ontsluitingsweeën

De laatste ontsluitingsweeën

Er komt een moment, aan het eind van de ontsluiting, waarop je waarschijnlijk denkt: ik kán niet meer. Hoe vang je tijdens deze fase die laatste ontsluitingweeën op?

Ontsluitingsweeën

Als de weeën 60 tot 90 seconden duren en ze om de 4 tot 5 minuten komen, heb je waarschijnlijk ontsluitingsweeën. Bij een ontsluitingswee begint de bevalling echt. Deze weeën beginnen langzaam en worden steeds sterker, om zo de baarmoedermond klaar te stomen voor de geboorte. Ontsluitingsweeën voel je niet alleen in je buik, maar soms ook in je rug en benen. Deze weeën komen om de 3 à 4 minuten en duren ongeveer een minuut. Tijdens deze weeën controleert de verloskundige je baarmoedermond om te kijken of deze al 10 centimeter is ontsloten. Dit wordt ook wel toucheren genoemd.

Wat voel je precies bij ontsluitingsweeën?

  • Buikweeën
    Buikweeën komen het meest voor. Hierbij voel je kramp in je buik. Je kunt buikweeën opvangen door je zo goed mogelijk te ontspannen, een warmwaterkruik op je buik te leggen of ademhalingsoefeningen te doen die je op zwangerschapsgym hebt geleerd.
  • Rugweeën
    Bij rugweeën straalt de pijn het meest uit naar je rug. Ook hier helpt warmte. Een goede houding zoeken en je partner vragen tegendruk te geven kunnen ook helpen.
  • Beenweeën
    Bij beenweeën voel je de pijn vooral in je bovenbenen. De meeste vrouwen vinden dit nare weeën, omdat je de pijn moeilijk kunt opvangen. Wat helpt: vraag aan je partner of hij je bovenbenen stevig wil masseren. Soms voel je de pijn niet op één plek, maar op meerdere plaatsen.

Persdrang

Aan het eind van de ontsluiting heb je jezelf misschien nauwelijks meer in de hand. Dat kan komen, omdat je al een enorme persdrang voelt. Die persdrang krijg je, omdat de baby met zijn hoofdje op het onderste stuk van de darmen drukt.

Omdat de baarmoedermond nog iets verder open moet, mag je nog niet aan deze persdrang toegeven. Als je dat wel doet, kan de baarmoedermond opzwellen en duurt de ontsluiting nog langer. Doordat je je zo moet inhouden, kun je in paniek raken: wat moet ik doen, het lukt me niet, de baby komt er nooit uit. Toch komt het er juist nu op aan.

Probeer, hoe moeilijk dat ook is, je hoofd erbij te houden. Begin elke wee opnieuw van voren af aan. Adem diep in door je neus en adem in kleine pufjes uit. Concentreer je op je ademhaling. Deze overgangsfase duurt meestal een half uurtje, soms iets langer. Dus: er komt een eind aan. Het is een kwestie van volhouden.

Ontsluitingsweeën: wat te doen?

  • Ha-ha-ha-klanken
    Naast het buikademen en het puffen kun je de laatste millimeters die je nog te gaan hebt, vaak makkelijker ‘wegha-en’. Haal kort adem en stoot de lucht vervolgens weer uit met korte ha-ha-ha- klanken. Gebruik geen hu-hu-hu of ho-ho-ho-klanken, die zorgen er juist voor dat je gaat meepersen.
  • Rustig ritme
    Diep ademhalen is nu te vermoeiend en kan je uit je ritme brengen; niet doen dus. En nogmaals: concentreer je zo goed mogelijk. Zo blijf je rustig ademhalen.
  • Wandel, waggel of wiebel
    Blijf zolang mogelijk in beweging. Wandel, waggel of wiebel. De weeën worden zo vaak krachtiger en dat is bevorderlijk voor de bevalling. Bovendien is het beter vol te houden wanneer je beweegt. Kies een houding die voor jou goed voelt. Pas als het echt niet meer gaat, ga je liggen.