Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Maar in grote lijnen maken kinderen wel allemaal dezelfde stappen door in hun ontwikkeling. Die ontwikkeling is in te delen in 11 ontwikkelingsfases. Bij elke ontwikkelingsfase van je kind horen veranderingen in gedrag en nieuwe vaardigheden die je kind gaat leren.
Voor ouders kunnen bij elke fase nieuwe uitdagingen in de opvoeding horen. Let op: onderstaande leeftijden zijn gemiddelden. Maak je geen zorgen als de ontwikkelingsfase van jouw kind sneller of langzamer gaat dan onderstaand schema.
Wat gebeurt er in de ontwikkelingsfase van 0-1 maand?
De eerste maand van je baby staat vooral in het teken van slapen, drinken en groeien. Gemiddeld slaapt een baby de eerste maand nog zo’n zeventien uur per dag. Je kind moet wennen aan de wereld en doet nog niet veel, behalve een beetje om zich heen kijken. Hij ziet nog weinig: je baby kan de eerste maand scherp zien tot twintig à dertig centimeter afstand. Alles wat verder weg is, ziet hij wazig. Daarnaast oefent je baby met het fixeren van zijn ogen. Baby’s kijken daarom regelmatig scheel, dit heeft te maken met het leren controleren van de oogspieren. Doordat je baby dit oefent, gaat hij steeds beter contact met je maken. Baby’s reageren in de eerste maand van hun ontwikkeling al vlot op stemgeluiden van volwassenen en herkennen de stem van hun moeder en vader. Ook zijn ze erg gericht op gezichtsuitdrukkingen en herkennen al snel dat hun moeder of vader bijvoorbeeld lacht.
Een pasgeboren baby wordt ook wel een zuigeling genoemd. Zuigen doet hij dan ook veel: aan de borst of fles, maar ook graag aan een fopspeen, zijn duim of vingers of jouw pink. Het belangrijkste wat je baby in de eerste maand doet qua ontwikkeling, is groeien. De eerste week na de geboorte valt een baby vaak wat af (maximaal tien procent van het geboortegewicht), maar zodra hij weer op zijn geboortegewicht is, gaat het grote groeien beginnen.
Je baby moet wennen aan het leven buiten de baarmoeder, en jullie moeten wennen aan het leven met een baby erbij. Ook als je al kinderen had. Voor je baby is rust en regelmaat belangrijk, maar ook voor jou. Hou het rustig in huis en zorg dat je veel aandacht kunt geven aan je baby, zodat je zijn behoeftes goed leert (her)kennen. Zo kunnen jullie langzaam een fijn dagritme vinden. Vergeet niet om je kind vitamine D te geven (en vitamine K als je borstvoeding geeft).
Lees ook: Zintuigen baby: de ontwikkeling in de eerste weken
Hoe verloopt de ontwikkeling van een baby tussen 1 en 4 maanden?
Tussen één en vier maanden gaat je baby communiceren, zijn eigen naam herkennen, gericht lachen en sterker worden in de nek- en rugspieren. Vanaf ongeveer zes weken trakteert je baby je op de eerste echte lachjes.
Via lichaamstaal en geluidjes zoals 'ooh' en 'aah' probeert je kind bewust contact met je te maken. Vanaf twee maanden houdt je kind zijn hoofd steeds beter rechtop. Om deze spieren verder te trainen, is ‘tummy time’ belangrijk. Leg je baby regelmatig korte momenten op de buik terwijl je erbij blijft.
Wat leert je baby in de fase van 4 tot 8 maanden?
In deze ontwikkelingsfase van je kind staan je allerlei mijlpalen te wachten. Zo mag je vanaf vier maanden beginnen met de eerste hapjes. Deze ‘oefenhapjes’ zijn echt nog om te oefenen en worden ook wel bijvoeding genoemd. De melkvoeding blijft tot zes maanden nog de hoofdvoeding. Vanaf zes maanden heeft je baby naast de melkvoedingen ook vaste voeding nodig. Nog een mijlpaal: waarschijnlijk komt in deze fase het eerste tandje door. Gemiddeld gebeurt dat rond de zes maanden, maar eerder of (veel) later kan ook.
