5 misverstanden over vaccineren die elke ouder moet weten
door

5 misverstanden over vaccineren die elke ouder moet weten

Tien procent van de ouders twijfelt of ze hun kind zullen laten vaccineren. En deze groep kan zomaar eens verdubbelen, zegt het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Daarom vijf misverstanden over vaccineren, psychologisch verklaard.

Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt de hele bevolking en voorkomt daarmee volgens het RIVM 6000 tot 12.000 doden per jaar. Toch is er een groeiende groep – veelal hoogopgeleide twijfelaars – voor wie vaccineren niet vanzelfsprekend is. Deze niet-prikkers hebben vaak goed nagedacht over hun keuze, maar deskundigen weerleggen hun argumenten net zo eenvoudig. Daarom zet Psychologie Magazine vijf bekende misstanden omtrent het vaccineren van kinderen op een rij.

  1. Het prikprotocol is gebaseerd op harde data, op onderzoeken en cijfers

    De Amerikaanse socioloog Jennifer Reich merkt dat steeds meer ouders hun eigen kennis en intuïtieve gedachten stellen boven de wetenschappelijke onderzoeken. Volgens Reich hoort dit soort denkpatronen thuis in een nieuwe opvoedstijl die zij beschrijft als individualistisch ouderschapwaarbij ouders zich niet willen laten sturen door instituten, maar zelf willen beslissen over hun kinderen.

    Ook de Duitse psycholoog Cornelia Betsch herkent dat en noemt het een vorm van zelfoverschatting. “Ouders die niet willen laten vaccineren, hebben vaak het gevoel dat zij primair verantwoordelijk zijn voor hun kind. Ze zijn de hele dag bezig om het juiste te kiezen, van het type luiers tot de muesli die hun gezin eet. Het voelt slecht om zomaar mee te gaan in het one-size-fits-all vaccinatieprogramma dat de overheid aanraadt. Ze willen binnen het programma kunnen kiezen. En ze zien zichzelf als expert, maar gaan voorbij aan het feit dat het prikprotocol is gebaseerd op harde data, op studies en cijfers.”

  2. Het verband tussen vaccins en nare bijwerkingen als autisme is nooit bewezen

    Vaccinaties zouden allerlei nare bijwerkingen hebben, maar psycholoog Betsch doet deze berichtgeving af als illusionaire causaliteit: ‘Ouders schrijven vaak ziekten onterecht toe aan vaccinaties. Ze hadden een gezond kind, het kreeg een vaccin, en toen het daarna ziek werd wisten ze zeker: dat ligt aan het inenten. Omdat twee gebeurtenissen zich tegelijkertijd voordoen, denken mensen dat er een causaal verband is.’

    Online doen veel van dit soort verhalen de ronde. Die negatieve berichten hebben vervolgens weer een grote impact op de twijfelaars. Uit een experiment, gepubliceerd in Journal of psychology, blijkt dat een bezoek van slechts vijf minuten aan dit soort websites, fora en blogs mensen deed twijfelen aan het nut en de veiligheid van prikken. Ongeacht of de berichtgeving waar is of niet.

    Zo wordt bijvoorbeeld autisme nog altijd gezien als een belangrijke, vermeende bijwerking. Dit komt doordat de Engelse wetenschapper Andrew Wakefield in de jaren tachtig een studie in The Lancet publiceerde waaruit zou blijken dat kinderen autistisch worden na de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond (BMR). Maar het onderzoek bleek volledig frauduleus en Wakefield mocht zelfs zijn beroep niet langer uitoefenen.

  3. De consequenties van een infectie kunnen heel ernstig zijn

    Over de consequenties van niet-vaccineren bestaan misverstanden, die kunnen leiden tot risico-onderschatting. Socioloog aan de Universiteit van Maastricht Els Geelen sprak met veel ouders die twijfelden aan het nut van vaccins: ‘Deze ouders zeggen: “Mijn kind kan zo’n ziekte wel aan, ik ga er dag en nacht bij zitten, we komen er wel uit.” Maar bij kleine kinderen kunnen de consequenties van een infectie heel ernstig zijn. En heel erg ziek worden, is soms een kwestie van pech. Je hebt het nooit volledig in de hand.’

  1. Angst is een slechte raadgever

    Uit onderzoek van Tania Lombrozo, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië, blijkt dat sommige ouders het ‘enger’ vinden om hun kind bloot te stellen aan vaccins, dan om niets te doen en af te wachten wat er dan gebeurt. Psychologen noemen dit de omissie bias: narigheid die voortkomt uit dingen die we nalaten, vinden we minder verwerpelijk en erg dan narigheid die voortkomt uit dingen die we doen. Dat fenomeen ziet ook psycholoog Betsch: ‘Vaccineren is eigenlijk heel contra-intuïtief: je kind is helemaal gezond, waarom zou je het moedwillig injecteren met gifstoffen? Voor sommige mensen is het geruststellender om die hele ervaring te vermijden.’

  2. Met niet-vaccineren breng je ook anderen in gevaar

    ‘Er zijn niet-prikkers die denken: als iedereen zich laat vaccineren, dan hoef ik mijn kind niet bloot te stellen aan die naalden’, zegt socioloog Jennifer Reich. Dat komt door kudde-immuniteit, het verschijnsel waar bij een hoge vaccinatiegraad de hele groep resistent is tegen de ziekte. Deze ouders denken heel berekenend en vertonen freerider-gedrag: ze liften mee op de massa. Volgens Betsch zouden overheden veel meer nadruk moeten leggen op kudde-immuniteit. “Als we met z’n allen beslissen onze kinderen niet te vaccineren, is die immuniteit weg. En dan lopen niet alleen kleine kinderen, maar alle mensen met een slechte weerstand – van ouderen tot kankerpatiënten – heel ernstige risico’s. Ik vind dat overheden best meer mogen benadrukken: vaccineren doe je niet alleen voor jezelf, maar voor de hele groep.”

Bron: Psychologie Magazine  Beeld: Shutterstock