Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

inleiden-bevalling

Inleiden van de bevalling

De bevalling kunstmatig inleiden (opwekken) gebeurt in het ziekenhuis. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Wat zijn die redenen? En wat kun je verwachten als je wordt ingeleid?

Wanneer wordt een bevalling ingeleid?

Bij een ingeleide bevalling wordt niet gewacht tot je bevalling spontaan begint, maar worden de weeën eerder opgewekt. Dit gebeurt met een kunstmatig hormoon. Via een infuus krijg je synthetische oxytocine (het hormoon dat zorgt dat de weeën beginnen) toegediend. Je moet hiervoor altijd naar het ziekenhuis en je bevalt met een medische indicatie onder begeleiding van een klinisch verloskundige en een gynaecoloog en/of arts-assistent. Er kunnen verschillende redenen zijn om een bevalling in te leiden. De meest voorkomende redenen zijn:

Advertentie

Er zijn nog meer redenen om een bevalling in te leiden, zoals bepaalde complicaties tijdens deze of een vorige zwangerschap. Het aantal bevallingen dat kunstmatig wordt ingeleid steeg van 15,5 procent in 2008 naar 22 procent in 2016.

Lees ook: 11 tips om op een natuurlijke manier weeën op te wekken

Zo gaat inleiden van een bevalling

Bij een spontane bevalling wordt de baarmoedermond eerst zacht en rijp, onder invloed van het zwangerschapshormoon prostaglandine. Dit noem je verweken en verstrijken. Daarna komt het hormoon oxytocine vrij, dat ervoor zorgt dat de baarmoeder gaat samentrekken en je weeën krijgt. Die weeën zorgen voor ontsluiting. De baarmoedermond gaat steeds verder open, zodat je baby geboren kan worden. Bij een inleiding gebeuren deze stappen kunstmatig.

  1. Eerst wordt met inwendig onderzoek gekeken of je baarmoedermond al rijp is: zacht en een beetje open. Alleen dan kan de bevalling worden ingeleid.
  2. Als de baarmoedermond niet rijp is, moet dit kunstmatig gebeuren. Dat heet ‘primen’ en het kan door het inbrengen van een tablet of tampon met medische prostaglandine, of met een ballonkatheter. Een ballonkatheter is een ballonnetje dat in je vagina wordt ingebracht en dan wordt gevuld met water. Door de druk op de baarmoedermond maakt je lichaam dan zelf prostaglandine vrij. Beide methoden moeten vaak meerdere keren worden herhaald tot de baarmoedermond rijp is. Dit kan een paar dagen duren. Afhankelijk van je situatie mag je dit thuis afwachten of word je opgenomen in het ziekenhuis.
  3. Als de baarmoedermond rijp is en je 1 tot 3 centimeter ontsluiting hebt, worden je vliezen gebroken. Hierna krijg je via een infuus synthetische oxytocine toegediend en is het wachten tot de weeën beginnen. De bevalling verloopt verder zoals een spontane bevalling. De weeën zullen steeds sterker en sterker worden tot ze overgaan in persweeën. In de meeste gevallen wordt de baby binnen 24 uur geboren.

Tip: dit kun je verwachten van de ontsluitingsfase (per centimeter)

Wist je dat:
Als je langer dan 41 weken zwanger bent, kan de verloskundige je ‘strippen’ om te proberen de bevalling op gang te brengen. Ook het handmatig breken van je vliezen kan genoeg zijn om de weeën te laten beginnen. Hier lees je wat strippen precies is.

Risico’s en complicaties

Meestal verloopt een kunstmatige inleiding – net zoals bij een ‘gewone’ bevalling – zonder complicaties. Bij een inleiding is de kans op een pittige bevalling wel groter, omdat het uitgangspunt minder ideaal is. Als je lichaam eigenlijk nog niet klaar is voor de bevalling, kan het moeizamer gaan en is er meer medische hulp nodig. Ook kun je gespannen zijn, omdat je moet worden ingeleid en misschien maak je je wel zorgen om je baby. Stress helpt een bevalling niet. Over de nadelen van een kunstmatige inleiding lees je hieronder meer.

