Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Inentingen en vaccinaties bij je baby en kind

Je kunt je kind laten vaccineren tegen twaalf infectieziekten. De eerste prik uit het vaccinatieprogramma wordt gegeven als een baby drie maanden oud is. Hoe gaat dat precies in zijn werk? En om welke vaccinaties gaat het?

Wat is inenten?

Als je kind een kinderziekte heeft, bouwt zijn lichaam afweerstoffen op die altijd in het bloed blijven zitten. Hierdoor is je kind voor de rest van zijn leven niet meer vatbaar voor de ziekte. Bij een inenting of vaccinatie wordt het lichaam van je kind ‘besmet’ met een kleine dosis afgezwakte of dode ziektekiemen (virussen of bacteriën). Bij de BMR-prik gaat het bijvoorbeeld om de verzwakte virussen de bofmazelen en rodehond. Je kind krijgt de ziekte dan niet echt, maar zijn afweersysteem wordt wel in werking gezet: zijn lichaam krijgt het sein dat het antistoffen moet aanmaken, waardoor hij immuun wordt voor de ziekte. Hier lees je hoe het immuunsysteem van je kind werkt.

Advertentie

Tegen de meeste ziekten is je kind pas na een aantal inentingen optimaal beschermd. Zo krijgt hij drie keer een Hib-prik. Tot die laatste prik kan hij nog steeds een Hib-ziekte krijgen, al wordt de kans bij elke vaccinatie kleiner.

Vaccineren op het consultatiebureau

Kinderen kunnen gratis worden ingeënt volgens het Rijksvaccinatieprogramma. Kort na de geboorte van je baby krijg je hierover automatisch bericht van het RIVM. Je krijgt een set oproepkaarten voor alle vaccinaties, een vaccinatiebewijs en een folder met informatie. Als je wilt deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma, kun je voor de prikken naar het consultatiebureau. De oproepkaarten en het vaccinatiebewijs neem je mee.

Voordat de eerste vaccinaties worden gegeven, wordt je baby medisch onderzocht tijdens het eerste bezoek aan het consultatiebureau. De verpleegkundige is dan al op huisbezoek geweest voor een kennismaking en heeft daarbij al iets verteld over deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma. Heb je toch nog vragen over de vaccinaties, dan kun je die aan de jeugdarts op het consultatiebureau stellen. De arts of verpleegkundige legt je bij elke inenting uit wat er precies gaat gebeuren. Je kind krijgt de prikken in zijn bovenbeen of bovenarm.

Vaccinatieschema

In het onderstaande vaccinatieschema kun je zien wanneer je kind welke inentingen krijgt volgens het Rijksvaccinatieprogramma:

3 maanden DKTP-Hib-HepB en Pneu
5 maanden DKTP-Hib-HepB en Pneu
11 maanden DKTP-Hib-HepB en Pneu
14 maanden BMR en MenACWY
4 jaar DKTP
9 jaar DTP en BMR
Meisjes 12/13 jaar HPV
14 jaar MenACWY

NB: een kind krijgt met twee maanden oud een extra DKTP-Hib-HepB-prik als de moeder niet is gevaccineerd tegen kinkhoest tijdens de zwangerschap en in sommige bijzondere situaties. De arts van het consultatiebureau bespreekt dit met je. 

Daarnaast is er nog een speciaal vaccin voor baby’s waarvan de moeder tijdens de zwangerschap hepatitis B blijkt te hebben. Deze baby’s krijgen binnen 48 uur na de geboorte een hepatitis B-vaccin toegediend. Zo voorkom je Hepatitis B bij je kind.

Lees ook: Hoe het kinkhoestvaccin voor zwangere vrouwen een baby vanaf de geboorte beschermd

Uitleg afkortingen

In het vaccinatieprogramma staan veel afkortingen. Dit betekenen ze:

Hib      = Haemophilus influenzae type b
HepB  = Hepatitis B
Pneu   = Pneumokokken
BMR   = bof, mazelen en rodehond
Men    = Meningokokken
DKTP  = Difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis (polio)
DTP     = difterie, tetanus, poliomyelitis
HPV    = Humaan papillomavirus

Tegen welke ziekten wordt je baby ingeënt?