Op motorisch vlak maakt je kind ook grote stappen. Zo leert je baby in deze fase waarschijnlijk omrollen en tijgeren, later ook zitten en misschien al kruipen (wanneer precies kan per baby enorm verschillen). Ook laat je kind zich steeds vaker horen. Voorheen maakte hij vooral geluidjes, maar vanaf vier maanden gaan baby’s echt brabbelen. Ze proberen ‘terug te praten’, of ‘mee te zingen’ als jij een liedje zingt. Het zicht van je baby verbetert ook: je kind gaat diepte zien en kan steeds beter scherp zien in de verte.
Het slaapritme van je baby kan in deze ontwikkelingsfase flink veranderen. Misschien gaat hij ’s nachts doorslapen (maar dat kan ook pas later gebeuren). Overdag hebben baby’s van vier maanden vaak een lekker, vast ritme van drie slaapjes gevonden. Maar aan het eind van deze fase stapt je kind waarschijnlijk over van drie naar twee slaapjes overdag. Dat kan wat slaapproblemen met zich meebrengen, dit wordt slaapregressie genoemd.
Zie ook: Voedingsschema baby in het eerste jaar
Welke mijlpalen heeft een baby van 8 tot 12 maanden?
De laatste babyfase draait om je kind optrekken tot stand, de fijne motoriek verfijnen, het onderscheiden van bekenden en vreemden én de aanloop naar de eerste woordjes.
In deze periode, richting zijn eerste verjaardag, begrijpt je kind al heel veel, zoals zijn eigen naam of simpele opdrachten als "kom hier". Ook begint het fenomeen verlatingsangst of eenkennigheid. Je baby weet nu feilloos wie zijn ouders of verzorgers zijn en raakt van slag als je uit het zicht verdwijnt. Dit hoort allemaal bij een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling.
Janneke de Waal-Bogers, logopedist en taalexpert bij Ouders van Nu, tipt over deze fase: "Kinderen begrijpen op deze leeftijd vaak al veel meer dan ze kunnen uiten. Door een klankcombinatie zoals 'bababa' of 'dadada' constant in context te herhalen, leg je een geweldige basis voor de taalontwikkeling."
Lees ook: De meest voorkomende slaapproblemen bij baby’s en wat te doen
Wat verandert er in de dreumesfase (1 tot 2 jaar)?
Dag baby, hallo dreumes! De ontwikkelingsfases van je kind gaan nu een wat grotere tijdspanne beslaan. We praten niet meer over maanden, maar jaren. Tussen een jaar en twee jaar noemen we een kind een dreumes. In deze periode gebeurt er een heleboel. Een van de leukste vaardigheden die je kind aan het leren is, is praten. In het begin is het vooral nog een hoop gebrabbel, maar je gaat steeds duidelijker woorden onderscheiden. Uiteindelijk leert je dreumes gemiddeld drie nieuwe woorden per dag. Als je kindje bijna twee is gaat het woordjes combineren tot korte zinnetjes van twee woorden, zoals “mama die” of ”toute waf”(stoute hond). Je kindje spreekt nog lang niet alle klanken goed uit en daarom begrijpt nog niet iedereen wat je kindje bedoelt. Door je kind voor te lezen en veel met hem te praten, stimuleer je zijn spraakontwikkeling.
Met een dreumes in huis is het grote opvoeden echt begonnen. Je kind krijgt een duidelijke eigen wil en laat die ook merken. Hij wil graag dingen zelf doen, ook al kan hij dat nog helemaal niet. Hij begint ook gedrag te imiteren, van andere kinderen, maar vooral van zijn ouders. Daarnaast kan je dreumes zichzelf goed verplaatsen; hij leert lopen en klimmen. Hij kan steeds meer plekken en spullen bereiken waar hij eigenlijk niet aan mag komen. Kijk eens goed rond in je huis of het al dreumes-proof is. Lees hier tips: Zo maak je je huis kindveilig
Je dreumes maakt nu ook de overstap van twee slaapjes naar één middagdutje overdag. ’s Nachts slapen de meeste dreumesen zo’n elf à twaalf uur achter elkaar door. Inmiddels eet hij met de pot mee. Flesjes zijn niet meer nodig, hij kan nu uit een beker (leren) drinken. Het kan zijn dat je kind wat minder gaat eten dan voorheen. Dat is niet erg, hij groeit ook minder hard dan in zijn eerste jaar. Sommige kinderen verliezen zelfs wat gewicht, omdat ze in deze fase zoveel gaan bewegen.