Meer lezen: Deze ademhalingstechnieken kunnen je helpen met ontspannen

Extra controle

Doordat jouw lichaam en de baby bij een ingeleide bevalling anders kunnen reageren dan normaal, worden jullie allebei extra in de gaten gehouden. Je wordt aangesloten op een CTG-apparaat, dat de hartslag van je baby en de weeën registreert. De CTG-knoppen worden met banden om je buik op hun plek gehouden en zijn via draden verbonden aan een monitor. In steeds meer ziekenhuizen is een draadloos en waterproof CTG-apparaat beschikbaar, waarmee je veel meer bewegingsvrijheid hebt en je bijvoorbeeld ook onder de douche of in bad kunt.

De hartslag van de baby kan ook worden geregistreerd via een schedelelektrode. Dit is een draadje met een klein haakje, dat via je vagina in de huid van het hoofdje van je baby wordt gedraaid. Je baby voelt hier niets van, maar voor jou kan het inwendig onderzoek wel onprettig aanvoelen. Zodra je baby is geboren, wordt het draadje van het hoofdje van je baby gehaald.

Een schedelelektrode is een betrouwbaardere manier om de hartslag van je baby in de gaten te houden dan via de CTG-knoppen. Bij de uitwendige registratie kan het gebeuren dat als je baby draait in je buik zijn hartslag niet goed meer wordt gemonitord. Controle van de weeën gebeurt soms ook via een slangetje dat in de baarmoeder wordt gebracht.

Welke soorten weeën er zijn en hoe je ze het beste kunt opvangen, lees je hier.

Hoe lang moet je het infuus houden?

Het infuus blijft zitten tot na de geboorte en totdat ook de placenta er is. Het kan zijn dat je geen goede persweeën krijgt of dat de placenta niet vanzelf komt. Dan is ook synthetische oxytocine nodig.

Wat is synthetische oxytocine?

De synthetische oxytocine die bij een inleiding wordt gebruikt, is identiek aan de oxytocine die je lichaam zelf maakt. Toch werkt het anders in je lichaam dan je eigen oxytocine. Dat zit zo: als je lijf zelf het hormoon oxytocine aanmaakt, werkt het in je bloed én in je hersenen. Via je bloed gaat het hormoon naar je baarmoeder, waardoor je weeën krijgt. In je hersenen zorgt het ervoor dat de stof endorfine vrijkomt. Endorfine werkt rustgevend en verzacht pijn.

Normaal krijg je dus tegelijk met de weeën een hormoon in je lijf waardoor je de bevalling beter aankunt. Synthetische oxytocine komt echter alleen in je bloed terecht en niet in je hersenen. Het zorgt er dus niet voor dat er endorfine wordt aangemaakt, waardoor opgewekte weeën pijnlijker kunnen zijn dan spontane weeën en je meer stress kunt ervaren. Ook regelt je lichaam normaal gesproken de hoeveelheid oxytocine, terwijl je via een infuus te veel oxytocine kunt krijgen.

Hyperstimulatie en weeënstorm

Als je te veel synthetische oxytocine in je bloed krijgt, of als je lichaam het tegelijkertijd ook zelf gaat aanmaken, wordt dit ‘hyperstimulatie’ genoemd. De baarmoeder wordt zo sterk gestimuleerd om samen te trekken dat je heel krachtige weeën krijgt die elkaar snel opvolgen: een weeënstorm.

Als de ontsluiting hierdoor ook vlot gaat, kan je baby (heel) snel worden geboren. Maar het kan ook gebeuren dat de weeënstorm lang aanhoudt, omdat de baarmoedermond nog niet goed kan ontsluiten. Het wordt dan erg lastig en vermoeiend om de weeën goed te blijven opvangen. Bij een weeënstorm wordt het infuus lager gezet en soms zijn weeënremmers nodig.

Een weeënstorm is een reden waarom vrouwen bij een kunstmatige inleiding vaker kiezen voor pijnstilling. Als de geboorte erg snel gaat, kan ook een knip nodig zijn. Ook kan uit de CTG-controle blijken dat de baby niet goed reageert op de weeën (zijn hartslag stijgt of daalt) en er zuurstofgebrek dreigt. Er is dan een spoedkeizersnede nodig. Bij een kunstmatige inleiding is er meer kans op medisch ingrijpen als pijnstilling, een vacuüm– of tangverlossing en een keizersnede (23,8 procent tegenover 9,6 procent bij een spontane bevalling).

