Alles over de baarmoeder

Alles over de baarmoeder

Aan het einde van je zwangerschap is je baarmoeder vijfhonderd keer zo groot en tien keer zo zwaar als daarvoor. Maar er gebeurt ook van alles met dit orgaan als je nog niet of niet meer zwanger bent. Alles wat je wilt weten over de baarmoeder: voor, tijdens én na de zwangerschap.

De baarmoeder

De baarmoeder of uterus lijkt qua vorm en grootte op een omgekeerde peer. Dit orgaan ligt in de bekkenholte, achter de urineblaas en voor de endeldarm. Banden houden de baarmoeder keurig op zijn plaats. Naarmate je baarmoeder tijdens de zwangerschap steeds zwaarder en groter wordt, kunnen deze banden onder druk komen te staan en uitrekken. Dit kan voor bandenpijn zorgen.

De baarmoeder is opgebouwd uit twee delen: het lichaam en de baarmoederhals. De eileiders verbinden het baarmoederlichaam met de eierstokken. Als een rijpe eicel de eierstok verlaat en bevrucht wordt, nestelt hij zich in het lichaam van de baarmoeder. Het andere deel van de baarmoeder heet de baarmoederhals. Deze staat via de baarmoedermond in verbinding met de vagina.

baarmoeder
Illustratie van de baarmoeder.

De baarmoederwand

De wand van de baarmoeder is opgebouwd uit vier verschillende lagen. De buitenste laag bestaat uit glad spierweefsel. Tijdens de bevalling trekt dit spierweefsel samen, zo’n samentrekking noemen we een wee. De tweede laag bevat veel spieren en bloedvaten en de derde laag bestaat uit ringvormig spierweefsel. De vierde laag is het baarmoederslijmvlies, dat uit de basale en functionele laag bestaat. De basale laag is altijd aanwezig, de functionele laag wordt elke maand afgestoten (de menstruatie) en groeit tijdens elke cyclus steeds weer aan. Een bevruchte eicel nestelt zich in de functionele laag.

De menstruatiecyclus

Tijdens de ovulatie of eisprong verlaat de eicel de eierstok en gaat hij naar de eileider. Heeft de eisprong plaats gevonden, dan wacht het eitje in de eierstok om bevrucht te worden. Ondertussen zorgt het hormoon progesteron ervoor dat het baarmoederslijmvlies dik genoeg wordt, zodat de eicel zich erin kan gaan nestelen. Wordt een eicel tijdens de ovulatiefase bevrucht en nestelt het zich op de goede plek, dan ben je zwanger. Gebeurt dit niet, dan sterft de eicel af en wordt deze door je lichaam opgeruimd. De bekleding van de baarmoederwand wordt in dat geval zo’n veertien dagen later door je lichaam afgescheiden samen met wat bloed; de menstruatie.

Belangrijkste functies van de baarmoeder rond de zwangerschap

De baarmoeder heeft voor, tijdens en na de zwangerschap een aantal belangrijke functies.

  1. De innesteling van de bevruchte eicel
    Vlak na de bevruchting begint de eicel zich te delen. Dit klompje cellen verplaatst zich door de eileiders richting de baarmoeder. Aangekomen in de baarmoeder nestelt het zich in het slijmvlies van de baarmoederwand. De innesteling vindt ongeveer acht dagen na de ovulatie (eisprong) plaats. Als de innesteling gelukt is, begint je lichaam met het aanmaken van het zwangerschapshormoon hCG. Het stofje waardoor een zwangerschapstest positief uitvalt.
  2. De bescherming van de baby
    Negen maanden lang is de baarmoeder een veilig onderkomen voor je baby. In de eerste veertien weken van je zwangerschap wordt de vruchtzak, het vlies waarin je baby groeit, gevuld met vocht uit jouw bloedsomloop: vruchtwater. Het vruchtwater bestaat dus voornamelijk uit water en voor een klein deel uit zouten en cellen van je baby. Het vruchtwater werkt als een soort stootkussen; het vangt de klappen op als jij beweegt of je buik stoot. Maar het beschermt ook tegen infecties, zorgt voor een constante temperatuur in je baarmoeder en als je baby er een slokje van neemt, traint hij zijn ademhalingsstelsel en spijsverteringssysteem.
  3. De bevalling
    Meestal begint de bevalling met ontsluitingsweeën en/of gebroken vliezen, waarbij het vruchtwater vrijkomt. Soms breken de vliezen ter hoogte van de baarmoedermond. In zo’n geval kan er een golf vruchtwater vrijkomen. Maar het vruchtwater kan ook in kleine, warme beetjes of in een geleidelijke, langzame stroom naar buitenkomen.

