ontwikkelingsachterstand baby

Ontwikkelingsachterstand baby: wanneer zorgen maken?

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Als jouw kind wat later loopt of niet goed praat, kun je je daar zorgen om maken. Hoe ga je met een trage ontwikkeling bij je kind om?

Kan hij al praten? Zit hij al rechtop? Loopt hij al? Is hij nog niet zindelijk? Iedere moeder herkent deze vragen van andere moeders over de ontwikkeling van jouw kind. Als je kind met elf maanden zijn eerste stapje zet of op zijn tweede al zindelijk is, ben je vast apetrots. Maar wat als je kind achterloopt en misschien een trage ontwikkeling heeft?

Wat is een ontwikkelingsachterstand?

Kinderen ontwikkelen en groeien voortdurend op zowel motorisch als zintuigelijk gebied maar soms wijkt deze ontwikkeling af van wat ‘gebruikelijk’ is. Dit kan komen door aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat of het heeft te maken met de zintuigen, organen of het zenuwstelsel. Kinderen met een ontwikkelingsachterstand ontwikkelen zich langzamer vergeleken met kinderen van dezelfde leeftijd. Ze gaan bijvoorbeeld later omrollen, zitten, staan, lopen of praten.

Lees meer: Wanneer leert een baby tijgeren, kruipen, zitten en staan?

Hoe vaak komt het voor bij kinderen?

Het is onduidelijk hoe vaak een ontwikkelingsachterstand precies voorkomt bij kinderen. Een verstandelijke beperking komt bij één op de dertig à vijftig kinderen voor in Nederland. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak een ontwikkelingsachterstand, maar niet alle kinderen met een ontwikkelingsachterstand hebben een verstandelijke beperking. Vermoedelijk zijn er meer dan één op de dertig à vijftig kinderen met een ontwikkelingsachterstand.

Bij wie komt een ontwikkelingsachterstand voor?

Een ontwikkelingsachterstand kan op elke leeftijd duidelijk worden. Bij de één valt zo’n achterstand al heel vroeg op en bij de ander pas op latere leeftijd. Jongens hebben vaker een ontwikkelingsachterstand dan meisjes.

Van Wiechenschema

Op het consultatiebureau wordt de ontwikkeling van je kind precies bijgehouden in het Van Wiechenschema. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het bewegen (motoriek), praten en samenspel. Als je kind een eventuele achterstand in de ontwikkeling heeft, is dit snel af te leiden uit het Van Wiechenschema. 

Als je kind op een onderdeel niet goed scoort, wil dat niet meteen zeggen dat hij een achterstand heeft. Pas als dit bij meerdere onderdelen is, is het belangrijk om je kind verder te laten onderzoeken. 

Het is ook belangrijk om te kijken of een kind blijft ontwikkelen op alle onderdelen. Het zou ook kunnen zijn dat de ontwikkeling ineens stagneert of afneemt. Ook dan is het verstandig dit verder te laten onderzoeken.

Oorzaken ontwikkelingsachterstand

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van een ontwikkelingsachterstand. Bij ongeveer de helft van alle kinderen met een ontwikkelingsachterstand lukt het om te achterhalen wat de oorzaak is. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken:

  • Onopgemerkte problemen met horen en zien
  • Onderstimulatie 
  • Chromosoomafwijkingen
  • Foutjes in het erfelijk materiaal. Lees hier meer over erfelijkheid en genen. 
  • Trauma’s en of onopgemerkte weefselschade zoals fracturen etc.
  • Beschadiging van de hersenen door een zuurstoftekort tijdens de zwangerschap of rondom de bevalling
  • Beschadiging van de hersenen na een infectie van de hersenen in de baarmoeder of na de geboorte
  • Beschadiging van de hersenen na een ongeval
  • Problemen met de stofwisseling
  • Epilepsie
  • Na het gebruik van alcohol, drugs of bepaalde medicijnen tijdens de zwangerschap kan er schade in de hersenen ontstaan.

Kenmerken ontwikkelingsachterstand

Je kunt op verschillende gebieden een achterstand hebben. Het ene kind kan bij een leeftijd van één jaar nog niet rollen of zitten, een ander kind kan bij een leeftijd van drie nog niet praten. Sommige kinderen hebben op zowel motorisch als cognitief gebied een achterstand en bij sommige kinderen zie je pas als ze acht zijn dat ze zich niet goed kunnen concentreren. 

Het is moeilijk om precies te zeggen wat de kenmerken van een ontwikkelingsachterstand zijn omdat het zoveel gebieden betreft. Helaas is er dus niet een duidelijke symptomenlijst. Het gaat er met name om dat je je kind goed in de gaten houdt en bij twijfel altijd verder laat onderzoeken.