Lees ook: Waarom Remifentanil de meest gebruikte pijnstilling is in Nederland

Na de bevalling

Synthetische oxytocine verstoort mogelijk je eigen oxytocine-aanmaak rondom de geboorte en in de periode erna. Wat het effect precies is, wordt nog onderzocht. Een gezonde oxytocine-aanmaak is belangrijk voor de hechting met je baby, de aanmaak van moedermelk en jouw stemming. Een verstoorde aanmaak zou hier een negatief effect op kunnen hebben.

Uit een onderzoek uit 2017 blijkt een verband tussen de toediening van weeënopwekkers (synthetische oxytocine) en het ontstaan van angst en een postpartum depressie in het eerste jaar na de bevalling. Merk je dat je na je bevalling neerslachtig bent en heb je moeite om je te binden aan je baby, neem dan je partner, een familielid of je verloskundige of huisarts in vertrouwen. Hoe eerder je aan de bel trekt, hoe beter en sneller je wordt geholpen.

Tip: zo verwerk je een traumatische bevalling

Inleiden bij gebroken vliezen

Als je gebroken vliezen hebt en de weeën niet vanzelf op gang komen, kan het nodig zijn om de bevalling in te leiden. Het verschilt per ziekenhuis en per situatie hoe lang je hiermee kunt wachten. Meestal beginnen de weeën vanzelf binnen 24 uur nadat je vliezen zijn gebroken. Daarna neemt de kans op een infectie iets toe, doordat er bacteriën in de baarmoeder en bij de baby kunnen komen. Als je goed onder controle staat bij de verloskundige of gynaecoloog, voorzorgsmaatregelen neemt en er geen gezondheidsproblemen ontstaan, kun je vaak langer afwachten. In het ene ziekenhuis is dat 48 uur, in het andere 72 uur. Je mag hierover altijd overleggen.

Inleiden bij overtijd zijn

Als je 42 weken of langer zwanger bent, heet dit ‘overtijd’ of serotiniteit. De kans bestaat dan dat de placenta minder goed gaat werken. Daarom krijg je in Nederland al vanaf 41 weken extra controles bij de verloskundige of in het ziekenhuis, om in de gaten te houden hoe het gaat met je baby’s gezondheid. Meestal wordt rond de 42 weken in overleg met jou een kunstmatige inleiding gepland.

Wel of niet inleiden?

Vaak is het heel duidelijk dat een kunstmatige inleiding medisch gezien de beste optie is, maar niet altijd. Er moet dan goed worden afgewogen wat veiliger is: afwachten tot de bevalling vanzelf begint of de bevalling inleiden. Dit is bijvoorbeeld het geval als je nog geen 37 weken zwanger is, waardoor de baby te vroeg geboren wordt. Is het veiliger om af te wachten, dan kan dat de beste optie zijn.

De afweging wat het beste is voor je baby’s gezondheid en/of die van jou, verschilt per medische situatie, maar het beleid kan ook per ziekenhuis verschillen. Volgens de richtlijnen wordt de afweging gemaakt door de gynaecoloog in samenspraak met de zwangere vrouw. Je krijgt de voordelen en risico’s uitgelegd van zowel afwachten als inleiden. Ook bespreek je jouw persoonlijke situatie en wensen met de arts. Op basis daarvan neem je, samen met je partner, een beslissing.

Inleiden op eigen verzoek

Sommige vrouwen willen dat hun bevalling wordt ingeleid terwijl er geen medische reden is. Dit heet een kunstmatige inleiding op eigen verzoek. De meeste artsen zijn hier terughoudend in, omdat een spontane bevalling vaak voorspoediger verloopt dan een inleiding. Volgens de richtlijnen mag een bevalling alleen worden ingeleid wegens medische redenen. Artsen mogen hier wel van afwijken. Als jij vindt dat je een gegronde reden hebt om je bevalling te laten inleiden, kun je hierover in overleg met je verloskundige of gynaecoloog.

