ontwikkelingsfases kind

De 11 ontwikkelingsfases van je kind

‘Het is een fase…’ Iedere ouder verzucht dit weleens als zijn kind al weken lastige buien heeft. En het klopt, want kinderen ontwikkelen zich in verschillende fases. 11 ontwikkelingsfases heeft een kind om precies te zijn. In elk fase leert je kind nieuwe vaardigheden en vertoont hij bepaald gedrag. Dat kan ook lastig gedrag zijn, maar onthoud: het is een fase!

Ontwikkelingsfases van kind

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Maar in grote lijnen maken kinderen wel allemaal dezelfde stappen door in hun ontwikkeling. Die ontwikkeling is in te delen in 11 fases. Bij elke ontwikkelingsfase van je kind horen veranderingen in gedrag en nieuwe vaardigheden die je kind gaat leren. En voor ouders horen bij elke fase dus nieuwe uitdagingen in de opvoeding. Let op: onderstaande leeftijden zijn gemiddelden. Maak je geen zorgen als de ontwikkelingsfase van jouw kind sneller of langzamer gaat dan onderstaand schema.

Advertentie
  1. Baby: 0-1 maand

    De eerste maand van je baby staat vooral in het teken van slapen, drinken en groeien. Gemiddeld slaapt een baby de eerste maand nog zo’n zeventien uur per dag. Je kind moet wennen aan de wereld en doet nog niet veel, behalve een beetje om zich heen kijken. Hij ziet nog weinig: je baby kan de eerste maand scherp zien tot twintig à dertig centimeter afstand. Alles wat verder weg is, ziet hij wazig.

    Een pasgeboren baby wordt ook wel een zuigeling genoemd. Zuigen doet hij dan ook veel: aan de borst of fles, maar ook graag aan een fopspeen, zijn duim of vingers of jouw pink. Het belangrijkste wat je baby in de eerste maand doet qua ontwikkeling, is groeien. De eerste week na de geboorte valt een baby vaak wat af (maximaal tien procent van het geboortegewicht), maar zodra hij weer op zijn geboortegewicht is, gaat het grote groeien beginnen.

    Je baby moet wennen aan het leven buiten de baarmoeder, en jullie moeten wennen aan het leven met een baby erbij. Ook als je al kinderen had. Voor je baby is rust en regelmaat belangrijk, maar ook voor jou. Hou het rustig in huis en zorg dat je veel aandacht kunt geven aan je baby, zodat je zijn behoeftes goed leert (her)kennen. Zo kunnen jullie langzaam een fijn dagritme vinden. Vergeet niet om te beginnen met het geven van vitamine D (en vitamine K als je borstvoeding geeft). Lees ook: Zintuigen baby: de ontwikkeling in de eerste weken

  2. Baby: 1-4 maanden

    Als je baby ruim een maand oud is, kun je gaan uitkijken naar het eerste lachje. Gemiddeld beginnen baby’s rond zes weken terug te lachen naar hun ouders. Er is nu meer communicatie met je kind mogelijk. Je kind gaat steeds meer reageren als je tegen hem praat of met hem speelt. Door middel van lichaamstaal en huilen laat je baby zien waar hij behoefte aan heeft.

    Je baby groeit flink door en zijn spieren worden steeds sterker. Vanaf twee maanden krijgt je baby steeds meer controle en kan hij zijn hoofdje al wat beter zelf rechtop houden. Ook leert hij zijn hoofd meedraaien om jou te volgen. Leg je baby regelmatig op zijn buik. Misschien vindt hij dat niet zo leuk, of lukt het nog niet zo goed om zijn hoofdje op te tillen. Toch is het belangrijk om te doen, want met ‘tummy time’ traint je baby zijn nek- en rugspieren, wat erg belangrijk is voor zijn ontwikkeling.

