baarmoeder

Alles over de baarmoeder

Als je zwanger bent, zit je baby negen maanden lang veilig in je baarmoeder. Maar wist je dat je baarmoeder ook vóór je zwangerschap een belangrijke rol speelt in je lichaam? Hier lees je welke functies de baarmoeder heeft, zowel voor, tijdens als na de zwangerschap.

De baarmoeder

De baarmoeder (uterus) is het vrouwelijke orgaan voor de voortplanting van de meeste zoogdieren en dus ook van mensen. De baarmoeder is zo groot als een peer en ligt in de bekkenholte, tussen de blaas en de endeldarm. De baarmoeder wordt op zijn plaats gehouden door een aantal banden. Tijdens de zwangerschap wordt de baarmoeder steeds groter en zwaarder. Wist je dat je baarmoeder wel 500 keer zo groot en 10 keer zo zwaar wordt tijdens de zwangerschap? De banden komen dan onder druk te staan en rekken uit. Dit kan voor bandenpijn zorgen.

Advertentie

De baarmoeder bestaat uit twee delen: het lichaam en de baarmoederhals. Het lichaam is via de eileiders verbonden met de eierstokken. In het lichaam vindt de innesteling van een bevruchte eicel (embryo) plaats bij een zwangerschap. De baarmoederhals vormt de verbinding met de buitenwereld, met de baarmoedermond als verbinding tot de vagina.

baarmoederIllustratie van de baarmoeder.

De baarmoederwand

De baarmoederwand bestaat uit vier lagen. De buitenste laag bestaat voornamelijk uit glad spierweefsel, dat tijdens een bevalling sterk samentrekt om de baarmoedermond te openen en daarna de baby naar buiten te duwen. Die samentrekkingen zijn de weeën. Hierna komt een laag met spiervezels en veel bloedvaten. De derde laag bestaat uit ringvormig spierweefsel. Hierop leunt de baby tijdens de zwangerschap.

De binnenste laag is het baarmoederslijmvlies. Dit slijmvlies bestaat weer uit twee lagen: de basale laag en de functionele laag. De basale laag is altijd aanwezig en de functionele laag wordt afgestoten als je ongesteld bent en groeit daarna weer aan tijdens de cyclus. In deze laatste laag nestelt de bevruchte eicel zich.

De menstruatiecyclus

Tijdens de eisprong (ovulatie) verlaat de eicel de eierstok en gaat hij naar de eileider. Als de eisprong heeft plaatsgevonden, wacht het eitje in de eileider om bevrucht te worden. Ondertussen zorgt het hormoon progesteron ervoor dat het baarmoederslijmvlies dik genoeg wordt, zodat de eicel zich hierin kan gaan nestelen. Wordt een eicel tijdens de ovulatiefase bevrucht en nestelt hij zich op de goede plek? Dan ben je zwanger.

Gebeurt dit niet? Dan sterft de eicel af en wordt deze door je lichaam opgeruimd. De bekleding van de baarmoederwand wordt dan ongeveer veertien dagen later door je lichaam afgescheiden samen met wat bloed: je bent ongesteld.

Lees meer: Zo bereken je wanneer je eisprong plaatsvindt en wanneer je het meest vruchtbaar bent

Functies baarmoeder rond de zwangerschap

De baarmoeder heeft voor, tijdens en na de zwangerschap een paar belangrijke functies.

  1. Voor de zwangerschap
    In de vruchtbare jaren bereidt de baarmoeder zich tijdens elke cyclus voor op een mogelijke zwangerschap. De baarmoederwand wordt bekleed met een laagje baarmoederslijmvlies, waarin een bevruchte eicel zich kan nestelen.
  2. De innesteling van de bevruchte eicel
    Als een bevruchte eicel zich innestelt, begint de zwangerschap. Op de plek waar de innesteling plaatsvindt, groeit later de placenta. Je lichaam begint na de innesteling met het aanmaken van het zwangerschapshormoon hCG. Dit is het stofje waardoor je een positieve zwangerschapstest ziet.
  3. De bescherming van je baby
    Negen maanden lang is de baarmoeder een veilige plek voor je baby. In de eerste veertien weken van je zwangerschap wordt de vruchtzak, het vlies waarin je baby groeit, gevuld met vocht uit jouw bloedsomloop: het vruchtwater. Dit bestaat vooral uit water en voor een klein deel uit zouten en cellen van je baby. Het vruchtwater werkt als een soort stootkussen; het vangt klappen op als jij beweegt of als je je buik stoot. Ook beschermt het tegen infecties, zorgt het voor een constante temperatuur in je baarmoeder en als je baby er een slokje van neemt, traint hij zijn ademhalingsstelsel en spijsverteringssysteem. Het vruchtwater wordt om de paar uur ververst: de placenta voert het af en levert nieuw vruchtwater aan.
  4. De bevalling
    De bevalling begint met ontsluitingsweeën en soms met gebroken vliezen, waarbij het vruchtwater vrijkomt. Als de vliezen breken ter hoogte van de baarmoedermond, komt er een golf vruchtwater vrij. Maar het vruchtwater kan ook in kleine, warme beetjes of in een geleidelijke, langzame stroom naar buiten komen. Meestal breken de vliezen pas later tijdens de ontsluitingsfase, als de druk groter wordt door de weeën en de baby dieper in het bekken komt.Weeën zijn samentrekkingen van de baarmoederspier. Bij elke samentrekking rekt de buitenste spierlaag het ringvormige spierweefsel in het onderste deel van de baarmoeder wat op, waardoor de baarmoedermond opengaat en het hoofd van de baby kan indalen. Uiteindelijk past het hoofdje door de baarmoedermond en kan de baby geboren worden. De baarmoedermond is dan tien centimeter geopend en dit noem je volledige ontsluiting. Zodra je daarbij ook persweeën krijgt, kun je gaan persen. Na de geboorte van je baby is de bevalling nog niet afgelopen.