Hoe ontwikkelt een peuter zich tussen 2 en 3 jaar?
Vanaf zijn tweede verjaardag noemen we een kind een peuter. Die peuterfase is niet altijd even makkelijk. ‘Twee is nee’, de peuterpuberteit en driftbuien: het is voor veel ouders van peuters aan de orde van de dag. In deze fase is het belangrijk dat de ouders op één lijn zitten qua opvoeding. Stel duidelijke grenzen en wees consequent. Lees hier meer over opvoeden door straffen en belonen: wel of geen goed idee?
Een belangrijk element in de ontwikkelingsfases van je kind is zindelijk worden. Sommige kinderen zijn dat al voor de tweede verjaardag, maar dat zijn uitzonderingen. De meeste kinderen worden tussen twee en drie jaar overdag zindelijk. Je peuter begint zich te interesseren in poepen en plassen en kan inmiddels ook aangeven wanneer hij moet.
Tussen de twee en drie jaar beginnen peuters vaak het middagslaapje over te slaan. De motorische ontwikkeling gaat met grote stappen verder. Je kind leert traplopen, rennen en springen. In de speeltuin kan hij op steeds meer speeltoestellen zijn gang gaan. Buitenspelen vinden peuters heerlijk en het is erg goed voor de ontwikkeling. Ook de fijne motoriek gaat steeds beter. Je kind leert tekenen, al is dat in het begin met name krassen. Geef hem vooral potloden en krijtjes, die gaan wat stugger over het papier dan stiften. Zo worden de spieren van zijn vingers en handen sterker. Je kunt ook gaan oefenen met zelf aankleden en zelf uitkleden.
Peuters zijn erg geïnteresseerd in andere kinderen, maar samen spelen gaat vaak nog niet echt. Je kind kan zich nog niet goed in een ander verplaatsen en stelt zichzelf centraal. Als er ruzie ontstaat, kun je gelukkig wel al goed met je peuter praten. Hij begrijpt bijna alles wat jij zegt en kan zelf ook al korte zinnetjes van 3 of 4 woorden terugzeggen. De woordenschat blijft hard groeien en je kind begrijpt simpele vragen die beginnen met wie, wat of waar.
Lees ook: 6 tips om je kind succesvol zindelijk te maken
Wat is kenmerkend voor de peuterfase (3 tot 4 jaar)?
Vanaf de derde verjaardag tot de vierde verjaardag is je kind nog steeds een peuter, maar hard op weg naar een kleuter. De taalontwikkeling is in volle gang bezig. Als je kind drie is praat het in zinnen van drie a vier woorden. Als je kind vier jaar is begint eenvoudige verhaaltjes vertellen over wat het meemaakt zoals “ik was bij oma. Oma ging…”. De meest gestelde vraag die je dit jaar gaat horen, is waarschijnlijk: ‘Waarom?’ Je peuter is nieuwsgierig en wil van alles weten hoe het werkt. Ook krijgt hij een grote fantasie en gaat magisch denken. Je kind kan nu goed rollenspellen doen, zoals prinsesje spelen of politie en boef. Door die ontwikkelende fantasie kunnen ook angsten ontstaan. Bang voor een monster in de slaapkamer, voor een krokodil in het afvoerputje van het bad.
De peuterpuberteit kan minder heftig worden, want vanaf drie jaar kunnen peuters zichzelf iets beter beheersen. Toch ben je waarschijnlijk nog niet helemaal van de driftbuien af. Lees hier tips over omgaan met een boos kind. Je kind krijgt steeds duidelijker een eigen karakter. Ook beginnen peuters op deze leeftijd hun gevoelens beter te begrijpen en worden ze zich bewust van de gevoelens van anderen. Dit kun je stimuleren door gevoelens te benoemen: ‘Ik zie dat je verdrietig bent.’ Je peuter krijgt in deze fase ook het besef van wat goed en fout is en kan zich ergens schuldig over voelen. Geef je kind regelmatig complimenten, dat is goed voor zijn zelfvertrouwen.
