Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Alles over de baarmoeder

Als je zwanger bent, zit je baby negen maanden lang veilig in je baarmoeder. Tijdens de bevalling duwt het spierweefsel in de baarmoederwand je baby door het bekken. Maar ook buiten een zwangerschap gebeurt er van alles met de baarmoeder. Hier lees je alles over dit bijzondere orgaan.

In samenwerking met expert

Elke Struiwig

IVF-arts

De baarmoeder

De baarmoeder (uterus) hoort bij de vrouwelijke geslachtsorganen, is zo groot als een peer en zit in je bekkenholte, tussen je blaas en je endeldarm. De baarmoeder zit met banden vast aan je bekken. Tijdens de zwangerschap wordt de baarmoeder steeds groter en zwaarder. De banden rekken mee en komen daardoor soms onder druk te staan. Dat kan voor bandenpijn zorgen.

Advertentie

De baarmoeder bestaat uit twee delen: het lichaam en de baarmoederhals. De baarmoederhals vormt de verbinding met de buitenwereld, met de baarmoedermond als verbinding tot de vagina. Vanuit het lichaam, ook wel de baarmoederholte, lopen de eileiders naar de eierstokken.

baarmoederIllustratie van de baarmoeder.

De baarmoederwand

De baarmoederwand bestaat uit vier lagen. De buitenste laag bestaat uit glad spierweefsel met verticale spiervezels. Hierna komt een laag met veel bloedvaten. De derde laag bestaat uit ringvormig spierweefsel, met spiervezels die horizontaal rondom lopen. Hierop rust de baby tijdens de zwangerschap. Als je gaat bevallen maak je oxytocine aan, dat ervoor zorgt dat de buitenste spierlaag gaat samentrekken: dit zijn de weeën.

Eerst wordt het spierweefsel bovenaan de baarmoeder steeds dikker en sterker door de samentrekkingen, terwijl de baarmoedermond steeds verder opengaat en het hoofd van de baby dieper indaalt. Dit is de ontsluiting. Is de baarmoedermond zo ver open dat de baby erdoor past, dan heb je volledige ontsluiting en daarna begint de persfase: bij elke samentrekking duwt het dikke spierweefsel bovenaan de baarmoeder de baby verder door het bekken naar buiten.

Advertentie

De vierde, binnenste laag is het baarmoederslijmvlies. Dit slijmvlies bestaat ook weer uit twee lagen: de basale laag en de functionele laag. De basale laag is altijd aanwezig, de functionele laag wordt afgestoten als je ongesteld bent en groeit daarna weer aan tijdens de cyclus. In de functionele laag nestelt de bevruchte eicel zich.

De menstruatiecyclus

De menstruele cyclus begint met bloedverlies: de menstruatie. Tijdens de menstruatie begint een follikel (eiblaasje) te groeien in één van de twee eierstokken. De groei gaat na de menstruatie door en ondertussen komt er oestrogeen vrij, dat ervoor zorgt dat het slijmvlies in de baarmoeder wordt opgebouwd. Als de follikel groot genoeg is (+/- 20 mm), vindt de eisprong plaats.

Tijdens de eisprong (ovulatie) verlaat de eicel de eierstok en wordt de eicel opgevangen door de eileider. Terwijl het eitje door de eileider naar de baarmoeder beweegt, kan het bevrucht worden door een spermacel. Ondertussen zorgt het hormoon progesteron ervoor dat het baarmoederslijmvlies dik genoeg blijft. Na vier à vijf dagen komt het bevruchte eitje in de baarmoeder aan en kan het zich gaan innestelen in het baarmoederslijmvlies. Wordt een eicel tijdens de ovulatiefase bevrucht en verloopt de innesteling goed, dan ben je zwanger.

Gebeurt dit niet? Dan sterft de eicel af en ruimt je lichaam hem op. Ongeveer veertien dagen later komt het baarmoederslijmvlies met een bloeding via je vagina naar buiten: je wordt ongesteld.

Advertentie

Lees meer: Zo bereken je wanneer je eisprong plaatsvindt en wanneer je het meest vruchtbaar bent

Functies baarmoeder rond de zwangerschap

Er gebeurt van alles in en met je baarmoeder om een zwangerschap en geboorte van de baby mogelijk te maken:

