vacuümpomp

Alles over bevallen met een vacuümpomp

Als bij de bevalling na lang persen blijkt dat je baby niet vanzelf wordt geboren, kan hulp met een vacuümpomp nodig zijn. Hoe gaat dit in z’n werk? En heeft het gevolgen voor jouw herstel en dat van de baby?

Wat is een vacuümpomp?

Een vacuümpomp is een instrument dat bij een langdurige (moeizame) persfase gebruikt kan worden om de geboorte van de baby te helpen. Dit gebeurt altijd in het ziekenhuis en wordt gedaan door een gynaecoloog. Als de uitdrijving niet vordert en/of de conditie van de baby (daardoor) achteruitgaat, kan een vacuümverlossing nodig zijn. Dit wordt ook wel een vaginale kunstverlossing genoemd. 

Het kan gebeuren bij te zwakke weeën, uitputting van de baarmoederspier of de moeder, of als de stand van het hoofdje niet optimaal is, waardoor het niet dieper komt. In plaats van de vacuümpomp kan de gynaecoloog ook een verlostang gebruiken, afhankelijk van de positie van het hoofdje. 

Lees ook: Dit zijn de 4 fases van een bevalling

Wat is een langdurige persfase? 

Volgens de richtlijnen staat er maximaal twee uur voor de persfase bij een eerste kind en één uur bij een tweede of volgende kind. Als de baby er dan nog niet is, kan de gynaecoloog een kunstverlossing voorstellen. Maar ook als al eerder blijkt dat de conditie van de baby achteruit gaat of de kans op een spontane geboorte erg klein is.

Zo ziet een vacuümpomp eruit

Een vacuümpomp is een ronde kunststof of metalen cup van ongeveer vijf centimeter doorsnee. Aan de buitenkant zit een rubberen of plastic slang, waarmee lucht uit de cup wordt gezogen nadat hij op het hoofdje van de baby is geplaatst. Zo wordt hij stevig als een zuignap op het hoofdje vastgezet. Aan de cup zit ook een ketting, waaraan de gynaecoloog kan trekken. 

pastedGraphic.png

Bevallen met behulp van een vacuümpomp.

Een vacuümverlossing: zo gaat het in z’n werk

Je moet op je rug op het verlosbed gaan liggen. De onderkant van het bed wordt weggehaald en je moet je benen in steunen leggen, zodat de gynaecoloog er goed bij kan. Als het nodig is wordt je blaas geleegd met een katheter. De gynaecoloog voelt hoe diep de baby is ingedaald en hoe de stand van het hoofdje is, zodat hij weet hoe hij de cup moet plaatsen. 

Meestal krijg je een lokale verdoving, omdat het plaatsen van de cup pijnlijk en vervelend is. Het helpt hierbij als je zo goed mogelijk kunt ontspannen. De cup wordt binnen een paar minuten vacuüm gezogen op het hoofdje en vervolgens trekt de gynaecoloog bij iedere wee mee, terwijl je zo goed mogelijk mee perst. Tussen de weeën door blijft de gynaecoloog een beetje trekken, zodat het hoofdje niet terugglijdt. Meestal is de baby er met een paar weeën. Zodra het hoofdje is geboren wordt de cup losgemaakt.

Lees hier hoe je baby in het derde trimester gaat indalen.

Is een knip nodig?

Vaak (maar niet altijd) krijgen vrouwen bij een vacuümverlossing een knip. Het hangt ervan af hoe snel de baby geboren moet worden en hoe groot de geschatte kans op inscheuren is. Bij een vacuümverlossing komen ernstige rupturen vaker voor, maar het hangt ook af van de soepelheid van het weefsel. Omdat je voor het plaatsen van de vacuümpomp meestal plaatselijk wordt verdoofd, voel je de knip niet. De eerste dagen na de bevalling kan een knip wel flink pijn doen. 

Tips hoe je uitscheuren kunt voorkomen.

Kans op complicaties

Uit onderzoek naar neurologische afwijkingen en ontwikkelingsproblemen na een geboorte met de vacuümpomp kwamen geen verschillen naar voren met kinderen die spontaan zijn geboren. Er is wel een heel kleine kans (0,9%) op een hersenbloeding. Daarom wordt de baby na de geboorte goed nagekeken door de gynaecoloog of de kinderarts. Ook is er kans op een bloeduitstorting aan de buitenkant van het hoofd. Dit verdwijnt vanzelf, maar een baby kan hierdoor wel langer geel zien. 

Bij een vacuümverlossing komt vaker een ernstige ruptuur (totaalruptuur) voor dan bij een spontane geboorte. Daarom wordt uit voorzorg meestal een knip gezet, hoewel dit het niet altijd kan voorkomen. Verder kan de cup tijdens het trekken losschieten. Soms is de baby dan al ver genoeg gekomen en gaat de geboorte verder vanzelf, soms moet de cup opnieuw worden aangebracht, blijkt een verlostang beter of is toch een spoedkeizersnede nodig.