Weeën zijn samentrekkingen van de spieren van de baarmoeder. Tijdens de ontsluitingsfase rekken de weeën het onderste deel van de baarmoeder en de baarmoedermond uit, waardoor de baarmoedermond zich opent en het hoofd van de baby kan indalen. Wanneer de baarmoedermond een diameter van tien centimeter heeft, is er sprake van volledige ontsluiting en mag je gaan persen.

Na de geboorte van je baby is de bevalling nog niet afgelopen. De placenta moet er nog uit, ook wel nageboorte genoemd. Dit gebeurt meestal binnen tien minuten tot een half uur na de geboorte. Hiervoor moet je nog een aantal keer flink persen. Na de geboorte heeft de placenta geen functie meer. Komt de placenta niet vanzelf naar buiten, dan moet deze operatief verwijderd worden.

Fundushoogte: groei van de baarmoeder meten

Tijdens je zwangerschap controleert de verloskundige of gynaecoloog bij elk bezoek de groei van je baarmoeder. Dit doet hij of zij door de positie van de bovenrand ten opzichte van het schaambot en de navel te voelen. Dit noemen we ook wel de fundushoogte. Door de fundushoogte te bepalen weet je verloskundige hoeveel weken je ongeveer zwanger bent en of je baby goed groeit. De fundushoogte is gelijk aan het aantal weken van de zwangerschap, met een marge van één tot vier centimeter. Een vrouw die twintig weken zwanger is, heeft een fundushoogte tussen de zestien en vierentwintig centimeter. Een lege blaas is belangrijk bij deze meting, anders kan de fundushoogte enkele centimeters afwijken.

De placenta

Je baby groeit negen maanden lang dankzij de placenta, ook wel moederkoek genoemd. Deze placenta uit twee delen: een moederlijk deel en een kinderlijk deel. Het moederlijke deel heeft zich ontwikkeld aan het baarmoederslijmvlies waar het embryo zich ingenesteld heeft. Het kinderlijke deel heeft zich ontwikkeld uit een deel van het embryo. Er zit een membraan tussen de twee. Zo blijven de bloedbanen van moeder en baby gescheiden. Aan de ene kant zit de placenta vast aan de baarmoederwand, een beetje afhankelijk van waar de innesteling plaatsvond, en aan de andere kant is hij via de navelstreng verbonden met je baby.

placenta
Illustratie van de placenta.

Na de bevalling

Na de bevalling is het belangrijk dat de baarmoeder weer zijn oude vorm terugkrijgt. Dit gebeurt de eerste drie tot vier dagen na de bevalling dankzij naweeën. Naweeën voelen als krampen, variërend van lichte buikpijn tot hevige menstruatiepijn. Geef je borstvoeding? Dan voel je tijdens het voeden deze naweeën vaak extra goed. Dit komt door het hormoon oxytocine dat vrijkomt tijdens het voeden. Hierdoor krimpt je baarmoeder sneller dan als je flesvoeding aan je baby geeft. Na een tweede of derde zwangerschap zijn de naweeën vaak heviger, omdat de baarmoeder dan minder elastisch is dan de eerste keer en wat vaker en heviger moet samentrekken om de oude vorm te krijgen.

Je verliest ook nog enige tijd bloed na de bevalling: dit komt doordat er door de losgelaten placenta een wond is ontstaan in de baarmoederwand. Schrik niet, er kunnen flinke stolsels bij zitten. Je zult merken dat dit bloedverlies steeds meer afneemt, naarmate de bevalling langer geleden is. Zolang je vloeit, mag je niet in bad. Je mag ook nog even geen tampons gebruiken. Het vloeien duurt ongeveer vier tot zes weken.

Weer ongesteld na de bevalling

Het verschilt per vrouw wanneer de eerste menstruatie na de bevalling zich aandient. Na enkele weken of maanden zal je menstruatie weer op gang komen. Geef je borstvoeding? Dan laat een eerste ongesteldheid, dankzij de hormonen, waarschijnlijk langer op zich wachten. Houd er in ieder geval rekening mee dat je wel al vruchtbaar kunt zijn.

Video: Ontwikkeling van de foetus