    Baby’s van een tot vier maanden slapen gemiddeld nog steeds zeventien uur per dag. Jij en je partner waarschijnlijk een stuk minder… veel ouders hebben te maken met gebroken nachten. De eerste weken was je daar vast op berekend, maar na een paar maanden kan het je best opbreken. Hou vol, want vroeg of laat komt er een moment dat je baby gaat doorslapen. Er zijn baby’s die dit al met vier maanden doen, maar over het algemeen gebeurt dit pas later, als hij geen nachtvoeding meer nodig heeft.

  3. Baby: 4-8 maanden

    In deze ontwikkelingsfase van je kind staan je allerlei mijlpalen te wachten. Zo mag je vanaf vier maanden beginnen met de eerste hapjes. Deze ‘oefenhapjes’ zijn echt nog om te oefenen en worden ook wel bijvoeding genoemd. De melkvoeding blijft tot zes maanden nog de hoofdvoeding. Vanaf zes maanden heeft je baby naast de melkvoedingen ook vaste voeding nodig. Nog een mijlpaal: waarschijnlijk komt in deze fase het eerste tandje door. Gemiddeld gebeurt dat rond de zes maanden, maar eerder of (veel) later kan ook.

    Op motorisch vlak maakt je kind ook grote stappen. Zo leert je baby in deze fase waarschijnlijk omrollen, tijgeren, zitten en misschien al kruipen (wanneer precies kan per baby enorm verschillen). Ook laat je kind zich steeds vaker horen. Voorheen maakte hij vooral geluidjes, maar vanaf vier maanden gaan baby’s echt brabbelen. Ze proberen ‘terug te praten’, of ‘mee te zingen’ als jij een liedje zingt. Het zicht van je baby verbetert ook: je kind gaat diepte zien en kan steeds beter scherp zien in de verte.

    Het slaapritme van je baby kan in deze ontwikkelingsfase flink veranderen. Misschien gaat hij ’s nachts doorslapen (maar dat kan ook pas later gebeuren). Overdag hebben baby’s van vier maanden vaak een lekker, vast ritme van drie slaapjes gevonden. Maar aan het eind van deze fase stapt je kind waarschijnlijk over van drie naar twee slaapjes overdag. Dat kan wat slaapproblemen met zich meebrengen, slaapregressie genoemd. Lees ook: Voedingsschema baby: het eerste jaar

  4. Baby: 8-12 maanden

    De laatste fase dat je je baby nog ‘baby’ kunt noemen is aangebroken! Het begint ook al steeds meer een kind te worden, zeker als hij zich straks begint op te trekken en gaat staan. Sommige kinderen beginnen in deze fase ook al langs de meubels te lopen. Maar ook hiervoor geldt dat elk kind het op zijn eigen moment doet. Je kind is ook druk met het ontwikkelen van zijn fijne motoriek. Hij kan nu al goed speeltjes vastpakken en in z’n mond stoppen. Meer weten? Zo verloopt de ontwikkeling van de fijne motoriek

    Nog een leuke mijlpaal: de eerste woordjes zitten eraan te komen. Verwacht ze nog niet rond de acht maanden, maar sommige kinderen zeggen wel al papa en mama voor hun eerste verjaardag. Inmiddels zijn er misschien al wat melkvoedingen vervangen door vaste voeding en anders kun je daar nu echt mee beginnen.

    Je kind begint naast zijn ouders steeds meer gezichten te herkennen, bijvoorbeeld zijn opa’s en oma’s, of zijn vaste leidsters op de crèche. Baby’s leren tussen de zes maanden en negen maanden namelijk vreemden van bekenden te onderscheiden. Ook leert hij ‘afstand’ ervaren, waardoor hij kan gaan huilen als jij bij hem weggaat. Deze verlatingsangst of eenkennigheid kan lastig zijn, maar het hoort bij de emotionele ontwikkeling van je baby. Ook herkent je baby inmiddels zijn eigen naam en gaat hij daarop reageren.

    Veel baby’s gaan in deze periode ’s nachts wat onrustiger slapen. Misschien wordt je kind vaak tussentijds wakker of is het een extreem vroege vogel. Je kind heeft nu geen nachtvoeding meer nodig, maar misschien blijft hij er toch om vragen. Lees hier wat je kunt doen bij de meest voorkomende slaapproblemen bij baby’s.

