tangverlossing

Bevallen met een tangverlossing

Als het persen lang duurt en de conditie van de baby achteruit gaat, kan het nodig zijn om de geboorte te helpen. Bijvoorbeeld met een verlostang. Lees hier wanneer een tangverlossing nodig is en hoe de gynaecoloog dit doet.

Wat is een verlostang?

Een verlostang is een hulpmiddel dat wordt gebruikt om de geboorte van een baby te versnellen: een vaginale kunstverlossing heet dat. De metalen tang bestaat uit twee grote, gebogen ‘lepels’ met een gat erin, die om de zijkant van het hoofdje van de baby passen.

Advertentie

Wanneer is een tangverlossing nodig?

De persfase van een bevalling duurt bij een eerste kind één tot twee uur, bij een tweede of volgende kind gaat het meestal veel sneller, zo rond een halfuur tot een uur. Maar soms duurt het persen erg lang of komt de baby ondanks krachtig meepersen niet dichter bij de bekkenuitgang. Als het goed gaat met de baby en de moeder het volhoudt, is het niet erg als de persfase lang duurt. Maar als uit de harttonen blijkt dat de conditie van de baby achteruit gaat en zuurstoftekort dreigt, is het belangrijk dat hij sneller wordt geboren.

De gynaecoloog kan dan helpen met een vacuümpomp of een verlostang. Vaak komt het door een combinatie van factoren als het persen moeizaam gaat en lang duurt. Dit kunnen redenen zijn:

  • een ongunstige ligging van de baby (bijvoorbeeld bij een sterrenkijker).
  • de persweeën zijn niet sterk genoeg of zwakken af.
  • de moeder is te moe om krachtig mee te persen.
  • de moeder ligt op haar rug.
  • de bekkenbodemspieren zijn erg stug.
  • de blaas is vol en verspert de doorgang.
  • na een ruggenprik of andere pijnmedicatie komt de persdrang soms traag op gang of zijn de weeën niet sterk genoeg. De kans op een kunstverlossing is dan groter.

Lees hier meer over natuurlijke en medische pijnbestrijding tijdens de bevalling.

Zo gaat een tangverlossing

Voor een tangverlossing draagt de verloskundige je over aan een gynaecoloog. Bij een thuisbevalling zul je dus naar het ziekenhuis moeten. Het onderste deel van het verlosbed wordt weggehaald, zodat het bed lijkt op de stoel waar je in zit bij gynaecologisch onderzoek. De gynaecoloog kan zo goed tussen je benen staan om te helpen. Je krijgt een plaatselijke verdoving en je blaas wordt leeggemaakt met een katheter. Daarna doet de gynaecoloog inwendig onderzoek om te voelen hoe het hoofdje van de baby ligt. Vervolgens brengt hij de lepels één voor één in en plaatst ze op de juiste plek om het hoofdje, waarna hij uiteinden aan elkaar bevestigt zodat ze een handvat vormen. Ondanks de verdoving kan het inbrengen van de lepels pijn doen.

Als er een wee komt, trekt de gynaecoloog voorzichtig mee, terwijl je zo krachtig mogelijk perst. Na de wee zorgt de gynaecoloog dat het hoofdje niet terugzakt. Meestal is de baby er dan na een paar weeën. Zodra het hoofdje is geboren, wordt de tang weggehaald. Het lijfje volgt vanzelf.

Leestip: hoe herken je die eerste echte wee en welke soorten weeën zijn er?

Verlostang of vacuümpomp?

Met een vacuümpomp wordt de geboorte op een soortgelijke manier versneld. Welk hulpmiddel wordt gebruikt, hangt af van de ligging van de baby en hoe ver het hoofdje al is ingedaald, maar ook van de voorkeur van de gynaecoloog. Tegenwoordig gebruiken de meeste gynaecologen liever de vacuümpomp en wordt de verlostang alleen gebruikt als de vacuümpomp losschiet of als de baby er al bijna is. Ook bij een stuitbevalling begeleidt de gynaecoloog de geboorte van het hoofd soms met een verlostang.

Meer weten?

Als je baby een paar weken voor de uitgerekende datum in stuitligging ligt, krijg je waarschijnlijk de keuze: wil je een vaginaal bevallen of een keizersnede? Lees hier wat de voor- en nadelen zijn van beiden.

Knip nodig?

In principe is een knip (episiotomie) niet nodig om de verlostang te kunnen plaatsen. Het kan het wel makkelijker maken voor de gynaecoloog. Als er haast is bij de geboorte, kan dat een reden zijn voor een knip. Ook zetten gynaecologen vaak een knip om ernstig inscheuren te voorkomen. Door de plaatselijke verdoving zul je van het inknippen zelf niet zoveel merken. Na de bevalling kun je wel meer last hebben van pijn door de knip.

