je baby. De vruchtzak met vruchtwater werkt als een soort stootkussen; het vangt druk op als jij beweegt of als je je buik stoot. Ook beschermt het tegen infecties en zorgt het voor een constante temperatuur in je baarmoeder. En als je baby er een slokje van neemt, traint hij zijn ademhalingsstelsel en spijsverteringssysteem. Het vruchtwater wordt om de paar uur ververst: de placenta voert het af en levert nieuw vruchtwater aan. De baarmoedermond is tijdens de zwangerschap lang en zo stug als kraakbeen, om de baarmoeder goed af te sluiten. - 4
De bevalling
Als je gaat bevallen wordt de baarmoedermond zacht en steeds korter, tot hij op een gegeven moment open kan. Dit noem je verweken en verstrijken. De bevalling begint met ontsluitingsweeën en soms met gebroken vliezen, waarbij het vruchtwater vrijkomt. Als de vliezen breken ter hoogte van de baarmoedermond, komt er een golf vruchtwater vrij. Komt er hoger in de vliezen een scheurtje, dan kan het vruchtwater er ook geleidelijk of in kleine beetjes uitkomen. Meestal breken de vliezen pas later tijdens de ontsluitingsfase, als de druk groter wordt door de weeën en de baby dieper in het bekken komt. - 5
Nageboorte
Na de geboorte is de baarmoeder nog niet klaar. De placenta (ook wel nageboorte genoemd) moet er ook nog uit. Die heeft geen functie meer zodra de zwangerschap voorbij is. Meestal komt de placenta tien minuten tot een half uur na de geboorte, soms duurt het een uur. Je krijgt dan nog wat weeën en moet soms meepersen. Het helpt als je je baby aanlegt, omdat je dan weer veel oxytocine aanmaakt. Ook een rustige omgeving kan helpen, net als knielen, hurken of op de baarkruk zitten. Komt de placenta niet vanzelf en verlies je daardoor te veel bloed? Dan kan de verloskundige je een injectie met synthetische oxytocine in je been geven. Een enkele keer moet de placenta operatief worden verwijderd.
Lees meer: Dit doet de placenta, plus wat je er na de bevalling mee kunt doen
Kun je zwanger worden met een afwijkende vorm van de baarmoeder?
Ja, maar een aangeboren afwijking aan de baarmoeder kan in sommige gevallen wel leiden tot complicaties tijdens de zwangerschap, zoals een vroeggeboorte.
Bij zo’n 3 tot 5% van de vrouwen heeft de baarmoeder een iets andere vorm, wat al in de embryonale fase is ontstaan. Bekende vormen zijn een hartvormige baarmoeder, een baarmoeder met een tussenschot, een halve baarmoeder, of zelfs een dubbele baarmoeder. Volgens fertiliteitsarts en expert Jolijn Huisman is een zwangerschap zeker mogelijk, maar is er door de afwijkende vorm en beperkte groeiruimte soms een verhoogd risico op een (extreme) vroeggeboorte of een te vroeg openende baarmoederhals. Vaak kom je er pas via een echo of scan achter dat je een afwijkende vorm hebt.
Septate baarmoeder: een tussenschot verdeelt de baarmoeder gedeeltelijk of volledig in twee delen.
Bicornuate baarmoeder: de baarmoeder heeft een hartvorm, met twee ‘hoorns’.
Unicorne baarmoeder: er is slechts één helft van de baarmoeder ontwikkeld.
Dubbele baarmoeder (uterus didelphys): twee baarmoeders, soms ook met twee baarmoederhalzen.
In veel gevallen merk je niet direct iets van een afwijkende baarmoedervorm. Toch kan het tijdens een zwangerschap tot complicaties leiden. Zo is er een verhoogd risico op extreme vroeggeboorte, mogelijk doordat het groeivermogen van de baarmoeder beperkt is. Daarnaast kan de afwijking gepaard gaan met cervixinsufficiëntie – een zwakke baarmoederhals die tijdens de zwangerschap te vroeg open kan gaan.
Diagnose gebeurt meestal via een echo, MRI of kijkonderzoek. Afhankelijk van de vorm en eventuele klachten kan behandeling nodig zijn, maar vaak is dat niet het geval.
Hoe snel groeit je baarmoeder als je zwanger bent?
De baarmoeder groeit in hetzelfde tempo als je baby; de fundushoogte (de afstand van het schaambot tot de bovenrand van de baarmoeder in centimeters) staat vaak gelijk aan het aantal weken dat je zwanger bent.
Je verloskundige voelt bij elke controle vanaf de buitenkant hoe groot je baarmoeder is. Ben je bijvoorbeeld 20 weken zwanger? Dan is de fundushoogte meestal zo’n 16 tot 24 centimeter.
Illustratie van de placenta.
Hoe snel groeit je baarmoeder als je zwanger bent?
De baarmoeder groeit in hetzelfde tempo als je baby; de fundushoogte (de afstand van het schaambot tot de bovenrand van de baarmoeder in centimeters) staat vaak gelijk aan het aantal weken dat je zwanger bent.
Je verloskundige voelt bij elke controle vanaf de buitenkant hoe groot je baarmoeder is. Ben je bijvoorbeeld 20 weken zwanger? Dan is de fundushoogte meestal zo’n 16 tot 24 centimeter.
Naweeën: Het krimpen voelt als menstruatiekrampen. Omdat borstvoeding oxytocine vrijmaakt, kan de baarmoeder sneller krimpen en kunnen naweeën pittiger voelen dan bij flesvoeding. Na een tweede of derde kindje zijn de naweeën vaak intenser. De kraamverzorgster controleert dagelijks of de baarmoeder goed zakt.
Vloeien: Omdat de placenta een wond achterlaat op de baarmoederwand, verlies je de eerste vier tot zes weken bloed (vloeien). Zodra dit stopt, is de wond genezen. Lees meer: Ontzwangeren: dit doet je lichaam na de bevalling en Tips tegen vloeien na de bevalling
Lees meer: Ontzwangeren: dit doet je lichaam na de bevalling
Wanneer word je weer ongesteld na de bevalling?
Dit varieert enorm: van een paar weken tot meerdere maanden, mede afhankelijk van of en hoe vaak je borstvoeding geeft.
Geef je strikt en frequent (om de vier tot vijf uur) borstvoeding? Dan remt het hormoon prolactine je cyclus. Let op: je hebt eerst een eisprong vóór je menstruatie en bent dus al vruchtbaar voordat je weer voor het eerst ongesteld bent geworden. Verdiep je daarom op tijd in anticonceptie na de bevalling.
Lees meer: Over wanneer je weer ongesteld bent na de bevalling
Bronnen: Gynaecologie.nl