In zijn eerste levensjaar krijgt een baby inentingen tegen allerlei verschillende ziektes. De eerste prikken krijgt hij als hij ongeveer drie maanden is. Eén daarvan is de cocktail DKTP-Hib-HepB: een combinatievaccin dat beschermt tegen zes ziektes. Deze cocktail bestaat uit drie vaccins:

De tweede prik, die je baby tegelijk met de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie krijgt, is het pneumokokkenvaccin. Een pneumokokken-infectie kan hersenvliesontsteking veroorzaken.

Vaccinaties na het eerste jaar

Na de eerste verjaardag wordt een kind nog één keer gevaccineerd en daarna is het voorlopig even klaar:

Pas als je kind vier jaar en negen jaar oud wordt, ontvang je weer een oproepkaart voor een vaccinatie.

  • Op vierjarige leeftijd krijgt je kind een herhaling van de DKTP-prik.
  • Op negenjarige leeftijd wordt de BMR-prik herhaald, net als de DTP-vaccinatie (DKTP, maar dan zonder kinkhoest-vaccin).
  • Meisjes krijgen tot slot nog een uitnodiging voor de HPV-vaccinatie in het jaar dat ze dertien worden.

Sinds 2020 krijgen kinderen van veertien jaar een uitnodiging voor een extra vaccinatie tegen meningokokken, een bacterie die bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Het gaat om dezelfde vaccinatie als die ze kregen toen ze veertien maanden oud waren: de meningokokken-ACWY-vaccinatie.

Meer lezen: er is een gevaarlijk type meningokokken in opmars

DKTP-vaccinatie

De DKTP-inenting wordt in principe voor het eerst gegeven als een kind ongeveer drie maanden oud is en wordt herhaald bij een leeftijd van vijf en elf maanden en vier jaar. Als een kind negen jaar is wordt deze vaccinatie nogmaals herhaald, maar dan zonder kinkhoest erin: de DTP-inenting.

De DKTP-inenting beschermt je kind tegen:

  • Difterie: een ernstige infectieziekte die zich in verschillende organen kan manifesteren, met name de huid en luchtwegen. Het kan verstikkingsgevaar veroorzaken, aantasting van het hart en het zenuwstelsel van je baby. Voordat er in Nederland een vaccinatie was tegen difterie, gingen er veel kinderen aan dood.
  • Kinkhoest: een zeer besmettelijke luchtweginfectie (met nare hoest) en vooral gevaarlijk voor nog niet gevaccineerde zuigelingen, vanwege de kans op hersenbeschadiging.
  • Tetanus: ook wel kaakklem genoemd. Tetanus is zonder behandeling een dodelijke ziekte. Het zenuwstelsel en de spieren worden snel aangetast, waardoor problemen met slikken en ademhalen ontstaan en de spieren rondom de kaak verkrampen. Door beschadiging van het spier- en zenuwstelsel kunnen botbreuken, een hoge bloeddruk en hartritmestoornissen ontstaan. Iedereen die niet gevaccineerd is tegen tetanus kan een besmetting oplopen en ziek worden. Omdat bijna iedereen in Nederland tegen tetanus is ingeënt, komt deze ziekte hier bijna niet meer voor.
  • Polio: ook wel bekend als kinderverlamming. Polio is een maag-darminfectie waarbij het virus kan doordringen in het zenuwstelsel en zo kan leiden tot ernstige verlammingsverschijnselen of zelfs overlijden. De laatste polio-epidemie in Nederland vond plaats in 1992/1993 onder niet-gevaccineerde mensen.

