Kans op miskraam: de cijfers en risicofactoren

Kans op miskraam: de cijfers en risicofactoren

Bij elke zwangerschap bestaat er een kans dat het vroegtijdig misgaat. Het risico op een miskraam is het grootst in het eerste trimester. Maar hoe groot is die kans precies? En hoeveel groter wordt die kans naarmate je ouder wordt? 

Kans op een miskraam

Als je een miskraam krijgt, is er geen hartslag meer bij je vruchtje. Je lichaam breekt de zwangerschap af: het niet-levensvatbare vruchtje wordt door de baarmoeder afgestoten. De meeste miskramen vinden plaats in het eerste trimester: tot de 12e week van de zwangerschap. Daarna wordt de kans op een miskraam een stuk kleiner, maar er is altijd een risico dat het op een later moment in de zwangerschap nog mis kan gaan. 

Als een zwangerschap misloopt vóór week 16, noemen we dat in Nederland een miskraam. Als het na de 16e week gebeurt, wordt er gesproken van een doodgeboorte of ontijdige geboorte. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houdt hiervoor 20 weken aan als grens. Ben je bevallen van een doodgeboren baby? Lees hier wat kun je verwachten.

Hoe vaak komt het voor?

De precieze cijfers zijn onduidelijk, omdat vrouwen die heel vroeg in de zwangerschap een miskraam krijgen, vaak nog niet weten dat ze zwanger zijn. De miskraam lijkt dan een gewone (iets verlate) menstruatie te zijn. Maar van alle vastgestelde (spontane en medisch ontstane) zwangerschappen loopt gemiddeld 10 tot 15 procent van de zwangerschappen uit op een miskraam. In Nederland overkomt het ongeveer 25.000 vrouwen per jaar. Lees hier hoe een spontane bevalling verloopt, die vaak wordt omschreven als een ‘mini-bevalling’.

Oorzaak van een miskraam

In het overgrote deel van de gevallen is de oorzaak van een miskraam een aanlegstoornis: er is iets fout gegaan tijdens de celdeling van het vruchtje, waardoor het zich niet verder kan ontwikkelen. Er is dan bijvoorbeeld sprake van een toevallige chromosoomafwijking waardoor het vruchtje niet-levensvatbaar is. Die afwijking ontstaat vaak al in het prille begin van de zwangerschap, meteen na de bevruchting. 

Hoe groot de kans is op een chromosoomafwijking bij het vruchtje, ligt vooral aan de leeftijd van de vrouw. Hoe ouder je wordt, hoe slechter de kwaliteit van je eicellen wordt. Uit onderzoek blijkt dat het aantal chromosoomafwijkingen in oudere eicellen toeneemt, vooral vanaf de leeftijd van 35 jaar. Daardoor neemt de kans op een kind met een aangeboren afwijking, zoals het syndroom van Down, ook toe naarmate je ouder wordt. Maar ook de kans op een vruchtje dat zich niet goed kan delen, of een niet-levensvatbare afwijking heeft, neemt toe. En daarmee ook de kans op een miskraam. 

Risicofactoren 

Naast de leeftijd van de moeder zijn er een aantal andere risicofactoren die de kans op een miskraam kunnen vergroten, zoals:

Kans per leeftijd

Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op een miskraam wordt. Dit zijn helaas de feiten:

  • De kans op een miskraam voor vrouwen tussen 20 en 30 jaar is ongeveer 10%. 
  • Voor vrouwen van 30 tot 34 jaar ligt de kans tussen 10 en 15%.
  • Voor vrouwen van 35 tot 39 jaar ligt het tussen 18 en 25%. 
  • Voor vrouwen van 42 jaar gaat het om meer dan 50%. 
  • Voor vrouwen vanaf 45 jaar is de kans 75% dat de zwangerschap misloopt. 

Kans per week

In de eerste 12 weken van een zwangerschap is de kans op een miskraam het grootst; dat geldt voor iedere zwangere vrouw. In het eerste trimester kan er nog veel misgaan, omdat in die periode alle vitale lichaamsdelen en organen zich moeten ontwikkelen. Als daarbij een ‘foutje’ optreedt, bijvoorbeeld doordat de celdeling in een belangrijk orgaan verkeerd gaat, kan het gebeuren dat het vruchtje niet meer levensvatbaar is. 