  5. Dreumes: 1-2 jaar

    Dag baby, hallo dreumes! De ontwikkelingsfases van je kind gaan nu een wat grotere tijdspanne beslaan. We praten niet meer over maanden, maar jaren. Tussen een jaar en twee jaar noemen we een kind een dreumes. In deze periode gebeurt er een heleboel. Een van de leukste vaardigheden die je kind aan het leren is, is praten. In het begin is het vooral nog een hoop gebrabbel, maar je gaat steeds duidelijker woorden onderscheiden. Uiteindelijk leert je dreumes gemiddeld drie nieuwe woorden per dag. Door je kind voor te lezen en veel met hem te praten, stimuleer je zijn spraakontwikkeling.

    Met een dreumes in huis is het grote opvoeden echt begonnen. Je kind krijgt een duidelijke eigen wil en laat die ook merken. Hij wil graag dingen zelf doen, ook al kan hij dat nog helemaal niet. Hij begint ook gedrag te imiteren, van andere kinderen, maar vooral van zijn ouders. Daarnaast kan je dreumes zichzelf goed verplaatsen; hij leert lopen en klimmen. Hij kan steeds meer plekken en spullen bereiken waar hij eigenlijk niet aan mag komen. Kijk eens goed rond in je huis of het al dreumes-proof is. Lees hier tips: Zo maak je je huis kindveilig

    Je dreumes maakt nu ook de overstap van twee slaapjes naar één middagdutje overdag. ’s Nachts slapen de meeste dreumesen zo’n elf à twaalf uur achter elkaar door. Inmiddels eet hij met de pot mee. Flesjes zijn niet meer nodig, hij kan nu uit een beker (leren) drinken. Het kan zijn dat je kind wat minder gaat eten dan voorheen. Dat is niet erg, hij groeit ook minder hard dan in zijn eerste jaar. Sommige kinderen verliezen zelfs wat gewicht, omdat ze in deze fase zoveel gaan bewegen.

  6. Peuter: 2-3 jaar

    Vanaf zijn tweede verjaardag noemen we een kind een peuter. Die peuterfase is niet altijd even makkelijk. ‘Twee is nee’, de peuterpuberteit en driftbuien: het is voor veel ouders van peuters aan de orde van de dag. In deze fase is het belangrijk dat de ouders op één lijn zitten qua opvoeding. Negatief gedrag kun je het beste negeren en goed gedrag belonen. Dat wil niet zeggen dat je al het negatieve gedrag maar moet laten gaan; stel wel duidelijke grenzen. Lees hier meer over straffen en belonen van je kind.

    Een belangrijk element in de ontwikkelingsfases van je kind is zindelijk worden. Sommige kinderen zijn dat al voor de tweede verjaardag, maar dat zijn uitzonderingen. De meeste kinderen worden tussen twee en drie jaar overdag zindelijk. Je peuter begint zich te interesseren in poepen en plassen en kan inmiddels ook aangeven wanneer hij moet. Lees hier hoe je de zindelijkheidstraining aanpakt.

    Tussen de twee en drie jaar beginnen peuters vaak het middagslaapje over te slaan. De motorische ontwikkeling gaat met grote stappen verder. Je kind leert traplopen, rennen en springen. In de speeltuin kan hij op steeds meer speeltoestellen zijn gang gaan. Buitenspelen vinden peuters heerlijk en het is erg goed voor de ontwikkeling. Ook de fijne motoriek gaat steeds beter. Je kind leert tekenen, al gaat dat in het begin vooral om krassen. Je kunt gaan oefenen met zelf aankleden en zelf uitkleden.

    Peuters zijn erg geïnteresseerd in andere kinderen, maar samen spelen gaat vaak nog niet echt. Je kind kan zich nog niet goed in een ander verplaatsen en stelt zichzelf centraal. Als er ruzie ontstaat, kun je gelukkig wel al goed met je peuter praten. Hij begrijpt bijna alles wat jij zegt en kan zelf ook al korte zinnetjes terugzeggen.