Hib-vaccinatie

Als je baby drie maanden oud is, krijgt hij zijn eerste Hib-inenting. Deze wordt herhaald als je baby vijf en elf maanden is. Deze vaccinatie beschermt je kind tegen een Hib-infectie. De Hib-ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Haemophilus influenzae type b. Als de bacterie in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt, kan het ernstige gevolgen hebben, zoals bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking.

HepB-vaccinatie

Tegelijk met het DKTP- en Hib-vaccin krijgt je baby het hepatitis B-vaccin. Ook deze wordt herhaald als je baby vijf en elf maanden is en beschermt tegen het hepatitis B-virus. Dit virus kan een acute of chronische leverontsteking veroorzaken, die kan leiden tot leverfalen. Bij een chronische actieve ontsteking wordt het risico op leverkanker of beschadiging van de lever op latere leeftijd groter.

Pneumokokkenvaccinatie

Als een baby drie maanden oud is, krijgt hij een vaccinatie die beschermt tegen tien typen pneumokokken. De pneumokokkenvaccinatie wordt herhaald als bij vijf en elf maanden.

Pneumokokken is een verzamelnaam van bacteriën. De pneumokok kan oorontsteking veroorzaken of luchtweginfecties zoals een longontsteking, maar ook bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking.

BMR-vaccinatie

Zodra een kind veertien maanden oud is krijgt hij zijn eerste BMR-prik, die op zijn negende wordt herhaald. Deze vaccinatie beschermt je kind tegen:

  • Bof: een ziekte van de speekselklieren, waarbij de wang opzwelt. De bof kan leiden tot hersenvliesontsteking, doofheid en een ontsteking van de teelballen/bijballen of eierstokken. In zeldzame gevallen kan dat onvruchtbaarheid tot gevolg hebben.
  • Mazelen: een vervelende en zeer besmettelijke virusziekte, waarbij een kind hoge koorts en huiduitslag krijgt. Mazelen kan ernstige complicaties met zich meebrengen, zoals hersenontsteking en longontsteking. Soms is de ziekte dodelijk.
  • Rodehond: een besmettelijke ziekte die gepaard gaat met verkoudheidsklachten, lichte koorts en rode, vlekkerige uitslag. Voor kinderen is rodehond onschuldig, maar de ziekte is erg gevaarlijk voor zwangere vrouwen en vooral voor het ongeboren kind. Baby’s kunnen doof, blind of met een verstandelijke handicap geboren worden of de zwangerschap kan eindigen in een miskraam.

Jonge kinderen worden dus vooral tegen rodehond gevaccineerd om zwangere vrouwen preventief te beschermen. Ook deze kinderziektes zijn gevaarlijk voor zwangere vrouwen.

Meer weten over huiduitslag? Check onze handige rode vlekjes-wijzer

Meningokokken-vaccinatie

Dreumesen van veertien maanden krijgen de meningokokken-vaccinatie, tegelijkertijd met de BMR-prik. Infectie met meningokokken kan op alle leeftijden voorkomen, maar de ziekte komt het meest voor bij kinderen tussen één en vier jaar oud, jongeren tussen de veertien en twintig jaar en bij mensen ouder dan zestig jaar. Als een kind veertien maanden oud is, wordt hij ingeënt tegen meningokokken typen A, C, W en Y. Op zijn veertiende wordt dit herhaald.

Een infectie met meningokokken is zeer gevaarlijk. Deze infectie kan hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging veroorzaken. Een kind kan eraan overlijden, maar ook blijvende schade overhouden zoals doofheid, problemen met de motoriek of leer- en gedragsproblemen.