    De placenta (ook wel nageboorte genoemd) moet er ook nog uit. Na de geboorte van de baby heeft de placenta immers geen functie meer. Meestal komt de placenta tien minuten tot een half uur na de geboorte, soms duurt het een uur. Je krijgt dan nog wat weeën en moet soms meepersen. Het helpt als je je baby aanlegt, omdat je dan oxytocine aanmaakt. Komt de placenta niet vanzelf, dan kan een injectie met oxytocine helpen. De verloskundige geeft deze injectie in je been. Een enkele keer moet de placenta operatief worden verwijderd.

Lees meer: Dit doet en kun je doen met een placenta (moederkoek)

Groei baarmoeder tijdens de zwangerschap

Tijdens je zwangerschap groeit je baarmoeder en dat is een goede indicatie om te zien hoe goed je baby groeit. De verloskundige kijkt daarom bij elke controle naar de groei van je baarmoeder. Dit doet ze door de positie van de bovenrand ten opzichte van het schaambot en de navel te voelen. Dit noem je de fundushoogte. De fundushoogte is gelijk aan het aantal weken van de zwangerschap, met een marge van één tot vier centimeter. Ben je 20 weken zwanger? Dan heb je een fundushoogte tussen de 16 en 24 centimeter. Het is belangrijk dat je blaas leeg is tijdens het meten, anders kan de fundushoogte een paar centimeter afwijken.

placenta
Illustratie van de placenta.

Na de bevalling

Als je baby is geboren, is het de bedoeling dat je baarmoeder weer net zo klein wordt als vóór de zwangerschap. Dit gebeurt tijdens de eerste drie tot vier dagen na de bevalling en dit kun je ook merken, want je kunt last krijgen van naweeën. Ze voelen aan als krampen, variërend van lichte buikpijn tot hevige menstruatiepijn of weeën. Geef je borstvoeding? Dan voel je tijdens het voeden deze naweeën vaak erg goed. Dit komt door het hormoon oxytocine, dat vrijkomt tijdens het voeden. Hierdoor krimpt je baarmoeder sneller dan wanneer je flesvoeding aan je baby geeft. Na een tweede of derde zwangerschap zijn de naweeën vaak heviger, omdat de baarmoeder dan minder elastisch is dan de eerste keer en vaak wat heviger moet samentrekken om de oude vorm terug te krijgen.

De kraamverzorgster controleert tijdens de kraamweek elke dag of je baarmoeder goed terugzakt. Dit doet ze door het aantal vingers tussen de navel en de bovenkant van de baarmoeder te meten.

Lees meer: Ontzwangeren: dit doet je lichaam na de bevalling

Vloeien

Je verliest ook nog een tijdje bloed na de bevalling. Dit komt doordat er in de baarmoederwand een wond zit op de plek waar de placenta heeft gezeten. In het bloed kunnen ook flinke stolsels zitten. Het bloedverlies neemt af naarmate de bevalling langer is geleden. Zolang je vloeit, mag je niet in bad en geen tampons gebruiken. Ook met seks met penetratie moet je wachten tot je niet meer vloeit. Het vloeien duurt gemiddeld vier tot zes weken.

Lees meer: Tips tegen vloeien na de bevalling (én wat je vooral niet moet doen)

Weer ongesteld na de bevalling

Het verschilt per vrouw wanneer de eerste menstruatie na de bevalling komt. Na een paar weken of maanden zal je menstruatie weer op gang komen. Geef je borstvoeding? Dan duurt het door het hormoon prolactine wat langer voordat je weer ongesteld wordt. Prolactine stimuleert de melkproductie en zorgt er ook voor dat er minder makkelijk een eisprong plaatsvindt. Hou er wel rekening mee dat je al vruchtbaar kunt zijn voordat je ongesteld wordt. Hier lees je meer over anticonceptie na de bevalling.

Lees meer: Over wanneer je weer ongesteld bent na de bevalling

Prachtige animatie: zo groeit foetus in de baarmoeder

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Marijn van der Zwaard

Zwangerschapscoach

Marijn van der Zwaard is zwangerschapscoach in Groningen. Ze volgde de opleiding Docent Natuurlijk Zwanger, waar ze – naast verloskundetheorie – yoga, shiatsutechnieken en drukpunten voor de zwangerschap en bevalling leerde. Daarnaast is ze gecertificeerd HypnoBirthing-docent en deed ze o.a. trainingen rebozotechnieken en Spinning Babies. Vanuit haar eigen bedrijf Heybabycoaching.nl begeleidt ze ouders bij de fysieke en mentale voorbereiding op de geboorte van hun baby.

Contact
Website
Facebook
Instagram