Schadelijk voor de baby?

De gynaecoloog werkt uiteraard zo voorzichtig mogelijk bij een tangverlossing en na de geboorte wordt je baby onderzocht door de kinderarts. Soms moet een baby ter observatie worden opgenomen in een couveuse. Hoewel een tangverlossing niet gevaarlijk is, heeft een baby er meestal wel last van. Hij kan eerst een wat vervormd hoofdje hebben, deukjes of rode plekken aan de zijkant en soms bloeduitstortingen. Dit trekt binnen een paar dagen vanzelf weg. Ook kan hij hoofdpijn hebben en misselijk zijn. De arts kan hem een zetpilletje paracetamol geven en zal meestal adviseren je baby de eerste 24 uur alleen op te pakken als het nodig is om hem te voeden of verschonen.

Osteopathie kan helpen bij baby’s die last houden van een moeizame geboorte, zoals een tangverlossing. Een baby kan dan gespannen aanvoelen, erg veel last hebben van krampjes en reflux en veel huilen. Hier lees je meer over osteopathie bij baby’s.

Tangverlossing en borstvoeding

Door de tangverlossing kan je baby misselijk zijn en pijn hebben aan zijn hoofd, nek en kaken. Daarom wil hij de eerste uren na de geboorte misschien niet drinken. Je kunt dan wel kolven om het colostrum op te vangen, de eerste moedermelk met belangrijke antistoffen voor je baby. Ook kun je door te kolven proberen te voorkomen dat de borstvoeding te traag op gang komt.

Vraag gerust hulp van de verpleging, kraamzorg of een lactatiekundige bij het opstarten van de borstvoeding. Als je je baby weer kunt vasthouden, helpt huid-op-huid-contact de borstvoeding ook op gang te brengen. Over het algemeen kun je na een tangverlossing gewoon borstvoeding geven.

Kun je een tangverlossing voorkomen?

Je kunt een kunstverlossing niet voorkomen, omdat je niet precies kunt weten hoe je bevalling zal verlopen, maar je kunt wel veel doen om de kans op een spontane geboorte te vergroten:

Voor de bevalling:

  1. Merk je tijdens de zwangerschap dat je angst hebt voor de bevalling of de persfase, dan is het goed om daar iets aan te doen. Door je vertrouwen te versterken, ontspanningsoefeningen te doen en te leren hoe je tijdens het persen kunt ademen, vergroot je de kans dat het soepel gaat. Denk aan zwangerschapshaptonomie, hypnobirthing of mindfulness.
  2. Vrouwen die tijdens de zwangerschap blijven bewegen, bevallen over het algemeen soepeler en vlotter. Zwangerschapsyoga, -zwemmen of -fitness draagt bijvoorbeeld bij aan een goede bekkenstand.
  3. Heb je tijdens de zwangerschap (of ook daarvoor al) rug- of bekkenklachten, dan kun je daarnaar laten kijken door een fysiotherapeut of chiropractor die is gespecialiseerd in de zwangerschap. Door je bekkenstand te verbeteren, kan de baby makkelijker indalen in de achterhoofdsligging, wat de kans op een soepele geboorte vergroot. 16 tips bij bekkenpijn: wat je zelf kunt doen.

Meer lezen: Waarom is een baby druk of juist rustig voor de bevalling?

Tijdens de bevalling:

  1. Als je op je rug ligt, is de ruimte in je bekken het kleinst en moet je tegen de zwaartekracht in persen. Probeer op je knieën, op je hurken of op een baarkruk te persen.
  2. Je kunt ook op je linkerzij gaan liggen. Dat kan de persweeën sterker maken en je staartbeen kan naar achteren bewegen, waardoor je baby meer ruimte krijgt in het geboortekanaal. Dit is een overzicht van alle bevallingshoudingen die er zijn.
  3. In bad bevallen vrouwen vaak soepeler, doordat je beter oxytocine aanmaakt (voor sterke weeën), makkelijker houdingen kunt aannemen die voor ruimte in het bekken zorgen en omdat warm water je bekkenbodem ontspant.
  4. Ga tijdens de ontsluitingsfase regelmatig plassen. Zo voorkom je dat je blaas tijdens het persen vol is en in de weg zit.
  5. Probeer je gezicht tijdens een wee zoveel mogelijk te ontspannen. Dat ontspant ook de bekkenbodem.
  6. Geef het aan als je angstig bent. Je emoties uiten alleen al kan zo opluchten dat je weer rustiger wordt, maar je partner of verloskundige kunnen je ook helpen weer te ontspannen. De weefsels in het geboortekanaal worden dan ook zachter en dat kan je baby net de ruimte geven die hij nodig heeft.

Meer lezen: Zo kan je ademhaling je helpen tijdens de bevalling