1. Bewegen

Rond negen maanden beginnen de meeste baby’s zelfstandig te zitten en zich zelfs op te trekken. Kan je baby staan, dan duurt het waarschijnlijk niet lang meer voordat hij de eerste stapjes zet. Gemiddeld lopen de meeste baby’s tussen de (tien en veertien maanden voor het eerst). Eerst houden ze zich hierbij vast aan jou of de tafel en rond veertien maanden lopen de meeste baby’s helemaal los. Loopt je kind met achttien maanden nog niet dan is het verstandig om dit te bespreken op het consultatiebureau.

2. Praten

De meeste baby’s zeggen rond hun eerste verjaardag hun eerste echte woordjes. Sommige kinderen zeggen al met een maand of acht hun eerste woordje, terwijl andere kinderen er met achttien maanden vrolijk op los brabbelen. Pas als er op zijn tweede verjaardag nog geen enkel herkenbaar woordje uit zijn mond is gekomen, is dat een reden om contact op te nemen met het consultatiebureau. Ook als je kind minder goed gaat praten, is dat een reden om een afspraak te maken met je huisarts of het consultatiebureau. Dit zijn de meest voorkomende spraakproblemen bij kinderen.

Lees meer: Spraakontwikkeling bij peuters en kleuters

3. Begrijpen

Voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand is behalve zelf praten ook het begrijpen van wat anderen zeggen vaak moeilijker. Het is voor een kind met een ontwikkelingsachterstand moeilijk om twee opdrachten tegelijk te doen. Bijvoorbeeld: ga naar de gang en doe je jas aan.

4. Sociaal-emotioneel

Gemiddeld lacht een kind vanaf zes weken. Een kind met een ontwikkelingsachterstand doet dit later. Ook het omgaan met leeftijdsgenootjes kan moeilijk zijn voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Denk bijvoorbeeld aan samen spelen of zich inleven in een ander. Lees hier wat het verschil is tussen een reflexglimlach en echt lachen.

5. Problemen met leren

Hier zitten veel variaties tussen. Het ene kind met een ontwikkelingsachterstand leert bijvoorbeeld langzamer en een ander heeft meer tijd nodig om iets onder de knie te krijgen.

6. Problemen met zien en horen

Kinderen met een ontwikkelingsachterstand hebben vaker problemen met zien. Denk bijvoorbeeld aan scheel kijken, een lui oog of een sterkteafwijking aan de ogen. Ook slechthorendheid en doofheid komt voor. Dit zijn de meest voorkomende oogproblemen bij kinderen.

Lees ook: Het gehoor van je baby: van ontwikkeling tot screening

7. Gedragsproblemen

Gedragsproblemen komen vaker voor bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand. De kinderen zijn bijvoorbeeld aanhankelijker naar de ouders toe, zijn bang voor nieuwe situaties of vreemde mensen en houden van vaste gewoontes. Ook problemen met betrekking tot aandacht, concentratie en stilzitten komen vaker voor bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Dit zijn veelvoorkomende angsten bij kinderen. 

8. Slaapproblemen

Sommige kinderen met een ontwikkelingsachterstand hebben ook last van slaapproblemen. Ze vallen moeilijker in slaap of worden een paar keer per nacht wakker. Anderen zijn juist weer heel vroeg wakker. Er zijn ook kinderen die juist teveel slapen en weinig uren op een dag wakker en actief zijn. Lees hier alles over slapen en baby’s, wat is normaal?

9. Problemen met eten en drinken

In de eerste weken gaat drinken vaak moeizamer, er is bijvoorbeeld geen of weinig zuigreflex of onvoldoende kracht om uit de tepel te drinken. Ook als je kind ouder is, kan hij problemen krijgen met kauwen en slikken. Ook verstopping (obstipatie) komt vaker voor bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand.

10. Zindelijkheid

De meeste kinderen zijn tussen de twee en drie jaar overdag zindelijk. Pas als ze tussen de drie en vier jaar zijn, zijn de meeste kinderen ook ’s nachts zindelijk. Over het algemeen zijn jongens wat later zindelijk dan meisjes. Als je kind een ontwikkelingsachterstand heeft, is hij ook later overdag zindelijk. Meestal is dat als ze tussen de drie en vier jaar zijn. 

De 12 meest gestelde vragen over zindelijk worden.

11. Epilepsie

Epilepsie komt vaker voor bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand. 

12. Afwijkingen aan andere organen

Eerder is al beschreven dat kinderen met een ontwikkelingsachterstand last kunnen hebben van hun gehoor of zicht. Ook andere afwijkingen aan andere organen komen voor. Denk bijvoorbeeld aan het hart of de longen.

13. Typisch uiterlijk

Als je kind als gevolg van een syndroom of genetische afwijking een ontwikkelingsachterstand heeft zie je vaak uiterlijke kenmerken. Je kind heeft dan bijvoorbeeld laagstaande oren, of een afwijkende stand van de vingers. Er zit heel veel verschil in uiterlijk en je kan lang niet altijd aan het uiterlijk zien dat een kind een ontwikkelingsachterstand heeft. 