Rotavirus vaccinatie

Een infectie met het rotavirus veroorzaakt een ontsteking aan de maag en darmen. Vooral jonge kinderen (tussen de zes tot 24 maanden) zijn kwetsbaar voor dit virus. Er is een vaccinatie beschikbaar, die wordt gegeven via druppeltjes in de mond.Kwetsbare kinderen zouden de vaccinatie tegen het rotavirus vanaf 1 juni 2020 aangeboden krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die te vroeg zijn geboren (prematuur) of een laag geboortegewicht hebben (dysmatuur). Uit recent onderzoek blijkt dat de vaccinatie veel minder effectief is dan verwacht. Daarom is het invoeren van deze vaccinatie niet doorgegaan. In het najaar van 2020 komt er meer informatie over hoe het verdergaat.De vaccinatie is wel beschikbaar, maar dan moet je hem zelf betalen. Als je hier meer informatie over wilt, kun je het beste contact opnemen met je huisarts.

HPV-vaccinatie

Meisjes krijgen in het jaar dat ze dertien worden een oproep voor de HPV-vaccinatie. HPV staat voor humaan papillomavirus. Er zijn heel veel van die HPV-virussen, maar een aantal is gevaarlijk en kan later baarmoederhalskanker veroorzaken. Ook andere soorten kanker kunnen door het virus veroorzaakt worden, zoals kanker aan de vagina, schaamlippen, anus, penis, mondholte, keel en slokdarm.

Het vaccin beschermt tegen de gevaarlijke HPV-virussen type 16 en 18. Als een meisje is ingeënt met het HPV-vaccin, neemt de kans op baarmoederhalskanker door HPV af met 75%. Er blijft dus een kans bestaan dat een kind na de inenting alsnog ooit baarmoederhalskanker krijgt. Om de vaccinatie maximaal te laten werken, is het belangrijk dat een meisje de prik krijgt als ze nog geen seks heeft gehad. Maar ook bij meisjes die al wel seks hebben gehad, kan de vaccinatie HPV-kanker helpen voorkomen. Meisjes krijgen in het jaar dat ze dertien worden twee keer een uitnodiging voor de vaccinatie. Tussen de twee vaccinaties zit een periode van een half jaar.

Ook jongens kunnen voordeel hebben van het HPV-vaccin, omdat het virus ook andere vormen van kanker kan veroorzaken. In 2021 wordt het HPV-vaccin ook beschikbaar voor jongens. Wil je je zoon al eerder laten inenten, dan kan dit (tegen betaling) buiten het Rijksvaccinatieprogramma om. Vraag je huisarts om meer informatie.

Zijn inentingen verplicht?

Je bent niet wettelijk verplicht om je kind te laten inenten. Toch kiezen in Nederland verreweg de meeste ouders ervoor om hun kinderen te laten vaccineren: voor de meeste vaccins ligt de vaccinatiegraad boven de 90%.

Er was een paar jaar sprake van een dalende vaccinatiegraad. De overheid maakte zich daar toen zorgen over. In 2019 is de vaccinatiegraad, voor het eerst in vijf jaar, weer licht toegenomen. (Bron: RIVM-rapport ‘Vaccinatiegraad en jaarverslag rijksvaccinatieprogramma Nederland 2019)

Bij een te lage vaccinatiegraad wordt de kans op uitbraken van ziektes als de mazelen groter. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) moet de vaccinatiegraad tegen mazelen bijvoorbeeld hoger dan 95% zijn.

Dit GIFje laat duidelijk zien waarom vaccineren belangrijk is.

Uitgesteld vaccineren

Je hoeft je baby niet per se met drie maanden de eerste inenting te geven, maar het wordt wel aangeraden. Wil je de inenting uitstellen tot een later moment, dan kun je dit het beste overleggen met de jeugdarts van het consultatiebureau. Het is belangrijk dat je je aan de tijdsvolgorde van het vaccinatieschema houdt, want daarmee krijgt je kind de beste bescherming. Moet je een inenting uitstellen wegens ziekte, zorg er dan voor dat er niet te veel tijd komt te zitten tussen twee vaccins.

