Bevallen met een tangverlossing

Bevallen met een tangverlossing

Als tijdens het persen blijkt dat je baby niet op eigen kracht geboren kan worden, zal er soms een tangverlossing aan te pas komen.

Wanneer is het nodig?

Een verlostang wordt tegenwoordig veel minder gebruikt dan vroeger. Hij komt van pas als het vacuümpompje eraf schiet of als het hoofdje op de bekkenbodem staat, maar de bevalling niet verder vordert. Ook wordt een verlostang soms gebruikt om bij een stuitbevalling de geboorte van het hoofd te begeleiden.

Gebruik

Bij een tangverlossing wordt gebruik gemaakt van twee grote metalen ‘lepels’ die om het hoofdje van de baby gelegd worden. Hiermee wordt tijdens een perswee meegetrokken. Het hangt af van de positie van het hoofdje van je baby of een gynaecoloog zal kiezen voor een vacuüm- of een tangverlossing.

Het inbrengen van de lepels is pijnlijk. Je wordt meestal van tevoren plaatselijk verdoofd en soms ingeknipt. Ook al heeft het hoofdje na de bevalling wat ingedeukte plekken, een tangverlossing is niet schadelijk voor de baby. De plekken trekken altijd binnen een paar dagen weg.

Geen gevaar

Een vacuümpomp of verlostang is niet gevaarlijk voor je kind. Deze verlostechnieken worden heel voorzichtig uitgevoerd en bovendien al jarenlang verricht; de tangverlossing al sinds ongeveer 1600. Wel kan je kind na afloop wat hoofdpijn hebben. Daarom krijgt hij na de geboorte een zetpilletje paracetamol.