Ook kan het zijn dat je kind een probleem heeft met de stofwisseling. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat er alcohol, drugs of bepaalde medicijnen zijn gebruikt tijdens de zwangerschap. Ook hierbij zie je soms een typisch uiterlijk maar lang niet altijd. Verder zijn er uiteraard heel veel kinderen met een ontwikkelingsachterstand waarbij je aan het uiterlijk helemaal niets bijzonders ziet.

Diagnose ontwikkelingsachterstand

Als je vermoedt dat je kind een ontwikkelingsachterstand heeft, neem dan contact op met het consultatiebureau, de huisarts of de kinderfysiotherapeut. Vervolgens zal er veel aan je worden gevraagd over je eigen ontwikkeling, het verloop van je zwangerschap en de bevalling. Vooral de ontwikkeling van de motoriek, dus het omrollen, kruipen en lopen zijn erfelijk bepaald. Als in een gezin alle kinderen na een jaar al konden lopen maar een volgend kind nog niet, kan dat een signaal zijn. Het hoeft ook niets te betekenen en dat maakt het vaststellen van diagnose vaak lastig.

Je baby wordt goed bekeken. Denk bijvoorbeeld aan de groeicurve en schedelomtrek. Bij het consultatiebureau wordt aan de hand van het van Wiechenschema gekeken of je kind de ontwikkeling laat zien die bij zijn leeftijd past. Ook wordt gekeken naar de indruk die je baby maakt. Is hij alert of juist passief? De spierspanning is ook belangrijk voor het onderzoek. Als dit te hoog of te laag is, is er extra onderzoek nodig. 

Het ligt er maar net aan waar jouw kind ‘last’ van heeft en wie hem verder onderzoekt. Bijvoorbeeld door een oogarts, kinderneuroloog, kinderfysiotherapeut of logopedist. De specialisten helpen je verder met het geven van advies, tips en eventueel oefeningen.

Meer lezen: wanneer is kinderfysiotherapie nodig?

Behandeling

Meestal bestaat er geen behandeling die de oorzaak van de ontwikkelingsachterstand kan weghalen. Wel kunnen kinderen door bijvoorbeeld een logopedist of een kinderfysiotherapeut worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. Zodat een kind binnen zijn mogelijkheden toch zoveel mogelijk kan ontwikkelen. 

Ook ouders worden begeleid. Een oogarts zou bijvoorbeeld het zicht in kaart kunnen brengen en een bril kunnen aanmeten. Een neuroloog kan bij bijvoorbeeld epilepsie medicatie voorschrijven. Zo zijn er tal van medici die kunnen helpen in de behandeling of begeleiding van de ontwikkeling. 

Wat kun je zelf doen?

Om de ontwikkeling van je kind zo goed mogelijk te laten verlopen, kun je ook zelf je kind stimuleren. Dit gebeurt vaak spelenderwijs, zodat het voor iedereen leuk blijft en je kind sneller iets oppikt. Probeer op het niveau van je kind aan te sluiten, te stimuleren en ook juist te bevestigen wat er wel goed gaat.

Wat betekent het voor de toekomst?

Het is moeilijk iets te zeggen over wat een bepaalde ontwikkelingsachterstand zal betekenen voor de toekomst van een kind. Er zijn kinderen die als gevolg van een hersenschade of een genetische afwijking altijd een beperking zullen houden. Het is erg belangrijk om de oorzaak van de achterstand te weten. Zolang je deze niet weet is het moeilijk iets te garanderen over de toekomst. Het enige wat je kan doen is goed aansluiten op het niveau van het kind en hier zo goed als het kan te ondersteunen en te stimuleren.

Heeft tweede of derde kind ook kans op ontwikkelingsachterstand?

Dit is helemaal afhankelijk van de oorzaak van de achterstand van je kind. Als je kind een ontwikkelingsachterstand heeft door zuurstoftekort rondom de bevalling, zullen broertjes en zusjes geen verhoogde kans hebben om ook een ontwikkelingsachterstand te hebben. Tenzij ook zij een zuurstoftekort oplopen tijdens de geboorte. 

Heeft jouw kind een ontwikkelingsachterstand door een stofwisselingsziekte of een fout in het erfelijk materiaal? Dan hebben broertjes of zusjes een verhoogde kans op een ontwikkelingsachterstand.

Anna Baltus

Kinderfysiotherapeute

Anna is mede eigenaar van De Fysio Studio in Amsterdam waar zij kinderen van 0 tot 18 jaar behandelt. Anna is expert op het gebied van alles wat met motorische ontwikkeling bij kinderen te maken heeft. Haar doel is om kinderen binnen hun kunnen met plezier te laten bewegen, zonder beperkingen, pijn of angst.