Meer lezen: Zo gaat een keizersnede in zijn werk

Hoe is het voor de baby?

Baby’s maken hun geboorte bewust mee, voelen de stress van hun moeder en zijn gevoeliger voor pijn dan wij. Hoewel een baby het achteraf niet kan vertellen, is het aannemelijk dat een vacuümverlossing naar voor hem is: eerst moet hij lange tijd persweeën doorstaan, soms terwijl zijn hoofd vastzit, en vervolgens wordt er hard aan zijn hoofd getrokken. Als hij na de geboorte direct huid-op-huid bij je borst kan liggen, kunnen zijn stresslevels herstellen. Neem hiervoor, als het voor jullie allebei medisch gezien mogelijk is, uitgebreid de tijd. Afhankelijk van de reden voor de kunstverlossing moet je baby mogelijk worden onderzocht door de kinderarts, maar je kunt vragen of hij daarbij zoveel mogelijk bij jou of je partner kan blijven liggen. 

Waarom je baby buidelen na de geboorte zo belangrijk is.

Na de geboorte

De eerste dagen na een vacuümgeboorte zit er een gezwollen, blauwrode afdruk van de cup op het hoofdje van je baby. De zwelling komt doordat er opgehoopt vocht onder de huid zit. Dit vocht verdwijnt meestal na een dag, de blauwe plek na een paar dagen. Je baby kan hoofdpijn hebben en misselijk zijn. Het is daarom extra belangrijk om hem heel rustig op te pakken en zo weinig mogelijk met hem te bewegen. Soms wil hij de eerste uren nog niet drinken vanwege de misselijkheid. De kinderarts kan een pijnstiller voorschrijven tegen de hoofdpijn. Als de conditie van de baby na de geboorte prima is, kun je na een paar uur of de volgende dag naar huis. Soms is voor observatie of medische zorg langere opname nodig. 

Troosten

Het kan voor je baby en jezelf fijn zijn als je na de geboorte of later in de kraamweek rustig en troostend aan hem uitlegt wat er tijdens de bevalling is gebeurd en waarom. Dat het anders is gegaan dan jullie hadden verwacht of gehoopt, maar dat hij het heel goed heeft gedaan en dat je zo blij bent dat hij er is. Baby’s hebben behoefte aan communicatie, net als wij. Ook al begrijpt hij je woorden nog niet, hij voelt jouw aandacht voor zijn ervaring wel als troostend en leert dat jij er voor hem bent als hij iets indrukwekkends heeft meegemaakt. Het kan de hechting versterken. 

Tips: zo versterk je de band met je baby.

Emotioneel herstel

Het herstel na een vacuümverlossing is meestal pittiger dan normaal. Vaak heb je een zware bevalling achter de rug en een pijnlijke wond van een knip of ruptuur. Ook mentaal kan het zwaar zijn voor jou en/of je partner (maar dat hoeft niet). Bijvoorbeeld omdat je relaxte thuisbevalling eindigde met een ingreep in het ziekenhuis, omdat het voelt alsof een ‘normale’ bevalling je is afgenomen of omdat je vindt dat je hebt gefaald omdat je de geboorte niet zelf kon afmaken. Misschien waren jullie in paniek of wanhopig, werd je erdoor overdonderd of begreep je niet wat er allemaal met je werd gedaan. Dat kan eenzaam en angstig voelen. Voor je partner kan het erg heftig zijn geweest om machteloos toe te kijken. 

Het is belangrijk om dit soort gevoelens serieus te nemen en erover te praten. Ook als de vacuümverlossing ervoor heeft gezorgd dat je baby gezond is geboren, kun je iets anders voelen dan alleen maar blijdschap. Je kunt misschien vinden (of te horen krijgen) dat je ‘niet moet zeuren’, want een gezond kind maakt toch alles goed? Toch staat je ervaring van de bevalling op zich daar los van. Bespreek het bij de nacontrole als je het moeilijk hebt met het verloop van je bevalling. Goede, empathische uitleg door je verloskundige of gynaecoloog kan je geruststellen en helpen accepteren hoe het is gegaan. Vraag ook daarna hulp als je last houdt van somberheid, verdriet, angst of nare gedachten over je bevalling. 

Lees ook: Zo verwerk je een traumatische bevalling

Kun je een vacuümverlossing voorkomen?