  7. Peuter: 3-4 jaar

    Vanaf de derde verjaardag tot de vierde verjaardag is je kind nog steeds een peuter, maar hard op weg naar een kleuter. De meest gestelde vraag die je dit jaar gaat horen, is waarschijnlijk: ‘Waarom?’ Je peuter is nieuwsgierig en wil van alles weten hoe het werkt. Ook krijgen ze een grote fantasie en gaan magisch denken. Je kind kan nu goed rollenspellen doen, zoals prinsesje spelen of politie en boef. Door die groeiende fantasie kunnen ook angsten ontstaan. Bang voor een monster in de slaapkamer, voor een krokodil in het afvoerputje van het bad. Lees hier hoe je met die angsten kunt omgaan.

    De peuterpuberteit kan minder heftig worden, want vanaf drie jaar kunnen peuters zichzelf iets beter beheersen. Toch ben je waarschijnlijk nog niet helemaal van de driftbuien af. Lees hier tips over omgaan met een boos kind. Je kind krijgt steeds duidelijker een eigen karakter. Ook beginnen peuters op deze leeftijd hun gevoelens beter te begrijpen en worden ze zich bewust van de gevoelens van anderen. Dit kun je stimuleren door gevoelens te benoemen: ‘Ik zie dat je verdrietig bent’. Je peuter krijgt in deze fase ook het besef van wat goed en fout is en kan zich ergens schuldig over voelen. Geef je kind regelmatig complimenten, dat is goed voor zijn zelfvertrouwen.

    In deze fase doen de meeste kinderen geen middagdutje meer, maar het is prima als jouw kind daar nog wel behoefte aan heeft; laat hem dan lekker slapen. Er komt vanzelf een moment dat hij het slaapje gaat overslaan. Aan het eind van deze fase, als je kind vier jaar wordt, gaat hij naar de basisschool. Het is belangrijk dat je kind voor die tijd een aantal dingen zelf kan, zoals zelf zijn jas en schoenen aandoen en zelf zijn billen afvegen. Begin dus een aantal maanden voordat hij vier jaar wordt met het oefenen van deze vaardigheden, zodat hij dit op tijd onder de knie heeft.

  8. Kleuter: 4-6 jaar

    Een nieuwe fase: je kind gaat naar school. Kleuters gaan op school ontzettend veel leren en al ben jij daar niet bij, je merkt de ontwikkeling enorm. Je kind komt thuis met allerlei nieuwe wijsheden en vaardigheden, je staat regelmatig versteld. Lees hier wat je kind allemaal leert in groep 1. Nu je kind naar school gaat, maakt hij nieuwe vriendjes en wil hij op den duur ook bij vriendjes thuis spelen. Een dag naar school en spelen met vriendjes kost veel energie, zeker in het begin. Dat kan thuis nog wel eens leiden tot heftige driftbuien of flinke vermoeidheid. Sommige kleuters hebben ook een terugval in bijvoorbeeld zindelijkheid, of gaan opeens weer duimen. Dit is over het algemeen tijdelijk en heeft te maken met de spanningen en alle nieuwe indrukken op school.

    Je kind krijgt steeds meer interesse in zijn eigen lichaam en dat van anderen. Kleuters vinden het erg interessant om doktertje of vader-en-moedertje te spelen. Misschien zegt je kleuter ook wel dat hij verliefd is. Even wennen voor jou? Blijf erover praten met je kleuter: lees hier meer over de seksuele ontwikkeling van je kind.

    In de kleuterleeftijd gaat je kind zijn melktanden wisselen. Wat betreft de motorische ontwikkeling durft je kind steeds meer: hoger klimmen, harder fietsen, van grote hoogte naar beneden springen. Laat hem zijn gang gaan, maar leer je kind wel hoe hij veilig kan klimmen, fietsen, springen, etc. Lees hier meer over de ontwikkelingsfases van kleuters

  9. Schoolkind: 6-12 jaar

    Bij de laatste ontwikkelingsfases van je kind maken we grotere sprongen. In deze fase doorloopt je schoolkind de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Tijdens deze jaren ontwikkelt hij zich van een kind tot een prepuber. (linken naar nieuwe evergreen prepuberteit) Je kind maakt regelmatig een groeispurt met daarbij horende groeipijnen.