In deze fase doen de meeste kinderen geen middagdutje meer, maar het is prima als jouw kind daar nog wel behoefte aan heeft; laat hem dan lekker slapen. Er komt vanzelf een moment dat hij het slaapje gaat overslaan. Aan het eind van deze fase, als je kind vier jaar wordt, gaat hij naar de basisschool. Het is belangrijk dat je kind voor die tijd een aantal dingen zelf kan, zoals zelf zijn jas en schoenen aandoen en zelf zijn billen afvegen. Begin dus een aantal maanden voordat hij vier jaar wordt met het oefenen van deze vaardigheden, zodat hij dit op tijd onder de knie heeft.
Lees ook: Zo ga je om met angsten bij je kind
Wat is de ontwikkeling van een kleuter (4 tot 6 jaar)?
Een nieuwe fase: je kind gaat naar school. Kleuters gaan op school ontzettend veel leren en al ben jij daar niet bij, je merkt de ontwikkeling enorm. Je kind komt thuis met allerlei nieuwe wijsheden en vaardigheden, je staat regelmatig versteld. Nu je kind naar school gaat, maakt hij nieuwe vriendjes en wil hij op den duur ook bij vriendjes thuis spelen.
Een dag naar school en spelen met vriendjes kost veel energie, zeker in het begin. Dat kan thuis nog wel eens leiden tot heftige driftbuien of flinke vermoeidheid. Sommige kleuters hebben ook een terugval in bijvoorbeeld zindelijkheid, of gaan opeens weer duimen. Dit is over het algemeen tijdelijk en heeft te maken met de spanningen en alle nieuwe indrukken op school.
Je kind krijgt steeds meer interesse in zijn eigen lichaam en dat van anderen. Kleuters vinden het erg interessant om doktertje of vader-en-moedertje te spelen. Misschien zegt je kleuter ook wel dat hij verliefd is. Even wennen voor jou? Blijf erover praten met je kleuter.
Met vier jaar is je kind meestal verstaanbaar voor een vreemde. Je kind hoeft nog niet alle woorden helemaal goed uit te spreken. Zo kan de /r/ nog lastig zijn, of woorden met lastige klankcombinaties zoals ‘wesp’. In de kleuterperiode worden de zinnen die je kind maakt langer en maakt je kind steeds minder foutjes. Lastige meervoudsvormen zoals schip-schepen en ei – eieren hoeft je kind nog niet goed te gebruiken. Ook lastige werkwoordvervoegingen zoals drinken- gedronken en klimmen- geklommen kunnen nog foutjes opleveren.
In de kleuterleeftijd gaat je kind zijn melktanden wisselen. Wat betreft de motorische ontwikkeling durft je kind steeds meer: hoger klimmen, harder fietsen, van grote hoogte naar beneden springen. Laat hem zijn gang gaan, maar leer je kind wel hoe hij veilig kan klimmen, fietsen, springen, etc.
Lees ook: Zo verloopt de seksuele ontwikkeling van je kind
Welke stappen maakt een schoolkind (6 tot 12 jaar)?
Bij de laatste ontwikkelingsfases van je kind maken we grotere sprongen. In deze fase doorloopt je schoolkind de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Tijdens deze jaren ontwikkelt hij zich van een kind tot een prepuber. Je kind maakt regelmatig een groeispurt met daarbij horende groeipijnen.
Maar de grootste ontwikkeling ligt in deze fase op cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Je kind van zeven jaar denkt al logisch na en leert oorzaak en gevolg kennen. Hij leert steeds meer dingen begrijpen, maar leert ook oordelen en conclusies trekken. Hij wordt zelfstandiger en leert wat verantwoordelijkheid is. Je helpt hem als je hem die verantwoordelijkheid ook geeft, door hem steeds meer los te laten en te vertrouwen.
Je kind leert wat normen en waarden zijn en vormt een zelfbeeld. Schoolkinderen willen graag geaccepteerd worden en erbij horen, maar krijgen ook te maken met groepsgedrag, verliefdheid en afwijzing, populariteit en pesten. Het is daarom in deze fase erg belangrijk om je kind te steunen en veel positieve en stimulerende aandacht te geven, zodat hij voldoende zelfvertrouwen krijgt en houdt.
De taal van je kind gaat steeds meer lijken op die van een volwassene. De zinnen worden steeds langer. Je kind maakt bijna geen foutjes meer in de uitspraak van woorden. Ook leert je kind hoe je een gesprek voert met anderen. Ze leren bijvoorbeeld dat je niet door elkaar praat maar om de beurt en hoe je dingen uit kan leggen als een ander het niet begrijpt.