Er kunnen verschillende factoren meespelen waardoor een vacuümverlossing nodig is en die kun je niet allemaal uitsluiten. Je kunt wel een aantal dingen doen om de kans op een soepele geboorte zo groot mogelijk te maken:

  1. Bereid je bevalling goed voor en creëer zoveel mogelijk de omstandigheden waarin je je veilig en gesteund voelt, door je partner en je verloskundige of gynaecoloog. Vrouwen die zich tijdens hun bevalling continu gesteund voelen, bevallen vaker spontaan (zonder vaginale kunstverlossing). Een zwangerschapscursus en geboorteplan kunnen hierbij helpen.
    Handleiding: zo schrijf je een geboorteplan en kraamplan
  2. Let tijdens de zwangerschap op je houding. Draag geen hakken en probeer niet te veel in dezelfde (onderuitgezakte) houding te zitten. Door een goede houding is de ruimte in je bekken en baarmoeder optimaal en kan de baby makkelijker indalen in de handigste positie voor de bevalling. 
  3. Blijf in beweging om je spieren en banden soepel te houden en voor een goede bekkenstand te zorgen. Ook dat kan je baby meer ruimte geven om goed te gaan liggen. Wandelen, zwemmen, zwangerschapsyoga, Spinning Babies: het kan allemaal helpen.
    Tip: dit zijn ook goede sporten voor tijdens je zwangerschap.
  4. Probeer ook tijdens de bevalling in beweging te blijven. Door van houding te wisselen en met je heupen te draaien kun je je baby helpen in de beste positie in het bekken te zakken.
  5. Als je op je rug ligt tijdens het persen, is de ruimte in je bekken/geboortekanaal het kleinst. Een verticale houding (staand of zittend persen, bijvoorbeeld op een baarkruk) zorgt voor meer ruimte en hulp van de zwaartekracht en verkleint de kans op een kunstverlossing. 
  6. Als je tijdens de persfase op je linkerzij gaat liggen, kunnen de persweeën krachtiger worden door een verbeterde bloedtoevoer naar de baarmoeder. 
  7. Probeer te ontspannen. Dat helpt de aanmaak van oxytocine (voor goede weeën) en zorgt dat de weefsels waar je baby langs moet zacht/flexibel zijn. Bij mindfulness, hypnobirthing of een andere zwangerschapscursus kun je ontspanningstechnieken leren.
  8. Vergeet niet tijdens de ontsluitingsfase af en toe te gaan plassen (je partner kan je eraan helpen herinneren). Een volle blaas kan tijdens de persfase in de weg zitten en plassen lukt dan vaak niet meer.
  9. Begin pas met persen als je persdrang voelt. Te vroeg beginnen met persen (dus zodra er volledige ontsluiting is, maar nog geen persdrang) kan een oorzaak van een langdurige uitdrijvingsfase zijn. Als je eerst een tijd op eigen kracht perst, dus zonder hulp van je natuurlijke uitdrijvingsreflex, verbruik je onnodig veel energie en kun je uitgeput raken, waardoor het persen uiteindelijk niet goed meer lukt.
    Lees ook: 6 goede pershoudingen, probeer uit welke voor jou werkt
  10. Zolang de baby in goede conditie is, jij het nog goed volhoudt en er progressie is, kun je overwegen het besluit tot een kunstverlossing uit te stellen. Richtlijnen zijn er niet voor niets, maar zijn gebaseerd op gemiddelden. Zolang alles gezond verloopt, is het niet erg dat jij er langer over doet dan de gemiddelde vrouw.

Verhoogde kans op een kunstverlossing

In een aantal situaties is de kans groter dat de persfase moeizaam gaat en dat een kunstverlossing nodig is:

  • Een bevalling in het ziekenhuis verhoogt de kans op ingrepen, zoals een kunstverlossing.
  • Bij gebruik van pijnmedicatie zoals een ruggenprik, pethidine of remifentanil kan het persen langer duren. Je mag niet meer vrij bewegen, maar ligt op je rug (minder ruimte in het geboortekanaal). Door de verdoving kunnen de persweeën zwak zijn en na een ruggenprik kan het lang duren voordat ze op gang komen. Ook voel je minder goed hoe je moet meepersen of heb je weinig kracht. 
  • Ook bij kunstmatige inleiding is de kans op een kunstverlossing groter. Als je lichaam nog niet klaar was voor de geboorte, kunnen de weeën ondanks weeënopwekkers te zwak blijven. 

Als je al eens bent bevallen met een vacuümpomp, is de kans dat dat bij een volgende bevalling weer nodig is nauwelijks groter. Bij meer dan 90% van de vrouwen die de eerste keer met een vacuümpomp zijn bevallen, verloopt de volgende bevalling zonder problemen. Het is ook zelden een reden voor een medische indicatie bij een nieuwe zwangerschap. 

Naar een osteopaat?

Een vacuümgeboorte kan erg belastend zijn voor het hoofd, de nek en de ruggengraat van een baby. Soms houden baby’s daar fysieke klachten aan over. Dit kan een oorzaak zijn van veel huilen, een voorkeurshouding en zelfs darmkrampjes of reflux. Uiteraard is het verstandig om daar naar te laten kijken door de huisarts of kinderarts, maar daarnaast kan een osteopaat vaak ook goed helpen. Lees hier wat osteopathie voor je baby kan doen. 

Bronnen: kennisnetgeboortezorg.nl en umcg.nl