    Maar de grootste ontwikkeling ligt in deze fase op cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Je kind van zeven jaar denkt al logisch na en leert oorzaak en gevolg kennen. Je kind leert steeds meer dingen begrijpen, maar leert ook oordelen en conclusies trekken. Hij wordt zelfstandiger en leert wat verantwoordelijkheid is. Je helpt hem als je hem die verantwoordelijkheid ook geeft, door hem steeds meer los te laten en te vertrouwen.

    Je kind leert wat normen en waarden zijn en vormt een zelfbeeld. Schoolkinderen willen graag geaccepteerd worden en erbij horen, maar krijgen ook te maken met groepsgedrag, verliefdheid en afwijzing, populariteit en pesten. Het is daarom in deze fase erg belangrijk om je kind te steunen en veel positieve en stimulerende aandacht te geven, zodat hij voldoende zelfvertrouwen krijgt en houdt.

  10. Puber: 10-15 jaar

    De puberteit begint bij elk kind op een ander moment. Het ene kind begint al op zijn tiende te puberen, terwijl het bij een ander kind pas op zijn veertiende begint. Gemiddeld begint de puberteit bij meisjes ergens tussen de tien en vijftien jaar en bij jongens gemiddeld één tot twee jaar later. Qua lichamelijke ontwikkeling gebeurt er een hoop bij je kind.

    Kinderen maken tijdens de puberteit vaak een flinke groeispurt. Ook kunnen de bewegingen van je kind tijdelijk wat ontregeld zijn, waardoor hij slungelig overkomt. Veel pubers krijgen last van puistjes of van een zweetlucht. Er begint schaamhaar te groeien, en haar onder de oksels. Bij meisjes beginnen de borsten zich te vormen en bij jongens groeien de geslachtsorganen. Ook krijgen jongens de baard in de keel. Bij meisjes komt de menstruatie op gang. Pubers krijgen over het algemeen ook een grote eetlust en hun slaappatroon verandert.

    Tijdens de puberteit vinden er grote ontwikkelingen plaats in de hersenen van je kind. Hoe de puberteit zich precies uit in gedragsveranderingen, verschilt per kind. Het ene kind heeft er niet veel last van, terwijl een ander kind behoorlijk onhandelbaar kan worden. Voor de meeste pubers geldt wel dat ze last krijgen van een wisselend humeur. Hun emoties kunnen alle kanten opgaan. Ook onzekerheid speelt hierbij een rol; over hun veranderende lichaam en het ontdekken van seksualiteit. Het is belangrijk om je puber de kans te geven hierover te praten en zijn gevoelens te delen.

    Pubers hebben ook een sterke drang om risico’s te nemen en spanning op te zoeken. Dat is typisch pubergedrag, maar misschien heb jij de neiging om dit tegen te houden. Toch is het belangrijk om je kind de ruimte te geven om zelf te experimenteren, te ontdekken en fouten te maken, want daar leren ze van.

  11. Adolescent: 15 tot 18 à 23 jaar

    De laatste van de ontwikkelingsfases van je kind is de adolescentie. Het is de fase na de puberteit: je kind heeft zich lichamelijk ontwikkeld tot een jong volwassene en zijn definitieve lengte bereikt. Waarschijnlijk is je kind nu ook seksueel actief, of wordt hij dat binnenkort.

    De ontwikkeling van het puberbrein bevindt zich tijdens de adolescentie in de laatste fase. Je kind krijgt steeds meer grip op zijn eigen doen en laten en kan inmiddels weloverwogen keuzes maken, zijn gedrag evalueren en zich aanpassen aan sociale situaties. Je kind kan nu zelf zorg dragen voor zijn eigen gezondheid, uiterlijk en leefstijl. Hij maakt zich echt klaar om zich los te maken van zijn ouders en uit huis te gaan. Slik…