  1. Voor de zwangerschap
    In de vruchtbare jaren bereidt de baarmoeder zich tijdens elke cyclus voor op een mogelijke zwangerschap. De baarmoederwand wordt telkens opnieuw bekleed met een laagje baarmoederslijmvlies, waarin een bevruchte eicel zich kan nestelen.
  2. De innesteling van de bevruchte eicel
    Als een bevruchte eicel zich innestelt, begint de zwangerschap. Op de plek waar de innesteling plaatsvindt, groeit later de placenta. Het embryo begint na de innesteling met het aanmaken van het zwangerschapshormoon hCG. Dit is het stofje waardoor je een positieve zwangerschapstest hebt.
  3. De bescherming van je baby
    Negen maanden lang is de baarmoeder een veilige plek voor je baby. De vruchtzak waar je baby in zit wordt gevuld met vocht uit jouw bloedsomloop: het vruchtwater. Het vruchtwater bestaat vooral uit water en voor een klein deel uit zouten en cellen van je baby. De vruchtzak met vruchtwater werkt als een soort stootkussen; het vangt druk op als jij beweegt of als je je buik stoot. Ook beschermt het tegen infecties, zorgt het voor een constante temperatuur in je baarmoeder en als je baby er een slokje van neemt, traint hij zijn ademhalingsstelsel en spijsverteringssysteem. Het vruchtwater wordt om de paar uur ververst: de placenta voert het af en levert nieuw vruchtwater aan. De baarmoedermond is tijdens de zwangerschap lang en zo stug als kraakbeen, om de baarmoeder goed af te sluiten.
  4. De bevalling
    Als je gaat bevallen wordt de baarmoedermond zacht en steeds korter, tot hij op een gegeven moment open kan. Dit noem je verweken en verstrijken. De bevalling begint met ontsluitingsweeën en soms met gebroken vliezen, waarbij het vruchtwater vrijkomt. Als de vliezen breken ter hoogte van de baarmoedermond, komt er een golf vruchtwater vrij. Komt er hoger in de vliezen een scheurtje, dan kan het vruchtwater er ook in kleine beetjes of in een geleidelijke stroom uitkomen. Meestal breken de vliezen pas later tijdens de ontsluitingsfase, als de druk groter wordt door de weeën en de baby dieper in het bekken komt. Hierboven legden we uit wat de baarmoeder tijdens de ontsluitinsweeën en de persweeën doet om de geboorte van je baby te ‘regelen’. Maar na de geboorte is de baarmoeder nog niet klaar: de placenta (ook wel nageboorte genoemd) moet er ook nog uit. Die heeft immers geen functie meer zodra de zwangerschap voorbij is. Meestal komt de placenta tien minuten tot een half uur na de geboorte, soms duurt het een uur. Je krijgt dan nog wat weeën en moet soms meepersen. Het helpt als je je baby aanlegt, omdat je dan weer veel oxytocine aanmaakt. Ook een rustige omgeving kan helpen, net als knielen, hurken of op de baarkruk zitten. Komt de placenta niet vanzelf en verlies je daardoor te veel bloed, dan kan de verloskundige je een injectie met synthetische oxytocine in je been geven. Een enkele keer moet de placenta operatief worden verwijderd.

Lees meer: Dit doet de placenta, plus wat je er na de bevalling mee kunt doen

Groei baarmoeder tijdens de zwangerschap

Tijdens je zwangerschap groeit je baarmoeder en dat is een goede indicatie om te zien hoe goed je baby groeit. De verloskundige kijkt daarom bij elke controle naar de groei van je baarmoeder. Dit doet ze door de positie van de bovenrand ten opzichte van het schaambot en de navel te voelen. Dit noem je de fundushoogte. De fundushoogte is gelijk aan het aantal weken van de zwangerschap, met een marge van één tot vier centimeter. Ben je 20 weken zwanger? Dan heb je een fundushoogte tussen de 16 en 24 centimeter. Het is belangrijk dat je blaas leeg is tijdens het meten, anders kan de fundushoogte een paar centimeter afwijken.

placenta
Illustratie van de placenta.

Na de bevalling

Als je baby is geboren, is het de bedoeling dat je baarmoeder weer net zo klein wordt als vóór de zwangerschap. Dit krimpen gebeurt tijdens de eerste drie tot vier dagen na de bevalling en dit kun je merken: je kunt last krijgen van naweeën. Ze voelen aan als krampen, variërend van lichte buikpijn tot hevige menstruatiepijn of weeën. Geef je borstvoeding? Dan voel je tijdens het voeden deze naweeën vaak erg goed. Dit komt door het hormoon oxytocine, dat vrijkomt tijdens het voeden. Hierdoor krimpt je baarmoeder sneller dan wanneer je je baby flesvoeding geeft. Na een tweede of derde zwangerschap zijn de naweeën vaak heviger, omdat de baarmoeder dan minder elastisch is dan de eerste keer en vaak wat sterker moet samentrekken om de oude vorm terug te krijgen.

De kraamverzorgster controleert tijdens de kraamweek elke dag of je baarmoeder goed krimpt. Dit doet ze door het aantal vingers tussen de navel en de bovenkant van de baarmoeder te meten.

Lees meer: Ontzwangeren: dit doet je lichaam na de bevalling

Vloeien

Je verliest ook nog een tijdje bloed na de bevalling. Dit komt doordat er in de baarmoederwand een wond zit op de plek waar de placenta heeft gezeten. Deze wond moet genezen. In het bloed kunnen ook flinke stolsels zitten: je baarmoeder maakt zichzelf schoon. Het bloedverlies neemt steeds meer af, de eerste dagen of week heb je nog dikke kraamverbanden nodig, daarna is maandverband meestal genoeg. Zolang je vloeit mag je niet in bad en geen tampons of menstruatiecups gebruiken. Ook met seks met penetratie moet je wachten tot je niet meer vloeit. Het vloeien duurt gemiddeld vier tot zes weken.

Lees meer: Tips tegen vloeien na de bevalling (én wat je vooral niet moet doen)

Weer ongesteld na de bevalling

Het verschilt per vrouw wanneer de eerste menstruatie na de bevalling komt. Na een paar weken of maanden zal je menstruatie weer op gang komen. Geef je borstvoeding, dan remt het hormoon prolactine, dat de melkproductie stimuleert, de menstruele cyclus. Dit is alleen zo als je frequent (om de vier à vijf uur) borstvoeding geeft. Geef je minder vaak borstvoeding, dan wordt je menstruele cyclus niet meer geremd. Hou er rekening mee dat je al vruchtbaar kunt zijn voordat je ongesteld wordt. Hier lees je meer over anticonceptie na de bevalling.

Lees meer: Over wanneer je weer ongesteld bent na de bevalling

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Bronnen: Gezondheidspleingynaecologie.nl

Commercieel – Center Parcs – Fast Minute dagen

Center Parcs

Fast Minute dagen

Vanaf €349,-
Boek nu voordelig je herfstvakantie