Hoe verloopt de puberteit (10 tot 15 jaar)?
De puberteit begint bij elk kind op een ander moment. Het ene kind begint al op zijn tiende te puberen, terwijl het bij een ander kind pas op zijn veertiende begint. Gemiddeld begint de puberteit bij meisjes ergens tussen de tien en vijftien jaar en bij jongens gemiddeld één tot twee jaar later. In de lichamelijke ontwikkeling gebeurt er een hoop bij je kind.
Kinderen maken tijdens de puberteit vaak een flinke groeispurt door. Ook kunnen de bewegingen van je kind tijdelijk wat ontregeld zijn, waardoor hij slungelig overkomt. Veel pubers krijgen last van puistjes of van een zweetlucht. Er begint schaamhaar te groeien, en haar onder de oksels. Bij meisjes beginnen de borsten zich te vormen en bij jongens groeien de geslachtsorganen. Ook krijgen jongens de baard in de keel. Bij meisjes komt de menstruatie op gang. Pubers krijgen over het algemeen ook een grote eetlust en hun slaappatroon verandert.
Tijdens de puberteit vinden er ook grote ontwikkelingen plaats in de hersenen van je kind. Hoe de puberteit zich precies uit in gedragsveranderingen, verschilt per kind. Het ene kind heeft er niet veel last van, terwijl een ander kind behoorlijk onhandelbaar kan worden. Voor de meeste pubers geldt wel dat ze last krijgen van een wisselend humeur. Hun emoties kunnen alle kanten opgaan. Ook onzekerheid speelt hierbij een rol; over hun veranderende lichaam en het ontdekken van seksualiteit. Het is belangrijk om je puber de kans te geven hierover te praten en zijn gevoelens te delen.
Pubers hebben ook een sterke drang om risico’s te nemen en spanning op te zoeken. Dat is typisch pubergedrag, maar misschien heb jij de neiging om dit tegen te houden. Toch is het belangrijk om je kind de ruimte te geven om zelf te experimenteren, te ontdekken en fouten te maken, want daar leren ze van.
Het taalgebruik van je kind wordt steeds abstracter. In plaats van vooral te praten over dingen die je kan zien of die ze hebben meegemaakt, praten ze ook over wat ze denken en voelen. Ze praten over dingen die nog kunnen gebeuren en ideeën die ze hebben. Dit helpt bij het vormen van hun eigen mening en een eigen visie op de wereld waarin ze leven.
Lees ook: Hoe krijg je je luie puber in actie? 9 tips die jou helpen
Wat is de adolescentiefase (15 tot 23 jaar)?
De laatste van de ontwikkelingsfases van je kind is de adolescentie. Het is de fase na de puberteit: je kind heeft zich lichamelijk ontwikkeld tot een jong volwassene en zijn definitieve lengte bereikt. Waarschijnlijk is je kind nu ook seksueel actief, of wordt hij dat binnenkort.
De ontwikkeling van het puberbrein bevindt zich tijdens de adolescentie in de laatste fase. Je kind krijgt steeds meer grip op zijn eigen doen en laten en kan inmiddels weloverwogen keuzes maken en uitleggen waarom ze deze keuzes hebben gemaakt. Ze kunnen hierbij ook anderen overtuigen. Je kind kan zijn gedrag evalueren en zich aanpassen aan sociale situaties. Je kind kan nu zelf zorg dragen voor zijn eigen gezondheid, uiterlijk en leefstijl. Hij maakt zich echt klaar om zich los te maken van zijn ouders en uit huis te gaan. Slik…
Lees ook: Dit zijn de 13 beste (opvoed)adviezen van opa’s
Bron: NJI
/ab7a70c0af0144308962a8f6a72be7ef/image.jpg)
/6b669aa0e53a4f45915516b9fc4f9376/image.jpg)
/d8b2dc731600404da903b7619e956616/image.jpg)
/e0366905e0a343229f29aa18891e3fe3/image.jpg)
/f2e2f00de534481cad750bf59a4b892b/image.jpg)
/4dc9f682a743483fb6bb8c94dbd46fcd/image.jpg)
/fb9507163c4a4b76be9ae93d7c7b3149/image.jpg)
/d1effc5254ef49cb8f3aa50e88869bf2/image.jpg)
/94b273bfd30d495d9b4c64a560b03d46/image.jpg)