Op het moment dat je bij de eerste termijnecho een hartje hebt zien kloppen, neemt de kans op een miskraam flink af. Het hartje werkt en de belangrijke vitale organen van de baby hebben zich gevormd. Dat wil niet zeggen dat er nu niets meer kan misgaan: dat risico blijft gedurende de gehele zwangerschap bestaan, maar wordt steeds kleiner. 

De gemiddelde kans op een miskraam gedurende de zwangerschap:

  • Week 4 tot 6: kans op miskraam is 12%.
  • Week 7 tot 9: kans is ongeveer 10%.
  • Week 10 tot 12: ongeveer 8% kans op een miskraam. 
  • Week 12 tot 16: tussen 5 en 8% kans. 
  • Daarna is de kans op overlijden van de baby in de baarmoeder veel kleiner: 0,5%. 

Kans op herhaling

Als je al eens een miskraam hebt gehad, is de kans op een miskraam bij een volgende zwangerschap niet groter geworden. Die kans blijft 10 tot 15 procent, net zoals voor vrouwen die geen miskraam hebben meegemaakt. Maar als je in het verleden twee keer een miskraam hebt gehad en tussendoor niet zwanger bent geweest, is het risico wel groter voor nog een miskraam. Heb je meer dan twee miskramen gehad, dan wordt de kans op herhaling nog groter:

  • Bij één eerdere miskraam: 10 tot 15% kans op weer een miskraam.
  • Bij twee eerdere miskramen: ongeveer 25% kans op weer een miskraam.
  • Bij drie eerdere miskramen: ongeveer 35% kans op weer een miskraam. 

Bovenstaande cijfers zijn gemiddelden, waarbij geen rekening is gehouden met jouw persoonlijke situatie, zoals je leeftijd of medische achtergrond.

Deze cijfers kunnen afschrikken, maar vergeet niet dat ook na drie eerdere miskramen de kans nog steeds het grootst is dat het de volgende keer wél goed gaat: zo’n 65 procent. 

Als je meerdere keren achter elkaar een miskraam hebt gehad, kan dat stomweg ‘toeval’ zijn, hoe verdrietig dat ook is. Maar er kan ook sprake zijn van een achterliggende oorzaak: een erfelijk bepaalde chromosoomafwijking bij jou of je partner. Die kans is klein, maar toch zal je verloskundige je na twee of drie herhaalde miskramen waarschijnlijk doorverwijzen voor chromosomenonderzoek. 

Van alle koppels die worden doorgestuurd voor zo’n chromosomenonderzoek, wordt bij ongeveer 3 procent een chromosoomafwijking gevonden (bij de man of de vrouw) die de oorzaak is van de miskramen. Voor deze koppels geldt daarna dat de kans op nog een miskraam is opgelopen tot 50 procent. 

Miskraam na vruchtbaarheidsbehandeling

Als je zwanger bent geworden na een vruchtbaarheidsbehandeling, is de gemiddelde kans op een miskraam iets hoger dan bij een spontane zwangerschap. Dat ligt in principe niet aan de manier waarop je zwanger bent geworden, maar aan de achterliggende oorzaken van de vruchtbaarheidsproblemen. 

Vrouwen die zwanger raken hebben bijvoorbeeld vaak te maken met de hormoonstoornis PCOS (PolyCysteusOvarium Syndroom), immunologische factoren, of ze hebben een hogere leeftijd. Allerlei factoren die de kans op een miskraam verhogen, of je nou spontaan zwanger bent geraakt, of na een vruchtbaarheidsbehandeling. Dit zijn de meest voorkomende vruchtbaarheidsbehandelingen in Nederland. 

Miskraam na IVF en ICSI

Bij IVF of ICSI eindigt gemiddeld 15 tot 25 procent van de zwangerschappen in een spontane miskraam. Die kans ligt dus iets hoger dan bij een spontane zwangerschap. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat de meeste IVF-zwangerschappen al heel pril bekend zijn. Vrouwen die bezig zijn met een IVF-traject, doen vaak eerder een zwangerschapstest, omdat ze zich heel bewust zijn van de mogelijkheid van een zwangerschap. Bij veel miskramen na IVF is er dan ook alleen sprake van een positieve zwangerschapstest, maar is er daarna geen hartactie op een echo gezien.  

Hier 9 tips hoe je je relatie sterk houdt na een miskraam of doodgeboorte.