Als je kind verkouden is, een verstopte neus heeft of een lichte temperatuurverhoging (tot 38,5 graden), kun je hem gewoon laten inenten. Heeft hij hogere koorts of is hij flink ziek, dan kun je de vaccinatie beter uitstellen. Overleg dit wel met het consultatiebureau en maak daarna een nieuwe afspraak. Het is niet verstandig om een inenting over te slaan. Je kind heeft alle vaccinaties nodig om optimaal beschermd te zijn.

Bijwerkingen van inentingen

Een inenting doet meestal (even) pijn, waardoor je baby waarschijnlijk moet huilen. In bijna alle gevallen verdwijnt de pijn snel. De plek van de prik is gevoelig en kan wat dikker en rood worden.

Elk vaccin kan wel wat bijwerkingen geven, zoals hangerigheid en dat je kind zich niet lekker voelt. Een aantal uren na de DKTP- en Hib-inenting, de pneumokokkenvaccinatie en de meningokokkenvaccinatie kan je kind wat koorts krijgen en een beetje huileriger zijn dan normaal. Verder kan hij wat slechter eten en meer of juist minder slapen dan gewoonlijk.

Reacties op de BMR-prik komen meestal pas tussen vijf dagen en drie weken na de vaccinatie. Je kind kan dan wat verhoging hebben en wat hangeriger zijn dan normaal. Ook kan hij tijdelijk last hebben van een lichte huiduitslag. Ook deze klachten zijn in bijna alle gevallen na een dag of twee verdwenen.

Meer lezen: Bijwerkingen vaccinaties: dit kun je per prik verwachten

Wat kun je doen tegen bijwerkingen?

Het is handig om paracetamol (zetpillen) in huis te hebben, zodat je dat bij koorts eventueel kunt geven, als je kind zich echt niet lekker lijkt te voelen. Zorg verder dat je kind voldoende blijft drinken. Meestal heeft je kind na één of twee dagen nergens meer last van.

Vertel bij het volgende bezoek aan het consultatiebureau altijd hoe je kind heeft gereageerd op vaccinaties. Als je kind na een prik een onbekende of ernstige afwijking heeft, meld dit dan meteen bij het consultatiebureau of je huisarts.

Lees meer: Reisvaccinatie voor kinderen, wanneer is het nodig?

Nieuwe vaccins in 2021

Er komen nieuwe vaccins op de markt. Zo komt in 2021 het HPV-vaccin voor jongens (dat is er nu alleen nog voor meisjes van twaalf of dertien jaar). Het vaccin beschermt hen tegen penis-, anus-, mond- en keelkanker. Ook worden kinderen vanaf 2021 eerder gevaccineerd, namelijk als ze negen jaar zijn. Als je kind het vaccin niet heeft gehad, krijgt hij nog een keer de kans om de prik te halen als hij veertien of tussen de zestien en zeventien jaar is. Jongvolwassenen tussen de achttien en 26 jaar krijgen ook de kans om de vaccins te halen, maar daar is nog geen datum voor bekend.

De vaccinatie tegen het rotavirus wordt opnieuw beoordeeld. Het is nog niet duidelijk of dit in de toekomst onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma wordt.

Bron: RIVM

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Libertje Bosma

Jeugdarts

Dr. Libertje Bosma werkt als jeugdarts bij GGD Hollands Noorden in Alkmaar. Zij ziet en onderzoekt baby’s, peuters en schoolkinderen, en geeft voorlichting over gezondheid en gezond opgroeien in deze verschillende ontwikkelingsfasen. Waar gezondheidsproblemen en/of ontwikkelingsproblemen gesignaleerd worden, verwijst zij zo nodig door naar passende zorg en hulp.

Daarnaast is zij partner in de Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid een samenwerkingsverband tussen de afdeling Public and Occupational Health van Amsterdam UMC en verschillende JGZ-organisaties in Noord-Holland, waarin praktijk, beleid en onderzoek verbonden worden. Haar missie is om bij te dragen aan betere kansen voor de jeugd om gelukkig en gezond op te groeien.