Voor- en nadelen kunstmatig inleiden

  • Je kunt niet meer kiezen voor een thuisbevalling en je kunt het eerste deel van de bevalling ook niet thuis doorbrengen. Je bent vanaf het begin in het ziekenhuis. Checklist: stop dit in je vluchttas voor een ziekenhuisbevalling.
    • Je krijgt een infuus en zit vast aan een CTG-apparaat. Je hebt daardoor minder bewegingsvrijheid.
    • De bevalling kan lang duren doordat de ontsluiting niet vordert en de persweeën niet sterk genoeg zijn. Lees ook: Dit zijn verschillende pershoudingen met de voor- en nadelen
    • De weeën kunnen pijnlijker zijn doordat je minder makkelijk endorfine aanmaakt.
    • Doordat de vliezen worden gebroken, duwt het hoofdje van de baby direct op je baarmoedermond. Dit kan de weeën pijnlijker maken en de baby kan zijn hoofdje niet goed meer draaien als hij niet goed voor de bekkeningang ligt.
    • Er is kans op een weeënstorm, waardoor je erg heftige weeën kunt krijgen die elkaar (vrijwel) zonder pauze opvolgen.
    • De kans dat je pijnmedicatie nodig hebt is groter. De verschillende soorten pijnstilling hebben ieder ook bijwerkingen en/of invloed op het verloop van de bevalling. Bekijk ze hier.
    • Er is meer kans op een knip en een kunstverlossing met een vacuümpomptangverlossingof een keizersnede.
    • Er is meer kans op overmatig bloedverlies (fluxus) na de bevalling doordat de placenta niet snel genoeg wordt geboren, of omdat de baarmoeder daarna niet goed samentrekt.
    • Als de baby nog niet goed is ingedaald, is er een kleine kans op een uitgezakte navelstreng. Bij het handmatig breken van de vliezen kan de navelstreng door de baarmoedermond zakken en bekneld raken of afkoelen, waardoor er geen of te weinig bloed naar de baby gaat. Er is dan een spoedkeizersnede nodig.
    • Als je eerder een keizersnede hebt gehad, is er bij een kunstmatige inleiding iets meer kans op een baarmoederruptuur. Dit komt zelden voor.

Meer weten? Dit zijn onmisbare tips voor je partner tijdens de bevalling

Tips bij een ingeleide bevalling

Zoals gezegd kan een ingeleide bevalling net zo goed en voorspoedig verlopen als een spontane bevalling. Dit kan daarbij helpen:

  1. Spreek van te voren met de klinisch verloskundige en/of gynaecoloog af zij je goed informeren en dat ze steeds uitleggen wat er gaat gebeuren en waarom ze dat doen. Dat kan spanning en angst bij je wegnemen. Heb je vragen tussendoor, stel ze dan.
  2. Probeer in beweging te blijven als dat lukt, en fijne houdingen te vinden als de weeën beginnen. Beweging, zoals draaien met je heupen, kan de ontsluiting stimuleren. Een rebozo-massage kan hierbij ook helpen.
  3. Je kunt bij een ingeleide bevalling gebruikmaken van een geboortebal of baarkruk en vaak ook in bad of onder de douche. Vraag van tevoren na bij het ziekenhuis of dit beschikbaar is, net als een draadloos CTG.
  4. Ga van tevoren na wat jou kan helpen ontspannen en geef tijdens de bevalling goed aan wat je hiervoor nodig hebt.
  5. Overleg met de arts of het infuus omlaag kan zodra de weeën op gang komen. In sommige ziekenhuizen stop het infuus bij vijf centimeter ontsluiting en goede, regelmatige weeën om hyperstimulatie te voorkomen.
  6. Acupressuur of acupunctuur kunnen weeën op gang brengen. Als dit je aanspreekt, kun je het in overleg met je arts inzetten naast weeënopwekkers, zodat je lichaam het zoveel mogelijk zelf kan doen. Je kunt hier meer informatie over vragen bij een acupuncturist die is gespecialiseerd in de zwangerschap.
  7. Neem jouw wensen voor de inleiding op in je geboorteplan, dan weten ze in het ziekenhuis hoe ze jou hierbij zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Check hier onze handleiding geboorteplan schrijven.
  8. Weet dat het beleid bij kunstmatige inleiding per ziekenhuis flink kan verschillen. Als je weet welke opties er zijn (vraag hier gerust naar), kun je beter je eigen voorkeuren aangeven. Je kunt eventueel kijken of je terechtkunt bij een ander ziekenhuis als dit beter bij je past.